Vloek

De laatste tijd denk ik steeds vaker terug aan het weekendje weg met mijn vrouw, vorig jaar januari. We waren in Delft. ’s Avonds liepen we langs overvolle cafés en restaurants. Ik verbaasde me over de drukte en ergerde me er ook aan. De decadentie. De vanzelfsprekendheid die eruit sprak. 

In een van de restaurants zag ik een gezin met drie tieners aan een tafel bij het raam zitten. Er werd gelachen en er stonden een paar flessen wijn op tafel. Ik kon alleen maar denken aan hoe de mens bezig is de aarde te vernietigen en hoe de ongelijkheid tussen mensen blijft groeien. Misschien was ik gewoon jaloers dat ik het mezelf niet kon veroorloven, zulke dure wijn. 

In een klein café met een schamel biertje voor mijn neus heb ik waarschijnlijk wat tegen mijn vrouw gemurmeld. Achteraf zou dat zomaar een vloek kunnen zijn geweest. Het duurde even voor hij begon te werken. We waren alweer een maand thuis in Nijmegen toen Bruno Bruins de eerste coronapatiënt meldde.

Sinds het nieuwe jaar vloeien de dagen in elkaar over. Ik heb steeds het idee dat we al verder op de kalender zijn. Ik had ergens gehoopt dat de crisis ervoor zou zorgen dat we van de vanzelfsprekendheid af zouden komen. Dat er iets zou veranderen. Maar de mensen die het kunnen veroorloven, laten de dure wijn gewoon thuis afleveren. De mensen die het moeilijk hadden, hebben het alleen maar moeilijker. Aan andere landen denken we nauwelijks, we vinden het normaal dat daar veel later wordt gevaccineerd. En voor de aarde hebben we nu even geen tijd. 

Misschien moet de crisis nog wat langer duren. Net zo lang tot we allemaal door de knieën zijn gegaan. Het kan ook zijn dat die vloek geen slimme zet van me was. Zo nu en dan murmel ik wat, in de hoop de boel weer ongedaan te maken. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *