Allerzielen

Het is bijna Allerzielen en door schrijver Elske van Lonkhuyzen ben ik bezig met het wonderlijke samenspel van woorden en de dood. 

Een tijdje terug wandelde Elske over het kerkhof in Heteren. Daar zag ze een steen waarop geen naam en geen datum stond, alleen maar ‘vader moeder’. Slechts het hoogstnoodzakelijke, zo mooi. Het herinnerde haar aan een haiku die ze gelezen had, van Yosa Buson: 

‘’T is herfst, en avond; 
ik kan alleen maar denken: 
vader en moeder’.

Elke keer als ik de Graafseweg oversteek, kom ik langs een stoeptegel waar een tekst op staat. Bovenaan een naam, onderaan een datum, in het midden: ‘Doodgereden’. Dat harde, rauwe woord is telkens weer een klap in mijn gezicht. Ik voel de woede en wanhoop, en denk vooral aan de mensen die de tegel plaatsten.

Je hebt ook nog de laatste woorden van een stervende. Die kunnen ontroeren, zoals ‘Kam mijn haar’ of ‘Zing voor me’. Soms zijn ze grappig: ‘Ze zouden nog geen olifant kunnen raken van deze afst-’.

Schrijver Marc van der Holst maakte een boekje waarin hij laatste woorden van beroemdheden selecteerde en arrangeerde. Dan krijg je een tekst waarin elke zin van iemand anders is: 
‘Goed, ik denk dat het nu ongeveer tijd is om naar bed te gaan. Dat is alles; ik denk dat ik nu ga slapen. Ik ga slapen. Ik ben zo moe. Ik ben erg moe. Ik wil slapen. Ik ga nu liggen. Laat me nu slapen. Goedenacht.’

Humor kan welkom zijn en dan moet je schrijver Gerjon Gijsbers hebben. Sinds kort werkt hij in het graf- en groenonderhoud op vijf Nijmeegse begraafplaatsen. Hij deelt foto’s van oude grafstenen in het ochtendlicht, met als bijschrift: ‘Another day at the office’. In zijn vrije tijd draagt hij een shirt met de tekst ‘We put the fun in funeral’. De dood, gelukkig hebben we de taal nog. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *