Voetbaldroom

Nooit heb ik ook maar een moment gedacht dat ik profvoetballer zou worden. Mijn droom reikte niet verder dan de hoogste jeugdelftallen van Beuningse Boys. In de selectiewedstrijden, waar alle spelers van de club aan meededen, speelde ik het volgens mijn vrienden heel goed. Als alerte verdediger trapte ik de bal regelmatig uit voorzorg over de zijlijn. Dat was niet voldoende, ik kwam niet verder dan de D3, C3 en B3.

Van jeugdvriend Daan had ik hoge verwachtingen. Ik kende niemand die zo goed speelde als hij. Hij gaf me eens een privétraining. Hijgend rende ik in onze wei achter hem aan. Op een gegeven moment vertrok Daan naar Quick. Ik vroeg hem om een handtekening voor als hij later beroemd zou zijn. Na een paar jaar keerde hij al terug. Het hoogste niveau wat hij haalde was het eerste van Beuningen. Net als mijn broer trouwens, wat me nog altijd trots maakt.

Dat een profcarrière niet alles is, laat Jeroen van der Lely zien. De speler van FC Twente stopte op zijn 24e. Hij was klaar met de ‘dwang en drang’, zoals hij het noemde, en ging literatuurwetenschappen studeren. Een mooie actie, maar vaak gaat het anders. Jonge talenten die alles opgeven voor hun droom, maar na een afwijzing van een profclub kampen met angstgevoelens en depressie.
  
Er zijn genoeg redenen om voetbal links te laten liggen: de bedreigingen van hooligans, het feit dat nog geen enkele actieve prof in Nederland uit de kast is gekomen en de vele doden in Qatar, om maar wat te noemen. En toch, het spel blijft verslavend, dat merk ik weer bij het volgen van het EK.

Een paar jaar geleden speelde ik wekelijks met mannen en vrouwen van verschillende leeftijden en verschillend niveau. Al wat we hadden was een bal, voeten en gras. Dat is wat de droom eigenlijk zou moeten zijn. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *