Chips (Kiezel #9)

De deur staat open. Ze ligt onder de tafel. Ik had al het voorgevoel dat er iets aan de hand zou zijn, nog voor ik vanmorgen naar buiten ging.
Ik til haar op en leg haar op de bank. Met grote ogen kijkt ze me aan.
‘Waar ben ik? Hoe kom ik hier?’
‘Dit is jouw huis.’
Ze staart uit het raam. Het is midden op de dag.
‘Een vogel,’ zegt ze.
Maar er is geen vogel.
‘Daar op het balkon.’
Maar er is geen balkon.
Vanuit het raam kijk je uit op een flat. Overal hangt vitrage voor de ramen, verder is er niets te zien. Alsof er niets gaande is. Het is bewolkt. Er hangt een grijze lucht. Ik doe de lamp aan.
‘Ik heb zin in chips,’ zegt ze. ‘Chips en cola.’
Dan valt ze in slaap.
Ineens staat er een huisgenoot in de kamer. Ik heb haar nog nooit gezien. Het is een lange, smalle vrouw met een lange jas aan.
‘Wat moet jij hier?’
‘Ik ben hier voor Kiezel. De deur stond open. Ze lag onder tafel en ze wist niet meer waar ze was.’
De huisgenoot lijkt niet verbaasd. Ze kijkt naar de slapende Kiezel.
‘O ja.’
Dan loopt ze de trap op.
Even later is Kiezel wakker en frunnikt ze aan haar pyjama.
‘Ik weet soms niet hoe ik me moet gedragen,’ zegt ze.

 

Geen conclusies

Vernam op een en dezelfde dag dat de nieuwste trend bij moderne dans is dat er gewoon niet meer wordt gedanst en dat in een Achterhoeks dorpje de fanfare niet meer mag meelopen in de carnavalsoptocht omdat er anders geen toeschouwers zijn.
Laat ik hier verder maar geen conclusies aan verbinden.

Baantjer (Kiezel #8)

Kiezel geeft me een glas Kamillethee. Het is de enige thee die er nog in huis is, vertelt ze. Haar huisgenoten drinken thee bij het leven.
Ze loopt nog steeds in een pyjama rond. De stadsplattegrond met de cirkels heeft ze in de gezamenlijke boekenkast gefrommeld. Ik vraag of ze daarmee nog naar het stadhuis is geweest.
‘Ik wilde een afspraak maken met een persoon waarvan ik van tevoren de naam weet, maar zij willen dat ik een nummertje trek. Nou, dan niet.’
We kijken een aflevering van The Bridge. Kiezel merkt op dat politieseries die meer willen zijn dan Baantjer altijd van mindere kwaliteit zijn.
‘Bij Baantjer gaat het zoals het hoort: moord, opgelost, moord, opgelost, moord, opgelost. Maar bij dit soort series loopt het volledig uit de hand. Dat daar maar twee rechercheurs aan het werk zijn, daar kan ik met mijn hoofd niet bij.’
Ik ben op mijn hoede. Elk moment kan ze zeggen dat er niets aan de hand is, dat ze voor de lol al dagen thuis zit en in een pyjama rondloopt, en dan zal ze vragen wat ik hier eigenlijk kom doen. Maar aan het einde van de aflevering begint ze te snikken.
‘Ik ben blij dat je er bent,’ zegt ze, wrijvend in haar ogen. ‘Je vraagt niet wat er is, dat is fijn.’
Ze neemt een slok thee en kijkt me dan aan.
‘Vind je mij écht aardig?’

Melkdroom

Ik zeg tegen mijn dochter dat ze een babyface heeft en dat dat goed is. Ze reageert niet. Ze snurkt. Af en toe smakt ze. Ze zit midden in een melkdroom.

Later huilt ze en zing ik zachtjes Kortjakje voor haar en bedenk me te laat dat dat eigenlijk een hoerenliedje is. Ik zing een hoerenliedje voor mijn dochter, maar ik kan halverwege het liedje niet ineens stoppen. Ik moet er even doorheen.

Ik moet denken aan de kraamverzorgster, in die eerste dagen. Elke ochtend begon ze haar werkdag met het een voor een openen van de poepluiers uit de nacht. Ze was heel blij met die luiers. Ik mis haar.

Drie dagen (Kiezel #7)

De man met de jaap in het gezicht spreekt me aan op straat. Hij vraagt naar Kiezel zonder dat hij haar naam kent. Hij heeft het over ‘dat meisje waar ik je vaak mee zie’. We staan bij de rotonde. Zijn hondje loopt voor ons uit en test de grenzen van de riem. De man is Kiezel al zeker drie dagen niet meer tegengekomen op straat. Het valt hem op.
‘We moeten elkaar toch een beetje in de gaten houden,’ zegt hij.
Ik haal mijn schouders op en zeg dat ik van niets weet, dat ik haar maar om de zoveel tijd spreek. De man kijkt me onderzoekend aan.
‘Misschien moet ik me er niet mee bemoeien.’
Ik begrijp niet wat hij bedoelt. Hij knikt vriendelijk naar me, trekt aan de riem en loopt weg.
De rest van de middag bevind ik me in de straat van Kiezel. Het voortuintje ziet er verzorgd uit, de gordijnen zijn open. Niets wijst erop dat ik me zorgen moet maken, maar misschien is het juist daarom dat ik me zorgen maak. Twee keer loop ik naar de deur om aan te bellen, maar ik doe het niet. Ze zal me uitlachen, iets stoms zeggen. Uiteindelijk bel ik toch aan. Het duurt even, maar dan gaat er een raampje open op de bovenverdieping. Kiezel heeft een pyjama aan.
‘Hè, hè,’ zegt ze, ‘daar ben je.’

Esmee (Kiezel #6)

Op een bankje in het Westerpark zit Kiezel met een meisje. Ik loop van achteren naar ze toe. Het meisje heeft donkerbruin haar, heel lang, het valt over de rugleuning. Kiezel kan niet stil zitten. Ze wiebelt onophoudelijk, alsof ze op wil staan maar nog zoekt naar het juiste moment.
Ze schrikt als ze merkt dat ik naast het bankje sta.
‘Dit is Esmee,’ zegt ze.
Esmee glimlacht en schudt mijn hand. Het is een mooi meisje.
‘Ze komt uit Zwartenoude, ze is een dagje over,’ zegt Kiezel.
Aan Esmee legt ze uit dat ze me al een tijdje kent, al toen ze nog in het dorp woonde.
‘Maar hij heeft daar nooit gewoond, hoor.’
‘Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?’
‘Dat weet ik niet meer,’ zegt Kiezel.
Esmee kijkt me vragend aan. Ik haal mijn schouders op, al had ik haar het hele verhaal kunnen vertellen.
‘Ik denk dat het gaat sneeuwen,’ zegt Kiezel.
Ze staat op van het bankje. Esmee volgt haar.
‘Loop je een stukje met ons mee?’ zegt ze tegen mij.
‘Laten we het overdoen,’ zegt Kiezel.
Esmee en ik kijken elkaar aan.
‘Overdoen? Wat overdoen?’ zeg ik.
‘Dat je ons tegenkomt. Dan stellen we elkaar dezelfde vragen, maar geven we andere antwoorden.’
Kiezel maakt een pirouette en strekt haar armen naar ons uit. Ze wacht tot we allebei een hand van haar vastpakken.  

Fruit (Epiloog)

goodoldpolly

Het is diep in de nacht. Driekoningen, volle maan. In de slaapkamer zoemt het verwarmingskacheltje dat ik twee dagen geleden heb gekocht. Op mijn borst rust een mensje. Amper drie kilo, maar zo enorm groot in betekenis dat het nauwelijks te bevatten is.
Ik had een kwetsbaar kind verwacht, te klein voor de wereld, bangig, maar het kind op mijn borst ligt er zorgeloos bij. Ze heeft haar ogen gesloten en vertrouwt helemaal op mij. Het maakt me rustig. Ik heb een dochter.

Die laatste weken ging het van een ananas naar een watermeloen. We verhoogden het bed, volgden een cursus en reden naar Dordrecht voor een tas vol kinderkleertjes.
Soms vergeet ik dat ik zwanger ben, zei ze.
Maar die buik was moeilijk weg te denken. Het was een boei in bed. Soms, als ik in een droom dreigde te verdrinken, hield ik me vast aan die boei.

Eigenlijk had ik al een kind gekregen. Ik moest haar aankleden, haar veters strikken en haar rugzak dicht doen. De verloskundigen en verpleegkundigen beschouwden haar af en toe ook als een kind. Steeds weer werd het belang van de euromunt benadrukt. Stel dat je naar het ziekenhuis moest, dan had je een euromunt nodig voor de rolstoel. Zelfs op de checklist van de kraamzorg kwam hij voorbij, die fucking euromunt. Een keer schrok ze badend in het zweet wakker en riep: de euromùùùùùnt!

Tijdens een van onze bezoeken aan mijn ouders noemde ik per ongeluk de naam van het kind. Ik had het niet meteen in de gaten. Ze zat tegenover me en ik schrok van haar blik. Mijn moeder was niet in de buurt, maar mijn vader zat naast me. Hij deed alsof hij het niet had gehoord. Misschien had hij het ook echt niet gehoord. Ik wist het niet en ik kon er niet tegen hem over beginnen.
Het kind zou dezelfde naam krijgen als de hond die mijn ouders veertien jaar hadden gehad en die acht jaar geleden was overleden. Geen bewuste keuze, we vonden het gewoon een mooie naam. Ik had nog wat uit te leggen.

Nu zijn de dagen voorbij voordat ze goed en wel op gang zijn gekomen. Ik leer woorden als troostborst, poepmoment, huidhonger en regeldagen. De eerste luiers zitten vol smeerolie, daarna is het mosterd. Telkens als ze tegen de baby praat, geef ik antwoord omdat ik denk dat ze het tegen mij heeft. Ik heb al verschillende keren het badwater weggegooid. Zonder kind, welteverstaan. De kraamverzorgster moet er ook om lachen, al weet ik niet of ze het begrijpt.

Ik bel mijn moeder en vertel uitgebreid hoe de bevalling ging. Ik nodig haar en mijn vader uit om op bezoek te komen.
Da’s goed, da’s goed, zegt ze, we komen er meteen aan. Maar je hebt nog niet gezegd hoe ze heet. Hoe heet ze?
Ik zeg tegen mijn moeder dat ze even rustig moet gaan zitten.
Polly, zeg ik.
Haar reactie valt mee en die van mijn vader ook. Of misschien weten ze het goed verborgen te houden. Hij heeft mijn verspreking in elk geval niet in de gaten gehad, zegt hij. Een van de cadeaus die we van hen krijgen is een boekje van Polly de pony.

Ze is er. In alle hevigheid.
Ze hikt, piept, burpt, zwaait met haar armen, trekt rare gezichten. Alles is anders en dat voelt goed. Maar af en toe loop ik zonder gedachten de slaapkamer binnen en dan schrik ik van het wiegje met Polly erin. Ik was haar weer even helemaal vergeten.
.
.

Lees hier de eerdere stukken uit de serie Fruit.

Supermarkt (Kiezel #5)

Kiezel heeft moeite met supermarkten. Ze vindt ze te groot, te onpersoonlijk en voorkruipen is er lastig. We doen samen boodschappen omdat we elkaar vanmorgen al zijn tegengekomen, maar zij is veel eerder bij de kassa. Het lukt haar om voor te kruipen, onder het mom van: kijk, ik heb maar een paar boodschappen.
Als we elkaar later treffen bij de ingang, knikt ze naar het hondje dat is vastgebonden aan een reclamebord. Het is de hond van de man met de jaap in het gezicht.
‘Wat me opvalt is dat iedereen die naar buiten komt alleen aandacht heeft voor dat hondje,’ zegt Kiezel. ‘Er zijn zeker twintig mensen langs gelopen en niemand keek me aan. Is er dan niemand die me ziet staan?’
‘Ik zie je staan.’
Kiezel buigt zich naar het hondje en aait de rug van het beestje.
‘Ik voel me best wel eenzaam,’ zegt ze.
‘Ik ben er toch.’
‘Jij ja. Maar jij voelt je ook eenzaam, nog steeds, na al die jaren.’
‘Da’s niet waar.’
‘Je hebt het zelf niet in de gaten.’
‘Jij ziet dingen die er niet zijn.’
Kiezel maakt het hondje los.
‘Wat doe je nu?’
Verbaasd kijkt het hondje om zich heen en loopt dan weg. De riem sleept achter het beestje aan.
‘Ik stel een daad,’ zegt Kiezel. ‘En nu blijf ik hier mooi nog even staan.’

 

Begrijpen (Kiezel #4)

Kiezel laat me binnen. Ze doet alsof ik bij haar heb aangebeld, maar in feite riep ze me toen ik langs haar huis liep.
Op tafel ligt een uitgevouwen stadsplattegrond. Her en der heeft ze met een zwarte stift een cirkel gezet.
‘Ik wil de stad begrijpen,’ zegt ze.
‘Begrijpen?’
‘Ja, dat doe ik door alles wat ik niet begrijp te markeren. Het valt me eigenlijk nog best mee. In mijn hoofd was het meer.’
Ze wijst naar een omcirkelde plek, het is het kruispunt van de Marialaan, de Krayenhoflaan, de Tunnelweg, de Koninginnelaan en de Tweede Oude Heselaan.
‘Het zijn vooral kruisingen die ik niet begrijp,’ zegt ze. ‘Dan sta ik daar stil met m’n fiets en dan weet ik niet eens voor welk stoplicht ik wacht, laat staan wáár ik precies over moet stekenHeb jij dat nooit?’
‘Jawel. Zeker bij dit kruispunt.’
‘En hoe lang woon jij hier ook al weer?’
‘Negen jaar.’
‘Ik zit hier nu vier maanden. Ik moet er niet aan denken dat ik over acht jaar nog steeds met dezelfde vragen zit.’
‘Wat wil je eraan doen?’
‘Naar het stadhuis en dan alle plaatsen bespreken.’
We blijven een tijdje bij de tafel staan. Ik tel veertien omcirkelde plekken, sommigen in wijken waar ik nog nooit ben geweest.
‘Maar waar kom je eigenlijk voor?’ zegt Kiezel. 

 

 

Magazine ‘Schrijver in huis’

20150121_204217

In oktober 2014 woonde en werkte ik drie weken in een verzorgingshuis in Eindhoven voor het project Schrijver in huis. De teksten die ik tijdens mijn verblijf schreef zijn nu gebundeld in een magazine. Ik had tijdens mijn residentie, net als veel bewoners, geen computer tot mijn beschikking en schreef mijn teksten op gebruikt papier dat ik vond in het verzorgingshuis. Deze papieren zijn integraal opgenomen in het magazine en dat maakt het extra mooi, al zeg ik het zelf.
.
Het magazine is te koop voor € 7,50 (incl. verzendkosten), en wel hier.

20150121_192337

20150121_192520