Rotzooi

Terwijl er in Maas en Waal flink verzet is tegen grote windmolens, voer ik thuis een min of meer omgekeerde strijd. Het zijn kleine gevechten op veel fronten: ik doe lampen uit, zet de thermostaat laag, hou deuren dicht en tel hardop af als er iemand onder de douche staat. 

Maar vooral op spullen heb ik het voorzien. Hebbedingetjes, gadgets, kleren, alles. In een vorig leven moet ik een monnik zijn geweest, nu ben ik een mopperende vader en echtgenoot. Sinds ik las dat 34 procent van de CO2-uitstoot van een gemiddeld huishouden te maken heeft met spullen kopen, doe ik er een schepje bovenop. Ter vergelijking: bij voedsel, energieverbruik en vervoer gaat het telkens om 20 procent.

Hoewel ik twee dochters heb, ben ik toch echt de enige Greta Thunberg in huis. Ze kunnen amper lezen, maar zijn wel al slaaf van de consumptiemaatschappij. Elke dag zijn ze bezig met zakgeld en wat ze daarvan willen kopen. Elke dag peper ik ze in dat al die rotzooi hun toekomst in de weg staat. 

Bij milieuvervuiling had ik altijd afgedankte spullen in mijn hoofd, maar sinds kort denk ik aan de aanschaf van producten. ‘Verborgen’ broeikasgas. Hoe ingewikkelder om te produceren, hoe belastender voor het milieu. Vooral smartphones, tablets, flatscreens, keukenmachines en klusapparaten. Een goeie om te onthouden: de productie van één auto doet een aanslag op het milieu die even groot is als zeker zes jaar ermee rijden. 

Ondertussen doe ik mijn best een gezellige jongen te blijven. Ergens hoop ik op een keerpunt waarop iedereen minder gaat consumeren. Dat zou het allemaal makkelijker maken. Voorlopig strijd ik achter de voordeur en daar heb ik nog lang niet gewonnen. Dat merk ik als ik alleen thuis ben, de bel gaat en er weer een pakketbezorger voor de deur staat.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *