Dansen

Mijn oudste (6) heeft een hekel aan dansen. Zodra iemand in haar buurt begint te bewegen op muziek, haakt ze af. Pas was ze uitgenodigd voor een kinderfeestje met het thema ‘Disco’. Ze wist dat ze de jongste zou zijn, maar dat was niet de reden waarom ze er een beetje tegenop zag. Achteraf vertelde ze dat ze vooral bij de snoeptafel had rondgehangen en met een ballon had gespeeld. 

Zelf ben ik wel een groot liefhebber van dansen. De vrije vorm dan, stijldansen laat ik graag aan anderen over. Als ik aan dansen denk, denk ik toch al snel aan de Zomerfeesten. Pardon, de Vierdaagsefeesten. Ik heb vooral goede herinneringen aan het Valkhofpark, maar ook aan de Waalkade, het Koningsplein, Plein ’44 en een paar stampvolle kroegen. Dat is wat ik het meeste ga missen, de komende week. Net als vorig jaar.

Door de pandemie ben ik volop gaan thuisdansen. Ik weet niet of het al een officieel werkwoord is, maar voor mij in elk geval wel. Ik werk me graag met zwaaiende armen en benen in het zweet. Vroeger lachte ik oudere mensen die uitbundig dansten uit, nu ben ik zelf zo iemand. Al is het dan in mijn eigen huiskamer. 

Maar de lol is telkens van korte duur. Het is toch wel een erg eenzame en eentonige bezigheid. Ik mis inspiratie. Niets kan op tegen dansen tussen andere dansers. 

Als dit niet een tekst op papier zou zijn maar een voordracht op een podium, dan zou ik nu zonder aankondiging het nummer Ik wil dansen van Froukje in laten starten. Drie minuten lang zou ik gekke, ritmische bewegingen maken, zonder iets te zeggen, gewoon luisteren naar de zangeres. 
‘Wat als ik hier voor altijd blijf / de club versmelt met het zweet op mijn lijf / je kan het leven niet herkansen / vanavond moet ik dansen / vanavond moet ik dansen’.  
En dan nog een keer.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *