Dood kalf

In de week dat de lente eindelijk lijkt te komen, zo’n ochtend met dauw en vogels, heeft mijn vader een dood kalf.
‘Er zat een dood kalf op,’ zegt mijn moeder. ‘Ze hebben hem er afgehaald. En hoe. Met een zaagje hebben ze het kalf in de baarmoeder in stukken gesneden. De kop eraf. Anders kregen ze ‘m er niet uit.’
Dit hoor ik door de telefoon. Ik heb een telefoon en verder niet meer dan vier muren. Zij hebben een dood kalf.
‘Ik heb dit al een keer eerder meegemaakt,’ zegt mijn moeder. ‘Ik ben binnen gebleven.’

Uierdoeken en Nacht

“Verdomme!” riep mijn vader.
Snel greep hij het glibberige kalf stevig vast en hing het over het hek. De kop bungelde aan de ene kant, de achterpoten aan de andere kant.
“Water! Nu!”

‘Uierdoeken’ en ‘Nacht’ zijn de tweede en derde aflevering van de ‘Encyclopedie van het boerenleven’. Ze zijn hier te vinden.

De geweldige tekeningen bij de serie zijn gemaakt door de stille held Joost Dekkers.

Klein meisje op de fiets

Live geschreven tijdens de Radio 1-uitzending Dit is de nacht (6 mei 2013)
.
Maaike zat op een bankje op het plein en observeerde een klein meisje op een fiets. Het meisje reed langzaam in cirkels en keek naar de mensen met een blik van ‘ik begrijp jullie allemaal’. Maaike dacht terug aan haar vakantie in de Pyreneeën. Aan het Terra Nova Hotel, aan de roman Het oneindige verhaal die ze daar las.
Thuis zette ze haar voicemail aan. Het was Ton.
Maaike dacht: Morgen is het juiste moment om te beginnen.
.
Haar vader was op de koffie geweest. Hij moest elke keer weer wennen aan het kleine appartement. Hij vertelde over de boerderij. Een koe moest kalven. Een moeizame bevalling, het kalf had het niet gered. Uiteindelijk viel hij stil en keek haar kamer rond. Zijn blik bleef hangen bij de grote boekenkast.
‘Veel boeken,’ mompelde hij.
.
In de douche dacht Maaike: mijn tante is een heks. Denk buiten de lijntjes, buiten de lijntjes. Ton had op de voicemail gezegd: het roer kan nog zes keer om. Ze stapte uit de douche, draaide vijf rondjes in haar nakie en sloeg een handdoek om haar middel. Minder streng zijn, dat had Ton ook gezegd. De Pyreneeën. Het gevoel dat ze daar had moest ze terug zien te krijgen. Ze had een kroeg nodig. Een kroeg die tot laat open zou blijven, niet zoals hier in Zwolle. Mensen observeren. En daarna: dansen.
.
Maaike had haar vader aangemoedigd.
‘Dit boek gaat over een boer.’
Ze haalde de roman uit de kast en gaf het hem. Hij woog het in zijn hand, als een appel. Vervolgens bekeek hij het omslag.
‘Bakker,’ las hij hardop. ‘En dat gaat over een boer?’
Ze had verwacht dat hij het door zou bladeren, maar hij gaf het terug aan haar. Hij ging voor de kast staan en las hardop voor.
‘Claus.’
‘Couperus.’
‘Elsschot.’
‘Marsman.’
Hij haalde zijn schouders op, nam een laatste slok van de koffie.
‘De koeien wachten,’ zei hij.
.
Toen ze het zesde rondje maakte, met de handdoek om haar middel, kwam dat gedicht van Ostaijen kwam in haar op. Dag visserke vis, dag vis, dag lieve vis. Ik moet schrijven, dacht ze. Alles was gevaarlijk. Dit ook, juist daarom. Het werd tijd om te gaan zitten, papier en pen en dan zouden de letters komen. Zaadsmokkel in de hondenfokkerij, herinneringen van een Abraham, een leesontbijt op school. Alles kon, maar ze wist heel goed waar het over moest gaan. Ton had het nog een keer gezegd op de voicemail. Haar vader, met de koeien. Altijd die koeien. Zij was het kleine meisje op de fiets dat cirkels reed op het plein. Ze dacht het allemaal te begrijpen.
.
Een dag na haar boekpresentatie. Het was zonnig. Ze ging lunchen met haar vader. Hij had dat voorgesteld, wat haar zeer verbaasde. Zoiets had hij nooit eerder gedaan. Ze liepen door de binnenstad van Zwolle en op een gegeven moment wees haar vader naar een balkon.
‘Kijk, die is aan het lezen,’ zei hij.
Een vrouw zat in de zon met een boek in haar hand. Goeroe van Elfie Tromp, zag ze.
‘Heb je dat gehoord?’ begon hij tegen Maaike. Hij sprak ineens met luide stem. ‘Dat boek van Maaike Fleuren? Dat is echt een geweldig boek! Herinneringen van een klein kind. Ik heb het net uit!’
Even verderop fluisterde hij tegen haar: ‘Dat is goed voor de verkoop. Niets is er beter dan mond-tot-mond-reclame.’
Ze glimlachte en voor even was ze in de Pyreneeën.
..
Ook hier na te luisteren. 

Rond

In het centrum van Beuningen was een markt aan de gang. Een karige markt, iets van drie of vier kraampjes. Ik was van Nijmegen naar Beuningen gefietst, omdat ik de neiging heb alles bij het oude te laten. Ik ging naar de opticien voor een controle. Die opticien, gevestigd aan het marktplein, heb ik al twintig jaar of langer. Zo is het ook met mijn tandarts en huisarts, allebei hebben ze hun praktijk in Beuningen.
Toen ik voor de ingang van de opticien mijn fiets op slot zette, kwam mijn aangetrouwde tante (65) aanlopen. Ze droeg een boodschappentas met koopjes van de markt. Mijn tante verbaasde zich niet dat ze mij in het dorp tegenkwam, terwijl ik het centrum van Beuningen maar een of twee keer per jaar bezoek. Mijn tante woont pas sinds een jaar in het dorp.
‘Ik heb vroeger ook contactlenzen gehad,’ zei ze. ‘Al in 1974, toen bestonden die nog maar net. Na mijn scheiding nam ik een bril, de lenzen irriteerden. Misschien heeft het een wel met het ander te maken.’
Ze glimlachte.
Mijn tante houdt van ronde verhalen. Ze was de eerste echte liefde van mijn oom. Ze verloren elkaar uit het oog, tot ze elkaar bijna een halve eeuw later – beiden gescheiden en met volwassen kinderen – tegenkwamen op een reünie. Nu zijn ze getrouwd en is mijn oom, na decennialang in Rotterdam te hebben gewoond, teruggekeerd naar zijn geboortedorp. Ook zij laten het graag bij het oude.
Op de terugweg naar Nijmegen ging ik bij mijn ouders aan. Ik liet ze raden wie ik in het dorp had gezien, maar ze wisten het niet. Toen ik vertelde dat het mijn tante was, zei mijn moeder: ‘Nou zeg, ik ben haar dus nog nooit in het centrum tegengekomen.’

Kleine encyclopedie van Het verdriet


.
Dertig jaar geleden verscheen de eerste druk van Het verdriet van België van Hugo Claus. Vanwege dit jubileum komt De Bezige Bij dit voorjaar met een speciale editie van deze klassieker. Daarnaast verschijnt Kleine encyclopedie van Het verdriet, een bundeling van essays, ‘lemma’s’ (of lemmata voor de dure jongens) en een interview met Claus. O.a. Tom Lanoye, Maarten ’t Hart en Cees Nooteboom hebben een bijdrage geleverd. Ik ook. Ik schreef drie ‘lemma’s’ en bleef bij deze grootse roman toch maar een beetje bij mezelf. Ik koos voor Carnaval, Melkfabriek en Zeverkous.
.
Dit fraaie boekje is een mooie inleiding (of uitleiding) op Het verdriet van België en kun je bijvoorbeeld bij Bol kopen.
Mijn lemma’s lees je ook hieronder.
Lees verder Kleine encyclopedie van Het verdriet

Moe

‘Je bent altijd moe als je hier bent,’ zei mijn moeder.
‘Maar dit keer heb ik geen hoofdpijn.’
Ik stond voor het raam. Het gras zag er slecht uit. Mijn vader zei dat het door het weer kwam.
‘Het hoeft maar even warmer te worden, meer zon, een regenbui, en het ziet er heel anders uit.’
Ze zaten op de bank met koffie voor zich. Voor mij een kop thee.
‘Zullen we die oude filmpjes weer gaan bekijken?’ vroeg mijn vader.
‘Alsjeblieft nee,’ zei ik.
Mijn vader zat al op zijn hurken voor de tv. In zijn hand de dvd waar mijn zus ooit oude familiefilmpjes op had gezet. Hij bekeek de dvd-speler.
‘Willem, hoe werkt dit?’
‘Ik moet naar de wc,’ zei ik en stond op.
Ik bleef lang op de pot zitten. Aan de muur hing een A4 met daarop een gedicht over een koe die moest baren en moe was. Het kalf overleefde het niet. Ik had het gedicht zelf opgehangen, meer dan een jaar geleden. Ik vroeg me af of ze het ooit hadden gelezen.
Er werd op de deur geklopt.
‘Gaat het?’ vroeg mijn moeder.
Ik spoelde door en opende de deur.
Mijn vader zat nog steeds voor de tv. Hij had de afstandsbediening erbij gepakt. Hij drukte, maar er gebeurde niets.
‘Willem,’ zei hij.
‘We kunnen ook een eind gaan wandelen,’ zei mijn moeder.
‘Met dit weer?’ vroeg ik.
Even overwoog ik om naar huis te gaan, maar ik was met de fiets. De vermoeidheid en de kou hielden me tegen. Bovendien zou mijn moeder me niet zo snel al weer laten gaan.
Ik nam plaats op de bank, sloot voor even mijn ogen. Langzaam ademde ik uit.
‘En is er nog iets gebeurd op de boerderij?’ vroeg ik.
Mijn vader dacht na, terwijl hij naar de tv staarde die nog altijd uitstond.
‘Niet echt. Ja, er is een kalf geboren, vrijdag. Een maaltje. Maar dat gebeurt wel vaker.’
‘Help hem maar even,’ zei mijn moeder tegen mij. ‘Ik wil die filmpjes ook wel weer zien.’
.

Slapende pik

Ik vertelde Kiezel dat ik soms een slapende pik heb. Pas nog. Ik zat op de fiets en hij ging verkeerd liggen. Ik merkte het pas toen ik afstapte. Ik liep erbij alsof ik heel nodig moest poepen.
‘Waarom vertel je dat aan mij?’ vroeg Kiezel.
‘Ik weet het niet. Misschien omdat we het een paar keer over slapende lichaamsdelen hebben gehad.’
‘Maar toen hadden we nog iets. En toen ging het nooit over je piemel of iets in die buurt.’
We waren bij mij thuis. We dronken wijn. Ik had een zak pinda’s geopend.
‘Bij jou slaapt er altijd wel iets,’ zei Kiezel. ‘Een voet, een been, een arm, en je piemel dus blijkbaar ook. Het komt omdat jij lang stil kunt zitten.’
‘Heb jij daar dan nooit last van?’ vroeg ik.
‘Ik wil het wel, het is een interessant gevoel, maar ik moet er heel hard mijn best voor doen.’
We keken een film op tv. Kiezel drukte ondertussen met haar ene arm op de andere. Ik vroeg of ik haar moest helpen.
‘Het is beter als je me niet aanraakt, dat weet jij ook.’
Bijna een uur lang hield ze haar armen in dezelfde houding. Op het eind kermde ze van de pijn. Het hielp niet. De onderliggende arm wilde maar niet gaan slapen.