Theet

Ewijk was de afgelopen weken telkens in mijn gedachten toen ik Woeste Hoogten (Wuthering Heights) van Emily Brontë las. Deze Engelse roman uit 1847 is een veel geprezen klassieker uit de wereldliteratuur. Het boek werd meerdere malen verfilmd en inspireerde Kate Bush tot een lied dat haar grootste hit zou worden. 

Dankzij schrijver Frans Kellendonk galmt Ewijk door in de woelige wereld van de beroemde Brontë. In 1989 vertaalde Kellendonk Woeste Hoogten en gaf daarbij een van de personages, huisknecht Joseph, een herkenbaar dialect. “En Heathcliff, dâ lekkere ventje, kiek uut met d’n dieje, dâ is me d’n inne! D’r is gin mins die zo lillik kan lachen bij een echte duvelsgrol.”

Twaalf jaar voor deze vertaling kwam Kellendonks debuut Bouwval uit. Ook daarin zit een oude huisknecht. Theet Hundertmark is een krom figuur met een groot hoofd en zonder tanden. Theet is mijn favoriete personage uit Bouwval. Hij houdt het verhaal draaiende en doet dat in zijn eigen taal. “Da’s altied mooi, ’t kerrekhof. ’n Vluchtig weerzien mit de dierboaren is ’t eigelijk. Dan kujje nog effe oan ze dinken, want da willen ze, heur, ze willen da gullie nog effe oan ze dinkt.” 

Hoewel Bouwval zich afspeelt in Alverna, beschouw ik Theet als een Ewijkenaar. Hij heeft namelijk een zus die in ‘Ewiek’ in een huisje aan de dijk woont. Theet zal bij haar zijn laatste jaren slijten en sterven, zo blijkt aan het einde van het verhaal. Het dialect klopt misschien niet, maar ik kan hem niet los zien van het dorp. En omdat Joseph uit Woest Hoogten geïnspireerd is op Theet – hij is een soort van verre neef – bezorgt Theet Ewijk internationale allure. 

Wat ik me afvraag, is waarom er aan de dijk in Ewijk nog geen standbeeld staat van het heerlijke personage Theet Hundertmark. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *