Jaarringen

‘De lange Canadasche peppelen schudden hunne toppen, alsof het groote pluimen zijn.’ Deze zin, die een Beuningenaar in 1888 aan het papier toevertrouwde, zorgde bij mij voor een historische sensatie. Ik stelde me voor dat die ‘peppelen’ (populieren) nog steeds ergens in het dorp stonden en dat ze hadden gezien hoe mijn ouders, grootouders en overgrootouders opgroeiden. 

Een boeiende gedachte, maar hij verbleekt volledig na het lezen van Wat bomen ons vertellen. In dit boek wijdt boomwetenschapper Valerie Trouet uit over het onderzoek naar jaarringen. Dit levert ongekend veel informatie over het verleden op. Niet met een kettingzaag, maar met een houtboor gaan Trouet en haar collega’s te werk, zodat ze bomen niet hoeven te verwonden. Het langst ononderbroken jaarringarchief bestrijkt 12.650 jaar, zonder ook maar één jaar over te slaan. De bomen vertellen over droge en natte jaren, over hittegolven, orkanen en natuurbranden. Indirect zeggen ze iets over piraterij, pestpandemieën en kernrampen.

De bomen met de meeste gegevens staan niet in Beuningen, niet in Nederland. Het zijn bomen die groeien in afgelegen, onherbergzame gebieden. Door de barre omstandigheden groeien ze langzaam. Dit zorgt voor compact hout waardoor ze minder snel ziek worden. Het zijn geen ‘peppelen’, want populieren groeien juist snel. Die werken hard, geven zich helemaal en sterven jong. 

De jaarringen van stokoude bomen geven ons veel meer dan een persoonlijke sensatie. Ze laten de complexe interactie zien tussen mens en natuur. Ze vertellen ook iets over eerdere klimaatveranderingen. Veel volkeren hebben ermee te maken gehad. Het ene volk redde het, het andere niet. Daarbij gaf veerkracht en aanpassingsvermogen de doorslag. Een wijze, broodnodige les. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *