Duofiets

Op een elektrische duofiets zoefden mijn oudste zus en ik dwars door Druten. Het was een heerlijke ochtend met veel zon en een beetje wind. Ik zocht naar een manier om het tempo te vertragen, maar mijn zus vond het heel normaal dat we zo hard gingen.

Bij aankomst had mijn zus zich van haar subtielste kant laten zien. Ze zei dat ze het helemaal niet erg vond dat ik de kinderen niet had meegenomen. Alle aandacht was voor haar en daar maakte ze gretig gebruik van. Ze vertelde uitgebreid over het uitje naar de Efteling en de wespensteek in haar voet.
 
Op de duofiets merkte ik dat ze niet wist wat rechts en links was. Ik twijfelde even of ik dat wel aan een 46-jarige uit moest leggen, maar ik deed het toch. Het ezelsbruggetje met de hand in de vorm van een L leek ze te begrijpen. Toen we vanaf de dijk de Heersweg in sloegen, zei ze zonder van haar hand een L te maken dat we linksaf gingen. Wist ze het of had ze goed gegokt?  Iets verderop haalde mijn zus haar handen van het nepstuur en keek op haar horloge. We kwamen langs het hertenpark en ze stelde voor om even af te stappen. “En dan kunnen we zo nog even naar de Jumbo”.

Ik had haar door: ze was tijd aan het rekken. Haar begeleider had aangegeven dat ze niet om lunchtijd thuis hoefde te zijn. Ze mocht zonder haar huisgenoten eten. Mijn zus wist dat ik niet aan zou schuiven, dus het was iets anders waarom ze de lunchtijd koste wat het kost wilde missen. “Heb je geen zin om met ze te eten?”. “Jawel hoor”. Maar ondertussen deed ze er alles aan om later thuis te komen. 

In de Jumbo, de rit was bijna ten einde, zochten we naar een zalfje dat ze daar helemaal niet verkochten. Mijn zus blijft een mysterie. Tussen de schappen sprak ik haar per ongeluk aan met de naam van mijn jongste dochter. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *