Zus

Dit is de laatste keer dat ik over mijn gehandicapte zus schrijf. Het is genoeg geweest. Het moet anders.

Mijn zus laat zo af en toe van zich horen in mijn columns en dan steelt ze de show. In die stukken maak ik in de eerste zinnen duidelijk met wat voor een persoon we te maken hebben. Als je maar 300 woorden hebt, moet je niet te veel om de hete brij heen draaien. Door haar ‘gehandicapt’ te noemen, valt haar gedrag te begrijpen, want haar handicap is vaak bepalend voor haar gedrag.

Ik heb al vaker getwijfeld over die formulering, ‘gehandicapte zus’. Dat ik het niet heb over ‘mijn zus die het syndroom van Down heeft’ is een bewuste keuze. Maar gehandicapt blijft alleen gehandicapt, terwijl ze ook een ochtendmens is, een veertiger, een Drutense, een boerendochter, een decoratiemedewerker en een liefhebber van Goede Tijden

Over dat laatste gesproken, op het moment dat ik dit schrijf kijkt ze naar Goede Tijden. Ze maakt er vast geluidjes bij, “hiiiii”, want dat doet ze. Het zal spannend zijn, want het is altijd spannend en al helemaal aan het einde van het seizoen. Toen ik haar onlangs aan telefoon had, spraken we over de soap. Ik kreeg een samenvatting waar ik zoals gebruikelijk geen touw aan vast kon knopen. “Het seizoen is bijna afgelopen, toch?”, zei ik. “O ja”, zei ze, “maar ik heb nog dvd’s!”. 

Bij mijn laatste bezoek aan mijn zus maakte mijn dochters ruzie op de trampoline in de tuin. Ze trok de oudste mee naar haar kamer om daar een hartig woordje met haar te spreken. Een strenge tante, dat is ze ook. 

Voor mij is ze in de eerste plaats mijn oudste zus. Dat is wat mij met haar verbindt. De lezer zal voortaan iets meer zijn best moeten doen om de situatie te begrijpen, maar krijgt daar hopelijk ook meer voor terug. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *