Boerenrepubliek

Een rood-wit lint dwars over de oprit, een ontsmettingsbak en een bordje met strenge voorschriften op de staldeur. Dat zijn mijn herinneringen aan de MKZ-crisis die door de documentaireserie De boerenrepubliekweer boven komen drijven. Buitenstaanders mochten niet meer het erf op en zelf kwam ik zo min mogelijk in de stal. Het maakte indruk, maar nooit had ik het idee dat er op onze boerderij dode koeien in vrachtwagens zouden worden getild. Het was crisis op afstand, het bleef bij de heftige beelden op tv.

De MKZ-uitbraak van 2001 vormt de rode draad van De boerenrepubliek en dat is niet voor niks. De kwestie laat heel scherp de pijnpunten van de intensieve landbouw zien. Daarbij moet ik denken aan Sicco Mansholt, de eerste landbouwminister na de oorlog. Hij bracht de schaalvergroting op gang, maar zag al snel dat het te hard ging met de productie en dat dit problemen zou opleveren. Eind jaren ’60 probeerde hij het tij te keren, maar zonder succes. Het streven naar maximale groei bleef de koers bepalen.

Het is een gevoelig thema. In de serie komen verschillende perspectieven aan bod en daarbij is het vaak persoonlijk en emotioneel. Zelf sta ik er dubbel in. Enerzijds gun ik de boeren een bloeiend familiebedrijf waar ze met hart en ziel voor werken, anderzijds maak ik me zorgen over het klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn. Het systeem moet grondig veranderen, maar hoe? In de serie mis ik vooralsnog de rol van banken, supermarkten, veevoerbedrijven en natuurlijk de consument. Zij zijn onderdeel van het systeem. In Nederland wordt gemiddeld minder dan 10 procent van het inkomen besteed aan voeding. Ook dat is onhoudbaar.

Met nog twee afleveringen te gaan, doemt bij mij de vraag op wie de nieuwe minister van landbouw wordt. Wie durft het aan? 

Deze column verscheen in De Gelderlander.
De Boerenrepubliek bekijk je hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *