Magazine ‘Schrijver in huis’

20150121_204217

In oktober 2014 woonde en werkte ik drie weken in een verzorgingshuis in Eindhoven voor het project Schrijver in huis. De teksten die ik tijdens mijn verblijf schreef zijn nu gebundeld in een magazine. Ik had tijdens mijn residentie, net als veel bewoners, geen computer tot mijn beschikking en schreef mijn teksten op gebruikt papier dat ik vond in het verzorgingshuis. Deze papieren zijn integraal opgenomen in het magazine en dat maakt het extra mooi, al zeg ik het zelf.
.
Het magazine is te koop voor € 7,50 (incl. verzendkosten), en wel hier.

20150121_192337

20150121_192520

De Ruwe Gelderlander en Ondercast

Wat ze ook zeggen over het afgelopen jaar: 2014 heeft in elk geval twee mooie, nieuwe literaire initiatieven gebracht. Niet alleen omdat ik er in/op mocht publiceren, al helpt zoiets altijd mee, maar omdat het waardevolle en verrassende toevoegingen zijn aan het literaire aanbod.
.
image-4670493
.
Literair tijdschrift Op Ruwe Planken ging de samenwerking aan met Dagblad de Gelderlander en dat leverde door het jaar heen drie fraaie, avontuurlijke literatuurbijlages op in de krant. Een regionale krant dat zoveel aandacht besteed aan literatuur: hulde! In de laatste editie staat een kort verhaal en een stiftgedicht van mijn hand. Zie de krant van zaterdag 13 december.
.
cropped-oc-nieuwlogodef
.
Alleskunner Dennis Gaens kwam op de proppen met de maandelijkse literaire podcast Ondercast. Het betere radiowerk. Voor de kerstaflevering sprak ik een soort prozagedicht in. Tenminste, ik denk dat je het zo kunt noemen. Beluister Onderkerst hier >>
.

De reis naar Dreumel

Een ode aan Frans Kusters
.
In het al wazig wordende licht van de avondzon liep ik met Liesbeth naar de Groesbeekseweg.
(uit: Eerste biecht)
.
De parabel van de talenten hoorde ik voor het eerst op een zomerse zondagochtend in de Sint Jozefkerk aan het Keizer Karelplein.
(uit: De verdeling van de talenten)
.
Op een van de zonovergoten achterbalkonnetjes van de Hugo de Grootstraat kamde een oude man in zwembroek een ivoorkleurige kat.
(uit: Een zomermiddag, lang geleden)
.
aui_kusters_f_37841
.
In de verhalen van Frans Kusters wemelt het van de Nijmeegse straatnamen, vooral in zijn laatste bundel Paarse dingen. Waarschijnlijk is er geen enkele schrijver die Nijmegen zo vaak als decor voor zijn verhalen gebruikt als Kusters.
Toch wilde hij geen Nijmeegse schrijver genoemd worden. Bij zijn overlijden las ik in een artikel dat Jos Joosten, hoogleraar letterkunde aan de Radboud Universiteit, toen hij directeur was van het Wintertuinfestival in de folder had gezet: ‘de Nijmeegse schrijver Frans Kusters’. Hij had een boze brief van Kusters gekregen. Een schrijver uit Amsterdam noemde je toch ook geen Amsterdamse schrijver?
De reactie van Kusters is begrijpelijk, maar zo gaan die dingen. Als je in Nederland schrijver bent en niet in Amsterdam woont, moet dat genoemd worden, het is een welhaast exotisch gegeven. De Amsterdammers vinden het bijzonder en vooral onbegrijpelijk dat je niet in hun stad woont, de mensen uit je eigen stad snappen het ook niet helemaal en willen graag weten waarom je toch in hemelsnaam in hun stad blijft.
Anton Dautzenberg, woonachtig in Tilburg, zei op een symposium in zijn eigen stad, waarbij hem was gevraagd iets te zeggen over die stad, dat hij niet van die stad was. Hij was van geen enkele stad; hij woonde in zijn hoofd.
Gummbah, ook Tilburger, vertelde een keer dat ze in Amsterdam altijd lachen als hij na een optreden of een feestje zegt dat hij terug moet naar Tilburg. Ze denken dat het een grap is, dat hij nog doet alsof hij in Brabant woont maar al lang verhuisd is naar de hoofdstad.
. Lees verder De reis naar Dreumel

Schrijver in huis

De afgelopen drie weken verbleef ik als artist in residence in verzorgingshuis Vitalis Berckelhof in Eindhoven. In deze periode was ik niet alleen verstoken van jonge mensen, maar ook van internet, omdat de ouderen niet of nauwelijks online gaan. Daardoor zijn alle teksten voor dit project met pen op papier gezet. Hiervan werden foto’s gemaakt en die werden weer geplaatst op een website, voor belangstellenden van buitenaf. Hieronder zijn twee voorbeelden van teksten te vinden. Ook heb ik elke dag een audiodagboek ingesproken. Al mijn bijdragen zijn hier na te lezen en te beluisteren: www.schrijverinhuis.nl/verhalen
.
(Klik op foto voor vergroting)
p1030520

.
p1030588

Opa

Mijn opa zat in de gemeenteraad. Hij werkte zelfs een paar jaar als wethouder, wat je er in die tijd gewoon bij kon doen. Hij was boer. Een boer met een mening. Mijn opa kon uren praten over politiek. Het verhaal gaat dat hij op sommige verjaardagen in het dorp niet meer welkom was, omdat hij altijd maar bleef doorzagen over lokale kwesties.
..
Dit is allemaal voor mijn tijd. De enige keer dat ik mijn opa over politiek hoorde praten was in het verzorgingshuis. We zaten in de gemeenschappelijke ruimte met appelsap en een koekje. Hij had het over verkiezingen en noemde namen van partijen en van raadsleden. Mijn vader praatte er doorheen zonder dat opa het in de gaten had. Hij vertelde dat opa in de gemeenteraad had gezeten en wethouder was geweest. Dat wist ik nog niet. Het vervulde me van trots. Ik liet mijn koekje liggen en luisterde geconcentreerd naar opa. Het verhaal moest wel belangrijk zijn, maar het was lastig te volgen want het waren allemaal nieuwe namen voor mij. Ik pakte pen en papier en schreef op wat hij zei. Het ging snel, ik kon er geen wijs uit.
Toen kwam ik op het idee om de verkiezingen na te spelen. Ik haalde een schaal uit de keuken van het verzorgingshuis die ik gebruikte als stembus. Ik knipte een vel papier in vier stukken: de stembiljetten. Op de biljetten schreef ik de partijen die hij had genoemd en tekende er steeds een vierkantje achter. Ik vroeg of er nog meer partijen waren, maar hij reageerde niet. Hij bleef doorpraten over de verkiezingen. Er was iets met een man, ik begreep het niet. Mijn moeder vulde het lijstje van de partijen aan.
De verkiezingen konden beginnen. Ik deelde de stembiljetten uit aan mijn vader, mijn moeder en mijn opa. Ik legde het stembiljet voor hem neer, stopte een pen in zijn hand, en zei dat hij een partij moest aankruisen. Hij wierp een blik op het biljet en keek toen weer voor zich uit, praatte op serieuze toon door over die man. Ik zei dat ik het wel even voordeed. Ik legde mijn stembiljet naast de zijne, koos een partij waarvan ik dacht dat hij die zou kiezen en zette met mijn eigen pen een kruisje in het vierkantje. Opa lette niet op mij, hij praatte door. Hij had nog steeds de pen in zijn hand. Ik tikte op zijn arm. Hij keek mijn kant op. Toen zei mijn moeder dat het wel mooi was geweest, dat de verkiezingen nu waren afgelopen. Ik pakte snel opa’s biljet en zette een kruisje bij de partij waarvan ik dacht dat hij die zou kiezen. Ik verzamelde de biljetten van mijn ouders en keek welke partij de meeste stemmen had. Het was de partij waarvan ik dacht dat hij die zou kiezen.
.
Een paar maanden later stopte het gepraat van mijn opa. Hij zei niets meer, vaak had hij zijn ogen dicht. Niet lang daarna moesten we hem voeren. Niet lang weer daarna bleef hij de hele dag op bed liggen. Op een dag zei mijn moeder dat ik niet naar school hoefde en dat ik hem nog een keer mocht zien. Hij ademde heel langzaam en had een blauw gezicht. Ik hield zijn hand vast en dacht aan de verkiezingen. Ik stelde hem voor als wethouder. De volgende ochtend stierf hij..
.
Toen ik voor het eerst mocht stemmen, was dat voor de gemeenteraad. Mijn opa en oma van de andere kant waren inmiddels ook overleden. De vrouw van de wethouder was de enige overgeblevene van mijn opa’s en oma’s. Met haar speelde ik Rummikub. Ik vertelde over de verkiezingen en dat ik aan opa moest denken. Ze glimlachte, maar zei verder niets. We zaten in de gemeenschappelijke ruimte van hetzelfde verzorgingshuis.
De tweede keer dat ik mocht stemmen, voor de Tweede Kamer, was ook zij overleden.

..
Van 13 oktober tot en met 2 november ben ik terug in een verzorgingshuis. Voor het project Schrijver in huis verblijf ik drie weken in Vitalis Berckelhof in Eindhoven. De verhalen die ik in deze periode schrijf, worden gepubliceerd op de site van Schrijver in huis en op de speciale Facebookpagina.  

Fruit (5)

‘s Avonds is er een buikje, ‘s ochtends niet.
‘s Avonds zegt ze: Ik wil geen buik.
‘s Ochtends zegt ze: Ik wil een buik.
Ik zeg: Tjonge jonge, wat een problemen allemaal.

Ik slaap slecht. Steeds draai ik me om, zo rustig mogelijk om haar niet wakker te maken. Uiteindelijk stap ik uit bed en begin door het huis te spoken. Ik denk aan mijn werk, aan alles wat deze week nog gedaan moet worden. Ik lees een boek tot ik niet meer kan en ga weer in bed liggen. Ik droom over alles, behalve over het kind. Onder de douche wrijf ik in mijn ogen. Als ik nu al slecht slaap, hoe moet dat dan als het kind er is? Of heb ik juist een voorsprong?

Er moet nog veel geregeld worden. We zitten stilletjes aan tafel, terwijl ze de verzekeringsmaatschappij belt. Een vrouwelijke robot loodst haar door het menu. Als ze haar vraag stelt, zegt de robot dat ze harder moet praten, dat ze waarschijnlijk in een drukke ruimte staat en beter een rustige plek op kan zoeken. We gniffelen. Ze wacht even, haalt dan diep adem en stelt met verheven stem dezelfde vraag.
.
Paprika, granaatappel, banaan, mango. We weten nu dat het een meisje wordt. Dat was even spannend, maar vooral omdat het nu zeker is dat het geen jongen zal zijn. Zij dacht altijd al aan een meisje en ik had geen idee, want ik draag het kind niet. Voor een meisje hadden we al een naam, voor een jongen nog niet. Eigenlijk zijn we er helemaal klaar voor.
.
Ze zegt dat het schopt. Dat ze schopt. Heel zacht. Het kriebelt. Ik leg mijn hand op haar buik, op de plek waar ze iets heeft gevoeld, en wacht een minuut. Niets. Ik trek mijn hand weg. Zo gaat het elke keer.
Van een collega leent ze een stethoscoop. Ik doe hem op. De oordoppen drukken pijnlijk hard op mijn oren. Ik verplaats het membraan over haar buik. Volkomen stil. Het kind laat niets merken. Alleen het kraken van de stethoscoop zelf is te horen.
.
Op het voetbalveld spreek ik een man wiens vrouw over een paar weken is uitgerekend. Ze is zangeres. Hij vertelt dat haar stem is veranderd door de zwangerschap. Voller, dieper, mooier. Ik denk aan het telefoontje met de robot van de verzekeringsmaatschappij, zo zacht praatte ze altijd al. Ik vraag de man of het voor zijn vrouw blijvend zal zijn. Nee, zegt hij, als het kind er is, wordt haar stem weer zoals het altijd was. De concerten die ze nu geeft zijn daarom extra bijzonder.
.

Op de wc liggen tijdschriften over zwanger zijn en het ouderschap. Ik heb er nooit naar omgekeken, maar nu blader ik er een door. Het gaat over de baarkruk, de moeder-constellatie en tips voor kolven. Ik blijf hangen bij  een artikel dat bestaat uit quotes van celebrities. Johnny Depp zegt: Alles wat ik deed tot 27 mei 1999 was een soort illusie: bestaan zonder te leven. De geboorte van mijn dochter bracht me pas echt tot leven. Chris Martin zegt: Je borsten zijn tien keer zo groot geworden. Je cuppmaat is van A naar D gegaan. Voor jou niet altijd leuk, maar voor mij is het fun. I ain’t no baddie, I am your baby’s daddy.

In mijn agenda schrijf ik, tussen deadlines, verjaardagen en afspraken: kind erkennen.

Op zoek naar mijn favoriete schrijver

healy-e1410358296475
.
“Misschien kijken we wel tegelijkertijd naar een zee. Die van hem woest en oneindig groot, die van mij rustig en zo smal dat er een tunnel onderdoor kan.”
.
Toen ik deze zomer vakantie vierde aan de Normandische kust nam ik het besluit om eindelijk maar eens op bezoek te gaan bij mijn lievelingsschrijver, de Ier Dermot Healy. Ik wist toen niet dat hij pas was overleden.
Op het online tijdschrift Hard//Hoofd een verhaal over mijn zoektocht, met onderaan de tekst een boeiende documentaire over Healy. Lees het hier >>.
.
Illustratie: Ludwig Volbeda.

Twee schilders

Ik moet nu dus eigenlijk iets gaan doen, maar ik heb twee schilders over de vloer die vanaf het balkon de kozijnen schilderen. Het zijn lieve, stevige, zwaar ademende mannen van in de veertig met een zwaar Achterhoeks accent die luisteren naar Nederlandstalige muziek (“Achter de wolken schijnt altijd de zon” hoorde ik zojuist uit de speakers komen). Een van de twee liet per ongeluk een scheet waar ze dan om moesten gniffelen. Ik moet eigenlijk iets gaan doen, en dat kan gewoon in de woonkamer, maar ik heb niet elke dag twee schilders over de vloer.

Fruit (4)

Ik word wakker als zij al wakker is. Ze staart naar het plafond en kijkt dan naar mij.
Hoe lang lig je al zo? vraag ik.
Een tijdje.
Is er iets?
Nee, ik ben wakker aan het worden.
Ik vraag haar hoe laat het is.
Acht uur.
Ik sta op en neem een douche. Ik denk na over de dag, over het werk en wat ik ’s avonds ga doen.
Terwijl ik me afdroog, komt ze de badkamer binnen. Ze glimlacht.
Het wordt een meisje, zegt ze. Ik weet het zeker.
Ik moet even nadenken. Het kind. Natuurlijk. Ik was het helemaal vergeten. Dat overkomt me vaker. Ik knik en ik glimlach. Een meisje, dat zou goed kunnen.
.
We hebben fruitvliegjes in huis.
Volgens mij is dat losse fruit niet handig, zegt ze.
Vooral die kersen en druiven, zeg ik, dat zoetige, daar komen ze op af.
Dan doen we dat weg, zegt ze. Dat soort fruit hebben we toch al achter de rug.
.
Ik kijk een voetbalwedstrijd bij een vriend van een vriend en ik vergeet mijn jas. De volgende dag achterhaal ik het telefoonnummer van de vriend van een vriend. Ik sms hem dat mijn jas nog bij hem ligt. Hij stuurt terug dat ik de jas elk moment van de dag kan ophalen. Hij is thuis, hij past op zijn zoon van zes maanden. Ik mag alleen niet aanbellen, want het kan zijn dat de baby slaapt. Als ik die middag voor zijn deur sta, stuur ik een sms. Hij doet open met het kind op zijn arm. Het jongetje heeft mooie helderblauwe ogen. De vriend van een vriend geeft me mijn jas en zegt dat hij me niet binnen kan laten, omdat hij aan de slag moet. Hij toont me de bruine strook die aan de rand van de pamper van zijn zoontje zit.
.
De verloskundige praktijk is gevestigd aan een grote weg. In de voortuin is geen beschutting. Als je naar buiten stapt, sta je vol in het zicht. We omarmen elkaar en ik voel de fietsers en automobilisten kijken. Het is voor iedereen duidelijk. We spelen in een clichéfilm. Elke dag komen hier aan de lopende band stelletjes naar buiten die elkaar op de stoep omarmen. En om de zoveel tijd stelletjes die elkaar huilend omarmen.
.
Het is een limoen.
.
Ik kijk met mijn vrienden weer een voetbalwedstrijd en wacht op het juiste moment.
Na het volkslied? Nee, toch maar niet.
Tijdens een wissel? Nee, ze hebben het over vakanties.
Na een doelpunt? Nee, er wordt gescholden.
In de rust stamel ik dat ik vader word.
Een van de jongens slaat me op de schouder.
Waarom heb je dat niet meteen gezegd?
.
De wedstrijd is afgelopen. Met een vriend heb ik het over hoe snel kinderen groeien en hoe ze je leven veranderen. Voor je het weet zijn het geen baby’s meer waar je zo weinig mee kunt. Het is een mooi gesprek, al hebben we beiden geen idee waar we het over hebben. Hij is zelfs nog single. Dan begint de vriend over een plant die hij vorig jaar stekte en die van niets groeide tot een halve meter. Hij is enthousiast, blijft maar praten over zijn plant. Hij gebaart driftig, zijn ogen glinsteren.
.
Vlak voor middernacht zoemen onze telefoons tegelijkertijd. Een vriendin heeft een bericht gestuurd naar onze vierpersoons-WhatsAppgroep.
‘Slaap zacht, lieve limoen.’
.