Naam


Het beestje moet een naam hebben, hoorde ik vroeger weleens. Ik begreep wat dat betekende: zo belangrijk is een naam niet. Inmiddels denk ik daar anders over. 

De Groene Heuvels gaat per 1 mei Het Broeckhuys heten. Althans, het vakantiepark. De recreatieplas behoudt de oude naam. Dan kun je dus spreken van ‘Het Broeckhuys op de Groene Heuvels’. De verandering gaat samen met een flinke opknapbeurt. Ik vraag me af hoe lang het duurt voor die nieuwe naam is ingeburgerd.

Het doet me denken aan een grote speler in de wereld van vakantieparken. Sporthuis Centrum werd in 1986 omgedoopt tot Center Parcs, maar bij ons thuis bleef de oude naam nog jarenlang over de lippen gaan. Toen mijn ouders eindelijk gewend waren aan Center Parcs, verbasterden ze die al snel tot ‘Centenpakkers’.

In Beuningen staat sinds een paar jaar ‘’t Hemelrijck’ op de gevel van café De Vrijboom. Het nieuwe restaurant doet het goed, maar ik heb er nog altijd moeite mee. De ‘c’ in het woord Hemelrijck laat de naam oud lijken, maar De Vrijboom is pas echt oud: uit 1857. Die naam gebruiken ze alleen nog voor de achterzaal.

Soms móét je weten dat een naam veranderd is. Mijn moeder vergiste zich vaak in de naam van de vriend van mijn nicht. Eens per jaar kwam ze met Marcel op bezoek. Telkens presteerde mijn moeder het om met slechts twee woorden Marcels voorganger en rivaal in de kamer te brengen. “Hoi Jeroen!”.  

Een vriend vertelde me eens over een bruine kroeg in Nijmegen. Die werd verkocht en de nieuwe eigenaren maakten er een hardrockcafé van. Ze veranderden de naam, de aankleding en de muziek. De stamgasten van de vorige kroeg lieten zich niet wegjagen. Elke avond zaten ze aan de toog. Tot de eigenaren ermee stopten. 

Een naam is niet zomaar gedaan.


Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *