Broer

Zal je net zien, sta je net in de rij voor de muntenkassa als op het podium plaatsvindt waarvoor je naar het feest bent gekomen. Het overkwam mij afgelopen zaterdag bij het Prinsenbal in Beuningen.

De carnavalsvoorbereiding hangt van geheimen aan elkaar, dus toen ik een paar dagen eerder een vaag berichtje van mijn broer kreeg, had ik al een confettigekleurd vermoeden dat er meer aan de hand was. 
‘Kom je naar het Prinsenbal?’, appte hij. 
‘Moet je optreden?’, appte ik terug. 
‘Zoiets.’ 
Later werd ik gebeld door een oude bekende, die me ook uitnodigde zonder iets prijs te geven. Het was duidelijk, ik kon niet anders dan gaan. Op weg naar de Tinnegieter speculeerde ik met mijn ouders. Zou mijn broer adjudant worden?

In de sporthal sloot ik aan in de lange rij voor de muntenkassa. Op het podium, aan de andere kant van de zaal, begon de eerste act al. Ondanks de afstand kreeg ik het goed mee. Een groep gemaskerde schoonmakers poetste het decor, een carnavalsnummer schalde door de speakers. Na het lied bleven twee schoonmakers over, een man en een vrouw. Ik keek naar de rug van de man en kon me niet voorstellen dat die rug van mijn broer was. 

Mijn broers rug bleek een geheim voor me te zijn. De maskers gingen af en daar stond het nieuwe boerenbruidspaar van Beuningen: mijn broer en schoonzus. Eind februari worden ze in de onecht verbonden tijdens een ludieke bruiloft.

Het wierp me 19 jaar terug in de tijd, toen mijn ouders het boerenbruidspaar waren. Iedereen in klederdracht en met klompen aan. Mijn vroegere buurjongen wist het nog goed, vertelde hij, ook al was hij pas 4. Hij verloor die dag zijn eerste tand.

Nu waren alvast nieuwe herinneringen gemaakt: dat ik op het moment suprême in de rij stond en dat ik de rug niet herkende.  

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *