Oudoom

Vorig weekend leerde ik onverwacht mijn oudoom Wim kennen. Toen ik tegen mijn ouders zei ik dat ik in Angeren ging voordragen, begon mijn moeder over haar oom die daar in 1944 door een bominslag was omgekomen. Vaag herinnerde ik me dat ze er al eens over had verteld. “Er staat een oorlogsmoment, zoek het maar eens op.” 

Nu, dat zoeken hoefde niet, want mijn optreden vond plaats in de protestantse kerk en als ik uit het raam keek zag ik het monument op de dijk staan. Aan de overkant van de straat bevond zich een oorlogsgraf met daarin 27 personen, waaronder Wim. Alles duwde me richting het verleden. En dat in oktober: mijn oudoom stierf in deze maand. 

De volgende dag zei mijn moeder dat ze heel lang niets wist van het bestaan van haar oom. Thuis spraken ze niet over de oorlog, behalve als je je bord niet leegat. Pas later hoorde ze over de bom in Angeren. De 28-jarige Wim was een weekend bij zijn verkering Willemien op bezoek. Ze zaten te eten toen de boerderij waar ze woonde werd geraakt. 

Het verhaal gaat dat het dagen tot weken duurde voordat mijn familie in Neerbosch wist wat er was gebeurd. Contact houden was moeilijk in oorlogstijd. Het voelt wrang dat als ik zijn naam bij Google intyp zijn bidprentje meteen verschijnt. ‘Nog zien we hem heengaan, niets vermoedend van het ontzettende leed, van de groote rampen, die over deze streken zouden neerkomen’, staat op de achterkant van Wims foto.

Na het optreden stond ik met een paar andere schrijvers op de dijk waaraan de boerderij had gelegen. We keken uit op de uiterwaarden. Een van de schrijvers wees op vier populieren in de verte. Ze zagen er alle vier net iets anders uit, maar waren even lang en de takken begonnen steeds op dezelfde hoogte. “Dat is een familie”, zei de schrijver.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *