Jozefs en Maria’s

Als je Jo heet en je bent getrouwd met Maria, dan is het eigenlijk vanzelfsprekend dat je kerstgroepen gaat verzamelen. Inmiddels heeft Jo, vader van mijn vriend Ton, 1300 Jozefs en Maria’s in huis en dan heb ik hemzelf en zijn vrouw niet meegerekend. Sinds woensdag staat een selectie van 240 kerstgroepen tentoongesteld in de kerk van Weurt. Ik ben meteen gaan kijken.

Nieuw is het voor mij allemaal niet. Jaren achtereen ben ik rond kerst bij de familie Smits thuis geweest. Voorzichtig bestudeerde ik de vele groepen die daar in de vensterbanken en langs de muren stonden opgesteld. 

Toch verwonder ik me, al schuifelend door de zijgangen van de kerk, opnieuw over al die beelden. Ze komen uit de hele wereld, van Italië tot Guatemala en van Vietnam tot Malawi. Ze zijn gemaakt van klei, porselein, hout, glas, kunsthars, vilt, wol, blik, papier en zelfs maisblad. Er zitten abstract groepen bij en groepen vol details. Flinke joekels en piepkleine. De kleinste groep is 4 millimeter, Jezus is met het blote oog nauwelijks te zien. 
 
De tentoonstelling vertelt iets over de wereld. Zo zijn de Jozef en Maria van een Poolse groep een stuk groter dan de minder belangrijke figuren in de stal. Ongelijkheid is ook zichtbaar als je let op het materiaal. De groep van porselein komt uit Duitsland, die van maisblad uit Kenia.  

Ik leer ook iets over mezelf. Ik ben opgegroeid met de Westerse Jozef en Maria en het zit er bij me ingebakken dat ze er zo uit horen te zien. Maar de figuren uit bijvoorbeeld Peru en Zuid-Afrika, met andere kleding en andere huidskleur, zorgen ervoor dat mijn perspectief groter wordt en dat ik anders naar de Westerse beelden kijk. 
 
Een kerstboodschap waar geen preek voor nodig is. Je kunt gewoon naar de expositie in Weurt. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *