School

Daar gaat ze. Met een rugzak om, haar haren in een staartje en haar lievelingsrok aan stapt mijn jongste dochter voor me uit. Ze kent de weg. Dit is de route naar de kinderopvang. Maar dit keer is het anders. Naast de opvang zit de school. Daar is ze al vaak geweest, ook binnen, maar altijd vanwege haar zus. Nu gaat het om haar. Ze kijkt achterom, glimlacht en loopt door. 

Ooit liep ik dezelfde weg op een andere plek. Onze boerderij stond midden in Beuningen. Ik hield de hand van mijn moeder vast, terwijl we over de brede stoep langs de Wilhelminalaan liepen. Aan die stoep leek geen einde te komen. Toch zijn we op een gegeven moment afgeslagen en bij een poort gekomen, een plein, een deur, een gang met haakjes aan de muur. Ik hing mijn jas aan een haakje en kreeg een kus van mijn moeder. De juf boog zich naar me toe en gaf me een hand. Mijn moeder zwaaide. De juf duwde me zacht richting klaslokaal. 

Mijn dochter vroeg vorige week wat dat blauwe bord betekent met de pijl die omhoog wijst. “Moet je daar de lucht in rijden?” Precies die gedachte heb ik ook ooit gehad. Pas wilde ze weten wat ‘waarheid’ was. Ze ving het woord op van tv. “Goeie vraag”, zei ik. “Misschien wel de beste. De vraag der vragen.” Ze was niet onder de indruk, ze pakte de afstandsbediening en zette het geluid harder.

Mijn jongste is er klaar voor. Ze kent de school en het schoolplein. Ze kent zelfs wat kinderen uit de klas. Het maakt niets uit. Spannend en nieuw blijft het. Ze slaapt de laatste tijd slecht, is snel uit haar hum. 

We lopen tussen huizen door, steken over, komen langs een heg waar ze een blaadje van aftrekt. Met elke stap die ze zet, komt de school dichterbij. Ze kijkt vooruit, opzij, achterom en ik weet: dit gaat ze onthouden. En zij niet alleen. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *