Millingerwaard

We wilden met de kinderen naar de Millingerwaard, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Bij het woord ‘bos’ begon de oudste te steigeren. Pas toen ik voorstelde om de Paw Patrol-bal mee te nemen, kregen we haar schoorvoetend mee. De hele rit hield ze de bal in haar handen. Eenmaal uit de auto liet ze hem hard op de grond stuiteren, schopte hem en rende er lachend achteraan. Het zou een mooie ochtend in de natuur worden, dachten we.
 
Iets verderop ging het bijna mis. Links van het pad lag een kolk, rechts een moeras. Mijn dochter liet de bal weer stuiteren en schoot hem tussen de bomen door richting het moeras. Ik kreeg hem nog net te pakken, maar ik zei dat ze er op dit stuk beter niet mee kon spelen. Dat deed ze even later toch en ik nam de bal over. Straks mocht ze hem weer hebben. 

Bij een T-splitsing keken we uit op een rivierarm. Er was iets meer ruimte en in een impuls gaf ik de bal een schop. “Doe dat nou niet”, zei mijn vrouw. Ze had gelijk, maar het was al gebeurd. De bal stuiterde richting het water. Ik ging erachteraan en verwachtte hem te kunnen vangen, maar de wind had er vat op. De bal kwam in het water terecht. Nog steeds dacht ik dat ik hem kon hebben. Ik pakte een tak van de grond en hengelde naar de bal, maar onderschatte de lichte stroming. In een frustrerend kalm tempo dreef hij steeds verder van de kant af. Mijn dochter liep hem langs de oever achterna en ik liep haar weer achterna. Aan de overkant bleef de bal steken, op een plek waar we onmogelijk bij konden komen.  

Mijn dochter was ontroostbaar. Ze keek naar de bal en ze begreep dat ze hem kwijt was. Ik baalde omdat ik een stuk plastic aan de natuur had gegeven. Veel eerder dan gepland keerden we terug naar de auto, waarbij we werden nagekeken door de bal.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *