Rijbewijs

Maandag reed een lesauto langzaam achteruit de parkeerplaats af toen ik aan kwam fietsen. Ik stapte af en wachtte even. Zo kon ik letterlijk stilstaan bij het feit dat ik deze week twintig jaar in het bezit ben van een rijbewijs. 

Menigeen die deze mijlpaal bereikt zal er zijn schouders voor ophalen. Maar als je drie keer voor een examen en een tussentijdse toets bent gezakt, en meer dan honderd lessen hebt gehad, is dat toch een ander verhaal.

Twintig jaar het gaspedaal indrukken heeft me naar hoogte- en dieptepunten geleid. Een dieptepunt: die keer dat ik ’s avonds de auto van mijn ouders leende en in het donker naar de Wingerdstraat reed, zonder lichten aan, want ik kon de juiste knop niet vinden. Het is maar een klein stukje, hield ik mezelf voor, terwijl tegenliggers claxonneerden en lichtsignalen gaven. 

Ander dieptepunt: met mijn oudste (toen 3) naar de carwash. Ik had zo mijn twijfels, maar ze wilde heel graag mee. Eenmaal in de wasstraat van de Anac klemde ze zich aan me vast en brulde ze dat ze eruit wou.

Een hoogtepunt: dat ik in één soepele beweging een busje strak langs een gracht in Amsterdam parkeerde. Mijn reisgenoten waren diep onder de indruk en brengen het soms weer ter sprake. Terwijl ik toch echt maar wat deed.

Ander hoogtepunt: de aanschaf van mijn eerste auto, zes jaar geleden. Er bestaat een foto waarop ik trots voor mijn auto sta met mijn dochter onder mijn arm. Een vriendin reageerde: “Het lijkt wel alsof je de baby erbij krijgt.”

De lesauto die de parkeerplaats afreed, kwam ik een half uur later nog een keer tegen. Heel langzaam ging de leerling door een bocht. Precies zo ben ik de vierde keer geslaagd. Ik reed zo traag dat niets me kon ontgaan. Niet de beste aanpak, maar ik heb er al twee decennia profijt van.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *