Kinderen voor Kinderen

In het vriendenboekje van een klasgenoot schreef mijn oudste dochter dat ze graag bij het koor van Kinderen voor Kinderen wil. Die wens is van alle tijden, want mijn oudste zus riep dat ook herhaaldelijk, zelfs toen ze al drie keer zo oud was als de koorleden. 

Dankzij mijn zus is Kinderen voor Kinderen een constante factor in mijn leven. De muziek werd grijsgedraaid op onze boerderij in Beuningen. Zeker vlak na Sinterklaas, want elk jaar kreeg ze van de goedheiligman het laatste album cadeau.

Het verbaasde me dat mijn dochter van dat koor droomt. Ze houdt helemaal niet van dansen, terwijl het daar tegenwoordig vooral om draait. Vroeger was het nog gewoon ‘met één been op de stoep en één been in de goot’. Nu kent elk lied veel snelle en strakke choreografie, die zo moeilijk is om in te studeren dat zelfs Beyoncé ervan moet slikken. 

Mijn dochter is het dan ook vooral te doen om de tekst. Ondanks dat de woorden heel snel gaan, houdt ze het goed bij. Een stuk beter ook dan mijn zus, bij wie elke regel eindigde in ‘nanana’. Jammer is wel dat de liedjes van nu niet meer zo persoonlijk zijn en vol details zitten als die van vroeger. Toen ging het over een kerstezel, wakker worden met een wijsje in je hoofd en het verhuizen van Annemiek. Tegenwoordig is het algemener en ligt de boodschap van gelijkheid, solidariteit en meer bewegen er dik bovenop. De teksten worden daar niet per se beter van.

Aan mijn zus gaat dit alles voorbij. Als veertiger voelt ze zich nu toch echt te oud. 
Mijn dochter droomt nog even verder. Ze heeft ook een grotere kans dan mijn zus vroeger om bij het koor te komen. Toen moest je in ’t Gooi wonen en een ‘r’ hebben, maar dat is niet meer zo. Al zullen die danspasjes mijn dochter wel nekken. Helemaal niet erg, vind ik.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *