Magazine ‘Schrijver in huis’

20150121_204217

In oktober 2014 woonde en werkte ik drie weken in een verzorgingshuis in Eindhoven voor het project Schrijver in huis. De teksten die ik tijdens mijn verblijf schreef zijn nu gebundeld in een magazine. Ik had tijdens mijn residentie, net als veel bewoners, geen computer tot mijn beschikking en schreef mijn teksten op gebruikt papier dat ik vond in het verzorgingshuis. Deze papieren zijn integraal opgenomen in het magazine en dat maakt het extra mooi, al zeg ik het zelf.
.
Het magazine is te koop voor € 7,50 (incl. verzendkosten), en wel hier.

20150121_192337

20150121_192520

Vluchtheuvel (Kiezel #3)

Het is nacht en ik maak een kleine wandeling omdat ik niet kan slapen. Het is koud. Ik heb mijn kraag omhoog gezet. De stad is donker en stil, alsof hier niemand woont.
Eigenlijk wacht ik op de man met de hond. De man is kaal en heeft een jaap in zijn gezicht. Het hondje past niet bij hem. Ik kom hem vaak tegen op dit stuk en dan knikt hij altijd vriendelijk. Blijkbaar maakt het hem niet uit dat ik midden in de nacht buiten loop zonder hond en zonder doel. Ik mag van mezelf pas weer naar binnen als ik de man met de hond ben tegengekomen.
En dan lijkt het net alsof Kiezel daar op die vluchtheuvel staat. Het is moeilijk te zien, omdat er bijna geen straatverlichting is. Ik doe een stap vooruit en achteruit. Ik schrik. Precies haar gestalte. Het moet haar wel zijn. Kiezel kijkt mijn kant op. Ze zegt niets. Ze oogt hulpeloos. Ik knipper met mijn ogen en ik kijk en ik kijk. Nog steeds weet ik het niet zeker.
Ik moet iets doen.
Er rijdt een auto voorbij en dan zie ik dat het Kiezel niet is. Het is een omgebogen verkeersbord. Achter me hoor ik een hond ademen. Ik merk dat ik net zo gebogen sta als dat bord.

 

Kat (Kiezel #2)

Aan het eind van de middag tref ik Kiezel in kleermakerszit op de stoep voor mijn deur. Ze heeft een gevlekte kat in haar handen.
‘Zit je hier al lang?’
‘Een tijdje. Is het geen schatje?’
Ze houdt de kat omhoog. Het dier heeft meteen haar nagels uit staan.
‘Ik vind die vlekjes zo leuk,’ zegt Kiezel. ‘Drie kleuren, zie je dat?’
‘Was je van plan om aan te bellen?’
‘Nee.’
Kiezel zet de kat weer voor haar op de grond en aait haar steeds opnieuw, ook al is het duidelijk dat het beestje weg wil.
‘Ik zit al de hele tijd na te denken over een naam. Als het een mannetje was zou ik hem Gorbatsjov noemen, maar nu weet ik het niet zo goed. Ik heb weinig inspiratie vandaag.’
De kat glipt uit haar handen en steekt de straat over. Kiezel kijkt haar na.
‘Is ze niet van jou?’ zeg ik.
‘Nee, alsjeblieft niet zeg. Al die haren in huis. Hoe zou jij haar noemen?’
‘Wil je iets drinken?’
‘Nee.’
‘Je mag best binnenkomen.’
Kiezel schudt haar hoofd. Dan komt ze overeind en veegt het zand van haar achterwerk.
‘Ik ga maar weer eens op huis aan. Ik ben hier al best wel lang.’
Ze steekt haar hand op. Ik steek mijn hand op. Ze loopt weg.

Voorkruipen (Kiezel #1)

Kiezel kruipt in winkels altijd voor. Gewoon om te kijken hoe de mensen die netjes op hun beurt wachten reageren. Volgens Kiezel staan de winkels in Nederland vol met wachtende mensen die met een verbeten hoofd iedere nieuwkomer nauwlettend in de gaten houden.
We lopen over de stoep door de sneeuw. Kiezel glijdt een paar keer bijna uit, maar ik hou haar overeind. Ze merkt het niet op, ze gaat helemaal op in haar verhaal.
‘Er wordt heel wat afgewacht,’ zegt ze. ‘En ondertussen speelt iedereen  politieagent.’
Pas liep ze een Italiaanse broodjeszaak binnen. Een vrouw kon zich niet bedwingen en duwde haar weg. Met een priemende vinger had de vrouw naar haar gewezen. Zij moet als laatste, had de vrouw gezegd.
Kiezel lacht.
‘Daar doe ik het voor,’ zegt ze. ‘Ik zei tegen die vrouw: goed zo. Ze begreep er niets van.’
Kiezel houdt halt. Ze hurkt en raapt met haar handschoenen  wat sneeuw bij elkaar. Ze wil de sneeuw in mijn gezicht gooien, maar dan bedenkt ze zich en laat het uit haar handen vallen.
‘Ik weet dat jij je ook aan mij zou hebben geërgerd in die broodjeszaak,’ zegt ze. ‘Maar jij laat het gebeuren. Je staat met je handen op de rug en je verbijt je. Je doet niets. Dat is misschien nog wel het ergste.’

De Ruwe Gelderlander en Ondercast

Wat ze ook zeggen over het afgelopen jaar: 2014 heeft in elk geval twee mooie, nieuwe literaire initiatieven gebracht. Niet alleen omdat ik er in/op mocht publiceren, al helpt zoiets altijd mee, maar omdat het waardevolle en verrassende toevoegingen zijn aan het literaire aanbod.
.
image-4670493
.
Literair tijdschrift Op Ruwe Planken ging de samenwerking aan met Dagblad de Gelderlander en dat leverde door het jaar heen drie fraaie, avontuurlijke literatuurbijlages op in de krant. Een regionale krant dat zoveel aandacht besteed aan literatuur: hulde! In de laatste editie staat een kort verhaal en een stiftgedicht van mijn hand. Zie de krant van zaterdag 13 december.
.
cropped-oc-nieuwlogodef
.
Alleskunner Dennis Gaens kwam op de proppen met de maandelijkse literaire podcast Ondercast. Het betere radiowerk. Voor de kerstaflevering sprak ik een soort prozagedicht in. Tenminste, ik denk dat je het zo kunt noemen. Beluister Onderkerst hier >>
.

De reis naar Dreumel

Een ode aan Frans Kusters
.
In het al wazig wordende licht van de avondzon liep ik met Liesbeth naar de Groesbeekseweg.
(uit: Eerste biecht)
.
De parabel van de talenten hoorde ik voor het eerst op een zomerse zondagochtend in de Sint Jozefkerk aan het Keizer Karelplein.
(uit: De verdeling van de talenten)
.
Op een van de zonovergoten achterbalkonnetjes van de Hugo de Grootstraat kamde een oude man in zwembroek een ivoorkleurige kat.
(uit: Een zomermiddag, lang geleden)
.
aui_kusters_f_37841
.
In de verhalen van Frans Kusters wemelt het van de Nijmeegse straatnamen, vooral in zijn laatste bundel Paarse dingen. Waarschijnlijk is er geen enkele schrijver die Nijmegen zo vaak als decor voor zijn verhalen gebruikt als Kusters.
Toch wilde hij geen Nijmeegse schrijver genoemd worden. Bij zijn overlijden las ik in een artikel dat Jos Joosten, hoogleraar letterkunde aan de Radboud Universiteit, toen hij directeur was van het Wintertuinfestival in de folder had gezet: ‘de Nijmeegse schrijver Frans Kusters’. Hij had een boze brief van Kusters gekregen. Een schrijver uit Amsterdam noemde je toch ook geen Amsterdamse schrijver?
De reactie van Kusters is begrijpelijk, maar zo gaan die dingen. Als je in Nederland schrijver bent en niet in Amsterdam woont, moet dat genoemd worden, het is een welhaast exotisch gegeven. De Amsterdammers vinden het bijzonder en vooral onbegrijpelijk dat je niet in hun stad woont, de mensen uit je eigen stad snappen het ook niet helemaal en willen graag weten waarom je toch in hemelsnaam in hun stad blijft.
Anton Dautzenberg, woonachtig in Tilburg, zei op een symposium in zijn eigen stad, waarbij hem was gevraagd iets te zeggen over die stad, dat hij niet van die stad was. Hij was van geen enkele stad; hij woonde in zijn hoofd.
Gummbah, ook Tilburger, vertelde een keer dat ze in Amsterdam altijd lachen als hij na een optreden of een feestje zegt dat hij terug moet naar Tilburg. Ze denken dat het een grap is, dat hij nog doet alsof hij in Brabant woont maar al lang verhuisd is naar de hoofdstad.
. Lees verder De reis naar Dreumel

Schrijver in huis

De afgelopen drie weken verbleef ik als artist in residence in verzorgingshuis Vitalis Berckelhof in Eindhoven. In deze periode was ik niet alleen verstoken van jonge mensen, maar ook van internet, omdat de ouderen niet of nauwelijks online gaan. Daardoor zijn alle teksten voor dit project met pen op papier gezet. Hiervan werden foto’s gemaakt en die werden weer geplaatst op een website, voor belangstellenden van buitenaf. Hieronder zijn twee voorbeelden van teksten te vinden. Ook heb ik elke dag een audiodagboek ingesproken. Al mijn bijdragen zijn hier na te lezen en te beluisteren: www.schrijverinhuis.nl/verhalen
.
(Klik op foto voor vergroting)
p1030520

.
p1030588

Opa

Mijn opa zat in de gemeenteraad. Hij werkte zelfs een paar jaar als wethouder, wat je er in die tijd gewoon bij kon doen. Hij was boer. Een boer met een mening. Mijn opa kon uren praten over politiek. Het verhaal gaat dat hij op sommige verjaardagen in het dorp niet meer welkom was, omdat hij altijd maar bleef doorzagen over lokale kwesties.
..
Dit is allemaal voor mijn tijd. De enige keer dat ik mijn opa over politiek hoorde praten was in het verzorgingshuis. We zaten in de gemeenschappelijke ruimte met appelsap en een koekje. Hij had het over verkiezingen en noemde namen van partijen en van raadsleden. Mijn vader praatte er doorheen zonder dat opa het in de gaten had. Hij vertelde dat opa in de gemeenteraad had gezeten en wethouder was geweest. Dat wist ik nog niet. Het vervulde me van trots. Ik liet mijn koekje liggen en luisterde geconcentreerd naar opa. Het verhaal moest wel belangrijk zijn, maar het was lastig te volgen want het waren allemaal nieuwe namen voor mij. Ik pakte pen en papier en schreef op wat hij zei. Het ging snel, ik kon er geen wijs uit.
Toen kwam ik op het idee om de verkiezingen na te spelen. Ik haalde een schaal uit de keuken van het verzorgingshuis die ik gebruikte als stembus. Ik knipte een vel papier in vier stukken: de stembiljetten. Op de biljetten schreef ik de partijen die hij had genoemd en tekende er steeds een vierkantje achter. Ik vroeg of er nog meer partijen waren, maar hij reageerde niet. Hij bleef doorpraten over de verkiezingen. Er was iets met een man, ik begreep het niet. Mijn moeder vulde het lijstje van de partijen aan.
De verkiezingen konden beginnen. Ik deelde de stembiljetten uit aan mijn vader, mijn moeder en mijn opa. Ik legde het stembiljet voor hem neer, stopte een pen in zijn hand, en zei dat hij een partij moest aankruisen. Hij wierp een blik op het biljet en keek toen weer voor zich uit, praatte op serieuze toon door over die man. Ik zei dat ik het wel even voordeed. Ik legde mijn stembiljet naast de zijne, koos een partij waarvan ik dacht dat hij die zou kiezen en zette met mijn eigen pen een kruisje in het vierkantje. Opa lette niet op mij, hij praatte door. Hij had nog steeds de pen in zijn hand. Ik tikte op zijn arm. Hij keek mijn kant op. Toen zei mijn moeder dat het wel mooi was geweest, dat de verkiezingen nu waren afgelopen. Ik pakte snel opa’s biljet en zette een kruisje bij de partij waarvan ik dacht dat hij die zou kiezen. Ik verzamelde de biljetten van mijn ouders en keek welke partij de meeste stemmen had. Het was de partij waarvan ik dacht dat hij die zou kiezen.
.
Een paar maanden later stopte het gepraat van mijn opa. Hij zei niets meer, vaak had hij zijn ogen dicht. Niet lang daarna moesten we hem voeren. Niet lang weer daarna bleef hij de hele dag op bed liggen. Op een dag zei mijn moeder dat ik niet naar school hoefde en dat ik hem nog een keer mocht zien. Hij ademde heel langzaam en had een blauw gezicht. Ik hield zijn hand vast en dacht aan de verkiezingen. Ik stelde hem voor als wethouder. De volgende ochtend stierf hij..
.
Toen ik voor het eerst mocht stemmen, was dat voor de gemeenteraad. Mijn opa en oma van de andere kant waren inmiddels ook overleden. De vrouw van de wethouder was de enige overgeblevene van mijn opa’s en oma’s. Met haar speelde ik Rummikub. Ik vertelde over de verkiezingen en dat ik aan opa moest denken. Ze glimlachte, maar zei verder niets. We zaten in de gemeenschappelijke ruimte van hetzelfde verzorgingshuis.
De tweede keer dat ik mocht stemmen, voor de Tweede Kamer, was ook zij overleden.

..
Van 13 oktober tot en met 2 november ben ik terug in een verzorgingshuis. Voor het project Schrijver in huis verblijf ik drie weken in Vitalis Berckelhof in Eindhoven. De verhalen die ik in deze periode schrijf, worden gepubliceerd op de site van Schrijver in huis en op de speciale Facebookpagina.  

Fruit (5)

‘s Avonds is er een buikje, ‘s ochtends niet.
‘s Avonds zegt ze: Ik wil geen buik.
‘s Ochtends zegt ze: Ik wil een buik.
Ik zeg: Tjonge jonge, wat een problemen allemaal.

Ik slaap slecht. Steeds draai ik me om, zo rustig mogelijk om haar niet wakker te maken. Uiteindelijk stap ik uit bed en begin door het huis te spoken. Ik denk aan mijn werk, aan alles wat deze week nog gedaan moet worden. Ik lees een boek tot ik niet meer kan en ga weer in bed liggen. Ik droom over alles, behalve over het kind. Onder de douche wrijf ik in mijn ogen. Als ik nu al slecht slaap, hoe moet dat dan als het kind er is? Of heb ik juist een voorsprong?

Er moet nog veel geregeld worden. We zitten stilletjes aan tafel, terwijl ze de verzekeringsmaatschappij belt. Een vrouwelijke robot loodst haar door het menu. Als ze haar vraag stelt, zegt de robot dat ze harder moet praten, dat ze waarschijnlijk in een drukke ruimte staat en beter een rustige plek op kan zoeken. We gniffelen. Ze wacht even, haalt dan diep adem en stelt met verheven stem dezelfde vraag.
.
Paprika, granaatappel, banaan, mango. We weten nu dat het een meisje wordt. Dat was even spannend, maar vooral omdat het nu zeker is dat het geen jongen zal zijn. Zij dacht altijd al aan een meisje en ik had geen idee, want ik draag het kind niet. Voor een meisje hadden we al een naam, voor een jongen nog niet. Eigenlijk zijn we er helemaal klaar voor.
.
Ze zegt dat het schopt. Dat ze schopt. Heel zacht. Het kriebelt. Ik leg mijn hand op haar buik, op de plek waar ze iets heeft gevoeld, en wacht een minuut. Niets. Ik trek mijn hand weg. Zo gaat het elke keer.
Van een collega leent ze een stethoscoop. Ik doe hem op. De oordoppen drukken pijnlijk hard op mijn oren. Ik verplaats het membraan over haar buik. Volkomen stil. Het kind laat niets merken. Alleen het kraken van de stethoscoop zelf is te horen.
.
Op het voetbalveld spreek ik een man wiens vrouw over een paar weken is uitgerekend. Ze is zangeres. Hij vertelt dat haar stem is veranderd door de zwangerschap. Voller, dieper, mooier. Ik denk aan het telefoontje met de robot van de verzekeringsmaatschappij, zo zacht praatte ze altijd al. Ik vraag de man of het voor zijn vrouw blijvend zal zijn. Nee, zegt hij, als het kind er is, wordt haar stem weer zoals het altijd was. De concerten die ze nu geeft zijn daarom extra bijzonder.
.

Op de wc liggen tijdschriften over zwanger zijn en het ouderschap. Ik heb er nooit naar omgekeken, maar nu blader ik er een door. Het gaat over de baarkruk, de moeder-constellatie en tips voor kolven. Ik blijf hangen bij  een artikel dat bestaat uit quotes van celebrities. Johnny Depp zegt: Alles wat ik deed tot 27 mei 1999 was een soort illusie: bestaan zonder te leven. De geboorte van mijn dochter bracht me pas echt tot leven. Chris Martin zegt: Je borsten zijn tien keer zo groot geworden. Je cuppmaat is van A naar D gegaan. Voor jou niet altijd leuk, maar voor mij is het fun. I ain’t no baddie, I am your baby’s daddy.

In mijn agenda schrijf ik, tussen deadlines, verjaardagen en afspraken: kind erkennen.