Partytent

In de Reekstraat in Beuningen staat sinds enkele weken een partytent in de berm. Hij bevindt zich in niemandsland, naast een sloot en een omgeploegde akker. In de tent staat een grote grijze kast, zo is te zien als je er langzaam langsrijdt. 

Mijn familie heeft de kast ook opgemerkt, maar weet niet wat de functie ervan is. Ik heb een zwak voor dingen die geen functie hebben, al vermoed ik dat deze kast er wel eentje heeft. Mocht hij een functie hebben, dan hoop ik dat het om een vriezer gaat en dat er flink veel vaccins in liggen opgeslagen. Of grote hoeveelheden drank voor als dit alles voorbij is. Het kan ook zijn dat de kast het einde van de tunnel is. Niemand weet het, maar als je hem opent en je stapt naar binnen, dan kom je in een coronaloze wereld terecht. Zodra dit bekend is, zal het daar vast stormlopen. Die tent maakt me vrolijk, elke keer als ik hem zie.

Ondertussen laat de lockdown behoorlijke sporen bij mij na. Het wereldje waarin ik leef is wel erg klein geworden. Pas zei ik tegen mijn vrouw dat ik op de radio had gehoord dat de haas wordt bedreigd met uitsterven. “Dat heb je niet van de radio”, zei mijn vrouw, “dat heb je van mij, ik zei dat vanochtend tegen je”. 

Wat ik wel zeker op de radio heb gehoord, is een gesprek met een Vlaamse viroloog. Hij mijmerde over het einde van de crisis. Met collega’s heeft hij afgesproken dat ze dat samen gaan vieren in een slecht verlicht jazzcafé. Ik was blij met deze persoonlijke ontboezeming. Niet alleen omdat ik mezelf op dat moment ook wel in een slecht verlicht jazzcafé zie dansen, maar vooral omdat deze vooraanstaande viroloog gelooft en hardop uitspreekt dat er daadwerkelijk een einde aan deze misère zal komen. Net als die partytent is hij voor mij een baken van hoop. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *