Selfmade man

Ik was gebeld door een nummer dat ik heel goed kende, maar dat al zeker twee jaar niet meer op mijn telefoonscherm had gestaan. Het was een Weurts nummer en ik wist van wie. Nog voordat ik terugbelde, viel het kwartje waarom ik door dit nummer was gebeld. Mijn goede vriend Ton Smits was weer in het land.
.
Ton is een bijzonder geval. Zonder een opleiding af te ronden maakte hij een wereldreis en belandde uiteindelijk in Thailand, waar een mooi meisje hem aansprak tijdens een busrit. Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en heeft Ton samen met dat meisje een bloeiend bedrijf opgebouwd. Hij verzorgt rondleidingen in drie Nationale Parken in Thailand. Dat doet hij inmiddels niet meer alleen. Zeven freelancers werken voor hem.
.
Een selfmade man dus, maar niet een zoals je zou verwachten. Geen rauwdouwer, geen bluffer met een vlotte babbel. Ton is een slimme, bedachtzame, ijverige jongen met hart voor de zaak. Die zaak bestaat voor hem uit twee afdelingen: de klanten en de natuur. Als hij vloekt, dan vloekt hij op stropers.
.
De afgelopen weken verbleef Ton met zijn vriendin bij zijn ouders. Ik ging daar een keer op bezoek. We kletsten en dronken wat, en op een gegeven moment hadden we het over kinderen die uiteindelijk het huis uit gaan. Tons vader wees op de situatie van zijn zoon en zei met een glimlach dat hij het niet makkelijk vond. Quasi-verongelijkt zei hij tegen Tons vriendin: ‘Door jou zit hij nu daar.’ Waarop zij grinnikend terugwierp: ‘Nee, door hem zit ik nog daar! Ik zou wel hier willen wonen.’
Het was grappig, maar ook ontroerend. Een vader die zijn zoon mist. Ton zat erbij en knikte.
.
Volgend jaar gaat de familie naar Thailand, dat jaar erna komt Ton weer naar Weurt.
Dan verwacht ik een telefoontje.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Rolstoel

Toen mijn tante grapte dat ze ‘behoorlijk gehandicapt’ was, ze had last van haar arm, zei ik: ‘Susan is ook gehandicapt’. Daar werd om gegrinnikt. Het duurde even voor ik de komische, dubbele betekenis van mijn uitspraak doorhad. Ik doelde bij mijn zus op het gebroken middenvoetsbeentje van haar kleine teen. Ze was tegen een tafel opgelopen. Maar mijn zus heeft ook het Down Syndroom. Ze was dus tijdelijk dubbel gehandicapt.
.
De kwetsuur maakte veel indruk op mijn zus. Vlak nadat de diagnose was vastgesteld, belde ze iedereen van de familie op om mee te delen dat haar voet in het gips moest. Maar ze vond het vooral ook interessant. Toen ik de rolstoel voor haar had opgehaald, zat ze ingehouden te juichen. Ze wist dat het niet gepast was, maar zo’n rolstoel is natuurlijk ook gewoon heel leuk.
.
Zes weken zat mijn zus in haar wagentje. Haar humeur bleef goed, het leek zelfs te verbeteren. In de tuin bij mijn ouders gooide ze steeds de bal weg voor de hond, terwijl ze normaal gesproken niets van het beest moest hebben. In huis begon ze me met een lief stemmetje te bestellen. ‘Kun je thee voor me zetten? En een koekje voor me pakken? Die liggen in de kast. Nee, die andere kast.’
.
Samen met mijn moeder maakten we een rondje door het buitengebied van Beuningen. Ik duwde mijn zus. In het parkje tussen de Notenhof en de Hogewaldstraat was het op sommige stukken drassig. Ik moest flink vaart maken, anders zou de rolstoel vast komen te zitten. Mijn zus genoot zichtbaar van de snelle rit.
.
Bij thuiskomst zei mijn moeder: ‘Laat haar nog maar even buiten staan’. Ik zette de rolstoel op de rem en ging naar binnen. Mijn zus keek voor zich uit. Ze vond het allemaal prima. Dit was haar avontuur.
.
.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Fucking Radiohead

Ze kijken naar me als ik voor het podium sta. Ik kom niet uit mijn woorden. Nu weten ze dat ik het weet. Verdomme, ben ik weer de idioot. Thom Yorke glimlacht.
.
Ter ere van het nieuwe Radiohead-album dat is verschenen, publiceerde ik een verhaal op het online magazine De Optimist. Een verhaal waarin Thom Yorke en zijn collega-muzikanten o.a. naar een Nederlandse piratenzender luisteren.

Lees het hier:

Fucking Radiohead

Beuning

20160424_110101

.
Elke keer als ik met de auto van Nijmegen naar Beuningen rij, moet ik aan mijn gehandicapte zus denken. Op het vernieuwde kruispunt van de Industrieweg en de Energieweg staat in grote, witte letters ‘Beuning’ op het asfalt geschreven. De rijbaan is blijkbaar te smal om er ‘en’ aan toe te voegen.
.
Mijn zus spreekt Beuningen altijd uit als ‘Beungening’. Een onmogelijk woord, maar bij haar komt het er vloeiend uit. We hebben haar vaak gecorrigeerd, maar voor mijn zus is ‘Beuningen’ juist een tongbreker.
.
Er zijn meer woorden die bij mijn zus een andere vorm krijgen, zoals kroepoek (‘kroepkroep’), beloofd (‘gebeloofd’) en iPad (eptep). Haar begeleider heet Ton, maar ze noemt hem ‘Tom’. Het is een raar idee dat ze de naam niet kan uitspreken van iemand met wie ze dagelijks omgaat. Zo leeft ze in een soort parallel universum, waar alles net anders wordt verwoord.
.
Het doet me denken aan toen ik net kon lezen en we met de auto naar een tante reden. We kwamen langs een bord waarop ‘Wijchen’ stond. Ik las hardop: ‘Wijchen’ (met een lange ij dus). Mijn vader verbeterde me. ‘Nee, het is Wiechen.’
Wiechen was al vaak gevallen in gesprekken, ik wist dat het een dorp in de buurt was, maar ik had niet gedacht dat je het zo schreef. Er knapte iets. Ik kon er niet over uit waarom het zo werd geschreven. Maar het wende uiteindelijk.
.
Mijn zus heeft het Down Syndroom. Beungening blijft voor haar Beungening, een plaats waar ik nooit ben geweest en nooit zal komen. Tenminste, dat dacht ik. Nu er op de weg ‘Beuning’ staat, verandert er iets. Ik stel me voor dat vrachtwagenchauffeurs die hier niet bekend zijn, het kruispunt passeren en het in hun cabine hebben over ‘Beuning’. Dan is het nog maar een kleine stap naar ‘Beungening’.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Stallen

In de novelle De jongen, het stof vertelt de Nijmeegse schrijfster Lotte Lentes op beklemmende wijze het verhaal van een Syriëganger. Lotte verbleef in 2014 in Brussel toen in het Joods Museum een aanslag werd gepleegd. Ze was vlakbij, maar kreeg er niets van mee. Later kwam ze erachter dat de aanslagpleger van haar leeftijd was en dezelfde schoenen droeg. Daardoor is ze over dit onderwerp gaan schrijven.
.
Ik moet aan het boek denken vanwege de 400 dode varkens die gevonden zijn in een stal in Ruurlo. Het is eenzelfde soort ‘ramp’ als bij die boer in Ewijk, waar ruim een maand geleden 50 dode koeien werden ontdekt. In beide gevallen zijn de dieren gestorven door verwaarlozing.
.
Het is ongelofelijk triest nieuws dat op mij als boerenzoon veel indruk maakt. Net als Lotte ben ik er dichtbij, maar sta ik er ook mijlenver van af. Ik heb natuurlijk weleens een dode koe of kalf gezien die door ziekte het leven liet, maar dit is iets totaal anders. De dieren zijn gestikt door mestgassen of verhongerd, en hebben toen nog een tijdlang dood in de stal gelegen. Ik ben blij dat er geen beelden van zijn.
.
Ik wil graag begrijpen waarom het zover is gekomen, want alleen dan kun je zoiets in de toekomst voorkomen. Iemand zei tegen mij over het nieuws in Ewijk: ‘Als er één koe dood in de stal ligt, ben je een grens over gegaan. Dan maakt het niet meer uit of het er één is of vijftig zijn.’
.
De ‘rampen’ in de stallen laten zien dat je het heel moeilijk kunt hebben in de agrarische sector. Maar het toont volgens mij vooral ook aan hoe groot de angst voor gezichtsverlies is. Niemand mag falen in deze maatschappij. Deze boeren verborgen hun problemen in de stal. Zulke extreme gevallen zeggen iets over ons allemaal.
.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

In Vrij Nederland stond enkele jaren geleden een boeiend en goed geschreven verhaal over een boer in de problemen. Hierin komt een andere boer in voor die ook zijn dieren verwaarloosde. Dit artikel, ‘Het einde van de kudde’, vind je hier.
En de prachtige novelle van Lotte Lentes is hier verkrijgbaar.

Luisterboek ‘Sommige bomen’

12938180_1114575425259845_8126027789425645487_n.
Met dank aan Ondercast en Wintertuin is er een digitaal luisterboek verschenen van de voorstelling Sommige bomen houden hun blad langer vast dan andere. Daarbij is een boekje gemaakt met songteksten, verhalen en een strip, vormgegeven door schrijver en tekenaar Jelko Arts.
.
Dit luisterboek met boekje is nu te bestellen bij Ondercast. Je krijgt het boekje dan thuis gestuurd met een code voor het luisterboek.
Ga naar:
https://ondercast.bandcamp.com/releases

12494789_694564544016918_7845819219214841262_n

Tongval

In de notulen van een vergadering op mijn werk las ik terug dat ik zou hebben gesproken over een ‘setcafé’. Een stagiaire had genotuleerd en ik begon te twijfelen aan haar capaciteiten. Tot het kwartje viel. Ik had het over het ‘zkv’ gehad, een afkorting voor het ‘zeer korte verhaal’. Door mijn accent verstond de stagiaire ‘setcafé’. Mijn collega’s hebben er veel lol om gehad.
.
Dialecten zijn een eigenaardig verschijnsel. Bij mij wisselen trots en schaamte elkaar af als het gaat om mijn tongval. Ik wil niet op mijn afkomst afgerekend worden, maar ik wil ’m ook niet verdoezelen. Voor mijn gevoel spreek ik behoorlijk ABN, maar regelmatig zet ik voor de grap mijn accent extra aan. Toch heb ik bij het kiezen van een naam voor mijn dochter de namen waar een z, s, f of v in voorkwam bij voorbaat afgeschoten. Een vader die de naam van zijn kind niet goed uitspreekt, da’s niks.
.
Een mooi tijdverdrijf is het doornemen van de Dialectenbank van het Meertens Instituut op internet. In de jaren 60 en de jaren 80 zijn onderzoekers het land doorgereisd om geluidsopnames te maken van dialecten. Op de site van het instituut vind je een landkaart waar je als je op een plaats klikt de opname kunt afspelen. In Groesbeek gaat het over dansmarietjes die daar batsmarietjes werden genoemd. In Ewijk drinken ze koffie tijdens de opname. Ze eten daar een koekje bij en je hoort hun gesmak. In Beuningen komt ene meneer Van As aan het woord. Ik heb het mijn vader laten horen. Hij herkende de stem meteen: het was zijn oom Thé.
.
Dialect is de oertaal. Als mijn moeder moe of emotioneel is, komt haar Neerbossche of Beuningse dialect bovendrijven. Ik weet niet waar haar tongval precies onder valt, maar het is in elk geval de taal van mijn moeder.
.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.
De Nederlandse Dialectenbank van het Meertens Instituut is hier te vinden. De opnames uit Beuningen luister je hier terug.

Horizon

IMG-20160326-WA0001jpg

.

Op 8 november 2012 viel ik zowat uit bed door een gigantische herrie.
Ik woonde aan de Voorstadslaan in Nijmegen en dacht in eerste instantie dat er een trein aan kwam denderen. Toen het kabaal door bleef gaan en in volume toenam, meende ik echt even dat de wereld zou vergaan. Maar het was de elektriciteitscentrale die van zich liet horen.
De stilgelegde centrale is al mijn hele leven een vast punt aan de horizon. Als ik een lijn trek tussen de huizen waar ik heb gewoond, ontstaat er een driehoek en midden in die driehoek staat de centrale. Ik heb er vanuit alle windrichtingen naar gekeken.
Vroeger vreesde ik de voormalige Electrabel. Bij een vriend in Weurt vroor in de winter vaak de vijver dicht. Dan lag er over de hele vijver een laagje pikzwarte stof. Ik meende dat het uit die schoorsteen kwam. Als ik van Beuningen naar Nijmegen fietste, hield ik ter hoogte van de centrale altijd even mijn adem in.
Vorige week zette ik voor het eerst voet in dat kolossale bouwwerk, tijdens de muziekvoorstelling Het geluid van stroom. Toen ik het terrein opliep, viel het me op hoe de centrale, dat welbekende monster, weer heel anders oogt als je er zo dichtbij bent.
De show was prachtig. Stap voor stap werden we steeds dieper in de krochten van de 130 jaar oude centrale geleid. En nog eens werd duidelijk hoe ongelooflijk groot die fabriek is. Slechts vier van de dertig verdiepingen werden voor de voorstelling gebruikt.
Een tijdje terug plaatste een vriend op Facebook een foto met daarop de centrale. Precies boven de schoorsteen hing een wolk. Het bijschrift: ‘Wie heeft ’m weer aangezet?’
De centrale gaat plat en ik zal daar, net als vele anderen, aan moeten wennen. Alsof iemand met een gummetje aan mijn horizon zit.
.
Deze column verscheen eerder in De Gelderlander. De prachtige foto is gemaakt door de geweldige zangeres en ‘vriend’ Lea Kliphuis. De voorstelling Het geluid van stroom loopt nog, maar is wel uitverkocht.

Oude boer

Een tijdje terug las ik in de krant een stuk over boeren en tuinders. Uit cijfers van het CBS blijkt dat bijna een kwart van alle actieve boeren in Nederland ouder is dan vijfenzestig.

In diezelfde week ging ik naar Beuningen, naar de Hosterdstraat, en vond daar een oude boer aan de keukentafel. Met een leesbril op zijn neus loste hij een puzzel op uit dezelfde krant waar het artikel in had gestaan. Het zag er allemaal heel pensioenachtig uit, maar even later riep hij de hond, trok bij de achterdeur zijn laarzen aan en liep het erf op.

Met mijn moeder maakte ik daarna een rondje door de buurt. Tijdens de wandeling vertelde ze wie er allemaal in korte tijd zijn huis en grond had verkocht om op een andere, kleinere plek te gaan wonen. Een huis van een tuinder hadden ze met de grond gelijk gemaakt en daar was een strakke, zielloze woning voor in de plaats gekomen. Mijn moeder vertelde dat de tuinder voor de verkoop nog alles had geschilderd, niet wetende dat het toch plat ging.
Ik vroeg of zij al plannen hadden om te verhuizen.
‘We hebben het er nog niet over gehad.’

Toen we het erf op liepen, keken we naar binnen en zagen we mijn vader weer aan tafel zitten.
‘De kromme zit al aan de koffie,’ zei mijn moeder.
‘De kromme?’ zei ik.
‘Ja, hij zit er een beetje krom bij.’

Volgende week is mijn vader jarig. Zesenzestig staat er dan op de teller. Eergisteren ben ik weer eens langs geweest. Hij zat er niet krom bij. Op de iPad keek hij naar live-beelden vanuit de stal. Een koe liep onrustig heen en weer.
‘Die moet zeker kalven,’ zei ik.
Hij knikte.
Even later stond hij op om het dier te gaan helpen.

Deze column verscheen eerder in De Gelderlander.