Naaktslakken

Blijkbaar moest ik helemaal naar Friesland afreizen om te ontdekken dat naaktslakken best mooie beestjes zijn. Ik had ze vast ook op het Lurvinkpad of op het fietspad langs de Schoenaker kunnen vinden, maar dit is wat een vakantie met je kan doen. In de buurt van het dorp met de fantastische naam Ee (in het Fries: Ie) nam ik de tijd om ze eens rustig te bestuderen. Het is wonderbaarlijk hoeveel beweging er in zo’n fraai gevormde slak kan zitten. Alles aan hun lichaam werkt mee, net als bij een slang. En glijdend over het slijmspoor zat er ook behoorlijk wat vaart in dat beestje. 

De naaktslakken staken een fietspad over. Een vreemde behoefte eigenlijk, omdat ze aan de andere kant precies hetzelfde tegenkomen: gras en grond. Met al die fietsers wagen ze bovendien voor niks hun leven, maar dat weet zo’n slak natuurlijk niet. Ik vind het wel wat hebben. Er zit iets zorgeloos in. Ze gaan gewoon, ongeacht de risico’s. Alles zetten ze op het spel om aan de overkant te komen. Zonder angst en in een vloeiende beweging. 

Toen ik in de verte een fietser aan zag komen, kon ik het niet laten om een slak op te tillen en naar de overkant te brengen. Van schrik kromp het dier ineen. Ik pakte er nog een, maar er was geen beginnen aan. Er gleden er tientallen over het asfalt en ze zouden blijven komen. Ook als ik weer op de camping zou zijn. 

Op de camping zag ik dat eindeloze terug bij de trampoline. Mijn dochters klommen er al om acht uur ’s ochtends op. Ze deden allerlei trucjes, maar maakten vooral vrienden op het springvlak. Urenlang speelden ze ‘blinde mol’, door mijn jongste verbasterd tot ‘blindedarm’. Ze hadden geen idee meer van tijd en dachten ook niet aan eten of drinken. Buiten de trampoline was er niets. 

Dan ben je echt even weg. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *