Oorlog

Toen ik deze week een mail aan mijn vriend Ton in Thailand schreef, werd ik me ineens heel bewust van de situatie waarin we zitten. Het bericht ging over van alles en nog wat, werk en privé, en op een bepaald punt tikte ik als een soort tussendoortje een paar woorden over de pandemie. 

In de brieven die mijn oma ontving in de oorlog stond het er net zo. Ik heb weleens een stapeltje doorgenomen. Die brieven, vaak in hanenpotenhandschrift, gingen over allerlei grote en kleine zaken, vrijwel altijd persoonlijk. Ik moest dan echt speuren naar een oorlogsverwijzing. Meestal bleef het bij een zinnetje, ergens halverwege, over bijvoorbeeld voedselbonnen.

De vergelijking is al vaak gemaakt en hij slaat eigenlijk nergens op, toch ben ik in mijn leven nooit dichterbij het gevoel van oorlog geweest dan nu. Dat is goed te zien als je zo’n oude brief naast mijn mail legt. De oorlog was bijna nooit het grootste onderwerp in een brief, want wat moest je nog zeggen over een situatie die al zo lang duurde, waar iedereen mee te maken had en waar je geen enkele invloed op had. Het was ingrijpend, het was het decor waarin je leefde, maar daar was je gewend aan geraakt. Bovendien gebeurde er in het dagelijks leven vaak niet zo veel. Er was wel altijd nieuws, dat zeker, er zat constant beweging in de situatie, maar dat speelde zich af op andere plekken in het land, in Europa of in de wereld. 

De pandemie is elke dag voorpaginanieuws, maar ik volg niet alles. Het leven gaat gewoon door. Ik werk, ik lees, ik kook, ik tuinier, ik breng de kinderen naar bed. Ondertussen is er altijd die onzekerheid over hoe lang het nog zal duren en hoe de wereld er daarna uit zal zien. Pas dan weet ik ook wat de impact is. Die mail aan mijn vriend zal ik goed bewaren.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *