Regenhaspel

dsc01530Met mijn dochter van anderhalf liep ik een rondje over de boerderij waar ik ben opgegroeid. Hand in hand gingen we steeds verder het erf op, langs de oude koeienstal, de jongveestal en de graskuil. Vooraan in de wei ontdekten we de regenhaspel. Eenzaam, uit het zicht. Mijn dochter vond hem wel interessant, die reuzenslak, een opgerolde slang van 350 meter met op het eind een sproeiwagen. Hij werkt simpel. Je rolt hem uit met de tractor en dan rolt hij zich in 14 uur automatisch weer op terwijl hij het Beuningse gras nat spuit. Maar aan de spinnenwebben zag ik dat hij al een tijdje niet was gebruikt. Het zegt iets over deze zomer, bedacht ik me, als de regenhaspel niet in actie hoeft te komen.
.
aluminium-beregenings-buizen-50-mm-52014929In de keuken beaamde mijn vader dat hij dit jaar nog niet was gebruikt. Mijn broer voegde eraan toe dat ze hem al een paar jaar niet meer gebruikten. Waar zijn toch de zomers gebleven? Ik weet nog dat we vroeger dagen achtereen zeulden met aluminium buizen. ‘De buizen verleggen’ heette dat. Met mijn broer en zussen was ik daar elke dag wel een paar uur mee bezig. We ontkoppelden de buizen en verplaatsten ze dan een voor een naar de volgende wei. Vervolgens moest het allemaal weer aan elkaar worden gekoppeld. Als beloning zette mijn vader de kraan open en renden we onder de waterstralen van de sproeiers door.
.
Nuance sluipt het verhaal binnen. Was deze zomer wel zo slecht? Gras heeft minder water nodig dan andere gewassen. Bij akkerbouwers stonden de sproeiers de afgelopen maanden wel regelmatig aan. Omdat lange droogte uitbleef en de nachten koel waren, hoefden ze bij ons thuis niet te beregenen.
.
Toch zal ik deze zomer niet herinneren vanwege het mooie weer. De nazomer dan weer wel. En mijn dochter? Die zal zich niets herinneren. Ze is immers anderhalf.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Het oude

Er verandert van alles aan de Van Heemstraweg in Beuningen, getuige de omleidingsborden, graafmachines en bergen zand. Maar toen ik weer over het stuk tussen de rotonde en het gemeentehuis heen mocht rijden, wist ik niet goed wat er veranderd was. Ik herinnerde me niet meer hoe het erbij lag voordat het op de schop ging.
.
Zo gaat het vaker. Het geheugen is een zeef en aan een nieuwe weg hoef je nauwelijks te wennen. Zodra je erop mag, weet je niet beter. Met bebouwing precies hetzelfde. De hoogbouw vooraan de Burgemeester Geradtslaan staat er al een paar jaar, maar wat was daar eerst? Geen idee. Verder terug in de tijd: hoe zag De Balmerd eruit voordat het bebouwd werd en waar precies stond De Beundert, mijn basisschool?
.
Ik vind het jammer dat er zoveel verdwijnt. Het is niet alleen nostalgie, het gaat verder dan dat. Als je het oude bewaard, ben je je meer bewust van je omgeving. Een omgeving die al eeuwen oud is, waar generatie na generatie heeft gewoond en gewerkt. Als je daaraan denkt voel je je nietig op een mooie manier: je bent onderdeel van de geschiedenis. Daarnaast maakt het oude een dorp uniek. Het geeft de plek een identiteit. Wat er nu nieuw wordt gebouwd kan in elke woonplaats staan. Zijn er verschillen tussen de nieuwbouwwijken van Ewijk en Hoofddorp?
.
Je kunt ook overdrijven. Het oude opnieuw zichtbaar laten worden werkt niet. Eten wat al een keer is opgewarmd, moet je niet opnieuw opwarmen. De muurtjes bij het torentje aan de Wilhelminalaan zijn daar een goed voorbeeld van. Ze moeten de contouren aangeven van het kasteel dat daar ooit stond. Het is en blijft nep. In Weurt gaan ze de ruïnes in het Grindgat terugtoveren. Nog treuriger: het plan om de Donjon te herbouwen in het Valkhofpark.
.
Wees zuinig op het bestaande oude. Ploeg de boel om, maar ploeg niet alles om.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Snor

photo
Ik zou de man met de bekendste snor van de regio gaan ontmoeten. Een foto van zijn gezicht, die gemaakt lijkt te zijn in de jaren zeventig of tachtig, prijkt al jaren op menig Te Koop-bord. Als je een eindje gaat fietsen, zie je zijn snor overal opduiken in tuinen en op ramen. Vooral in Nijmegen, maar ook in Beuningen, Wijchen, Overasselt en Mook. Vaak heb ik gedacht als ik langs zo’n bord kwam: hoe zou hij er tegenwoordig uitzien? Zou ik makelaar Rob Disbergen herkennen als ik hem op straat tegenkom?
.
Sinds enkele weken ben ik met mijn vriendin op huizenjacht. Op Funda valt ons oog op een huis dat met behulp van Disbergen te koop staat. Ik regel een bezichtiging. Zou hij de snor nog steeds hebben?
.
Het huis ligt op loopafstand van ons appartement. Ik bel aan en de eigenaar van de woning doet open. De makelaar is er nog niet, zegt hij. Ik begin meteen over de snor van Disbergen. De man lacht. Hij snapt wat ik bedoel, maar hij weet ook niet hoe het ermee staat. Hij heeft Disbergen nog niet in levende lijve gezien.
.
Een auto parkeert voor het huis. Het logo met het gezicht van de makelaar beslaat de hele zijkant van de wagen. De man die uitstapt heet Rob, maar hij is jong en hij heeft geen snor. Hij is een van Disbergens medewerkers.
.
Rob leidt me door het huis, waar ik uiteindelijk niets in zie. Op het einde vraag ik hem naar de snor. Ja, zegt hij, de snor heeft hij nog steeds, die gaat echt niet meer weg.
.
Thuis zoek ik via Google naar afbeeldingen van Disbergen. Ik krijg vooral huizen op mijn scherm. Maar er is één foto, een hele kleine, waarop de makelaar voor de deur van zijn kantoor staat. Het lijkt een recente foto te zijn. De snor zit er overduidelijk, maar zijn gezicht is niet goed te zien. Ik zal hem nog steeds niet herkennen als ik hem tegenkom.

Deze column verscheen in De Gelderlander.
.

Uitputtend

De tijd dat ze zelf de Nijmeegse Vierdaagse wilde en dacht te kunnen lopen, ligt alweer heel wat jaren achter haar. Mijn gehandicapte zus houdt het bij de plaatselijke avondvierdaagse. Vijf kilometer op een dag, dat is de max. Het neemt echter niet weg dat deze week traditiegetrouw uitputtend voor haar is. Met de woensdag als zwaartepunt. Dan staat ze in Beuningen langs de kant en kijkt ze uit naar haar vader. Een best lastige klus als je oogsterkte -13 hebt.
.
Maar dat is niet het enige. Ze moedigt ook de overige duizenden lopers aan. Ze klapt, roept, deelt kaas en worst uit en verzamelt highfives. Een soldaat geeft haar een sticker, een vrouw op leeftijd bedankt haar uitgebreid voor de aanmoediging. Aan de overkant van de straat schalt Nederlandstalige muziek uit de boxen. Ze schudt met haar heupen en gooit haar handen in de lucht. En dan komt er onvermijdelijk het moment dat ze even van dit alles bij moet komen. Ze staart naar de grond, terwijl de massa voor haar neus onophoudelijk voorbij stroomt. Een loper tikt op haar arm, maar ze zegt: “Nee, nu even niet.”
.
“Waar blijft papa?,” vraagt ze aan mij.
Zo gaat het elke keer. Volgens zijn sms’je zou hij nu al hier moeten zijn, maar het duurt altijd langer. Ik hou het goed in de gaten en dan zie ik in de verte het bekende petje. Mijn zus loopt tegen de keer in langs de stoet en kijkt en kijkt, maar ze ziet hem niet. “Daar,” zeg ik, en ik wijs hem over haar schouder aan. Toch vliegt ze bijna de verkeerde om de hals. Maar dan heeft ze hem eindelijk vast. Ze knuffelt hem en vraagt of hij iets wil eten of drinken.
.
Eenmaal thuis ploft ze zuchtend neer op een stoel en strekt haar benen.
.
Deze column verscheen in de Vierdaagsebijlage van De Gelderlander.

Eiland

Vrijdag 24 juni 2016, even na elven. Polly Jean Harvey (47 jaar oud, opgegroeid in een dorpje met 465 inwoners, negen albums op haar naam) staat op het podium bij het kalme water van De Groene Heuvels. In haar ene hand heeft ze een stuk papier, in haar andere hand een microfoon.
.
PJ Harvey heeft een lange reis achter de rug. Ze is ’s ochtends wakker geworden in een land dat niet meer bij Europa wil horen. Vervolgens is ze met haar negen bandleden de zee overgestoken, naar Europa.
.
‘Today is a strange day,’ zegt ze op Ewijkse bodem, waarna ze een gedicht van John Donne uit 1624 voordraagt. ‘No man is an island of itself / every man is a peace of the continent, a part of the main.’
.
Op de website van deze krant reageert ene ‘Yuri’ op haar actie. Hij vraagt zich af waarom een zangeres nu zo nodig haar mening moet verkondigen. Maar gaat het hier wel om een mening? Het is eerder een constatering, een relativerende constatering. Je kunt je wel proberen af te sluiten van de wereld, maar je blijft altijd onderdeel van de wereld. Dat is wat het gedicht volgens mij wil zeggen.
.
De actie van Harvey komt niet uit het niets. De nummers die ze de laatste jaren schrijft, gaan over wat er speelt in de wereld. Dat is wat ze wil vertellen. Voor haar nieuwste album trok ze als een soort oorlogsverslaggever naar Afghanistan, Kosovo en Washington DC.
.
De Groene Heuvels is op deze 24 juni een eiland. Je komt er niet zomaar, ook niet als je dichtbij woont. Je moet de auto op een andere plek parkeren en dan nog een lange tocht door de modder. Maar uiteindelijk hoor je de zangeres met het gedicht. Bewuster dan ooit is Ewijk onderdeel van de wereld.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.
Een filmpje van de voordracht van PJ Harvey vind je hier.
.

Selfmade man

Ik was gebeld door een nummer dat ik heel goed kende, maar dat al zeker twee jaar niet meer op mijn telefoonscherm had gestaan. Het was een Weurts nummer en ik wist van wie. Nog voordat ik terugbelde, viel het kwartje waarom ik door dit nummer was gebeld. Mijn goede vriend Ton Smits was weer in het land.
.
Ton is een bijzonder geval. Zonder een opleiding af te ronden maakte hij een wereldreis en belandde uiteindelijk in Thailand, waar een mooi meisje hem aansprak tijdens een busrit. Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en heeft Ton samen met dat meisje een bloeiend bedrijf opgebouwd. Hij verzorgt rondleidingen in drie Nationale Parken in Thailand. Dat doet hij inmiddels niet meer alleen. Zeven freelancers werken voor hem.
.
Een selfmade man dus, maar niet een zoals je zou verwachten. Geen rauwdouwer, geen bluffer met een vlotte babbel. Ton is een slimme, bedachtzame, ijverige jongen met hart voor de zaak. Die zaak bestaat voor hem uit twee afdelingen: de klanten en de natuur. Als hij vloekt, dan vloekt hij op stropers.
.
De afgelopen weken verbleef Ton met zijn vriendin bij zijn ouders. Ik ging daar een keer op bezoek. We kletsten en dronken wat, en op een gegeven moment hadden we het over kinderen die uiteindelijk het huis uit gaan. Tons vader wees op de situatie van zijn zoon en zei met een glimlach dat hij het niet makkelijk vond. Quasi-verongelijkt zei hij tegen Tons vriendin: ‘Door jou zit hij nu daar.’ Waarop zij grinnikend terugwierp: ‘Nee, door hem zit ik nog daar! Ik zou wel hier willen wonen.’
Het was grappig, maar ook ontroerend. Een vader die zijn zoon mist. Ton zat erbij en knikte.
.
Volgend jaar gaat de familie naar Thailand, dat jaar erna komt Ton weer naar Weurt.
Dan verwacht ik een telefoontje.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Kapotte broeken

Ik was in een kledingzaak en daar lagen allemaal broeken met scheuren erin, kapotte broeken. Ik vroeg aan het meisje achter de kassa wie dat had gedaan.
Wie wat heeft gedaan? vroeg ze.
Wie die broeken kapot heeft gemaakt.
Dat was al.
Maar die gooi je dan toch weg?
Nee, dat hoort zo. Die verkopen we.
Die verkopen jullie? Tegen korting zeker?
Nee, de normale prijs.
En mensen kopen dat?
Mensen kopen dat, ja.
Mensen kopen dus kapotte broeken.
Ja.

Rolstoel

Toen mijn tante grapte dat ze ‘behoorlijk gehandicapt’ was, ze had last van haar arm, zei ik: ‘Susan is ook gehandicapt’. Daar werd om gegrinnikt. Het duurde even voor ik de komische, dubbele betekenis van mijn uitspraak doorhad. Ik doelde bij mijn zus op het gebroken middenvoetsbeentje van haar kleine teen. Ze was tegen een tafel opgelopen. Maar mijn zus heeft ook het Down Syndroom. Ze was dus tijdelijk dubbel gehandicapt.
.
De kwetsuur maakte veel indruk op mijn zus. Vlak nadat de diagnose was vastgesteld, belde ze iedereen van de familie op om mee te delen dat haar voet in het gips moest. Maar ze vond het vooral ook interessant. Toen ik de rolstoel voor haar had opgehaald, zat ze ingehouden te juichen. Ze wist dat het niet gepast was, maar zo’n rolstoel is natuurlijk ook gewoon heel leuk.
.
Zes weken zat mijn zus in haar wagentje. Haar humeur bleef goed, het leek zelfs te verbeteren. In de tuin bij mijn ouders gooide ze steeds de bal weg voor de hond, terwijl ze normaal gesproken niets van het beest moest hebben. In huis begon ze me met een lief stemmetje te bestellen. ‘Kun je thee voor me zetten? En een koekje voor me pakken? Die liggen in de kast. Nee, die andere kast.’
.
Samen met mijn moeder maakten we een rondje door het buitengebied van Beuningen. Ik duwde mijn zus. In het parkje tussen de Notenhof en de Hogewaldstraat was het op sommige stukken drassig. Ik moest flink vaart maken, anders zou de rolstoel vast komen te zitten. Mijn zus genoot zichtbaar van de snelle rit.
.
Bij thuiskomst zei mijn moeder: ‘Laat haar nog maar even buiten staan’. Ik zette de rolstoel op de rem en ging naar binnen. Mijn zus keek voor zich uit. Ze vond het allemaal prima. Dit was haar avontuur.
.
.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Fucking Radiohead

Ze kijken naar me als ik voor het podium sta. Ik kom niet uit mijn woorden. Nu weten ze dat ik het weet. Verdomme, ben ik weer de idioot. Thom Yorke glimlacht.
.
Ter ere van het nieuwe Radiohead-album dat is verschenen, publiceerde ik een verhaal op het online magazine De Optimist. Een verhaal waarin Thom Yorke en zijn collega-muzikanten o.a. naar een Nederlandse piratenzender luisteren.

Lees het hier:

Fucking Radiohead

Beuning

20160424_110101

.
Elke keer als ik met de auto van Nijmegen naar Beuningen rij, moet ik aan mijn gehandicapte zus denken. Op het vernieuwde kruispunt van de Industrieweg en de Energieweg staat in grote, witte letters ‘Beuning’ op het asfalt geschreven. De rijbaan is blijkbaar te smal om er ‘en’ aan toe te voegen.
.
Mijn zus spreekt Beuningen altijd uit als ‘Beungening’. Een onmogelijk woord, maar bij haar komt het er vloeiend uit. We hebben haar vaak gecorrigeerd, maar voor mijn zus is ‘Beuningen’ juist een tongbreker.
.
Er zijn meer woorden die bij mijn zus een andere vorm krijgen, zoals kroepoek (‘kroepkroep’), beloofd (‘gebeloofd’) en iPad (eptep). Haar begeleider heet Ton, maar ze noemt hem ‘Tom’. Het is een raar idee dat ze de naam niet kan uitspreken van iemand met wie ze dagelijks omgaat. Zo leeft ze in een soort parallel universum, waar alles net anders wordt verwoord.
.
Het doet me denken aan toen ik net kon lezen en we met de auto naar een tante reden. We kwamen langs een bord waarop ‘Wijchen’ stond. Ik las hardop: ‘Wijchen’ (met een lange ij dus). Mijn vader verbeterde me. ‘Nee, het is Wiechen.’
Wiechen was al vaak gevallen in gesprekken, ik wist dat het een dorp in de buurt was, maar ik had niet gedacht dat je het zo schreef. Er knapte iets. Ik kon er niet over uit waarom het zo werd geschreven. Maar het wende uiteindelijk.
.
Mijn zus heeft het Down Syndroom. Beungening blijft voor haar Beungening, een plaats waar ik nooit ben geweest en nooit zal komen. Tenminste, dat dacht ik. Nu er op de weg ‘Beuning’ staat, verandert er iets. Ik stel me voor dat vrachtwagenchauffeurs die hier niet bekend zijn, het kruispunt passeren en het in hun cabine hebben over ‘Beuning’. Dan is het nog maar een kleine stap naar ‘Beungening’.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.