Laatste nacht

Misschien helpt thee, denk ik dan als ik op mijn hoogslaper lig en op mijn mobiel kijk hoe laat het is. Kwart voor vier.
.
De nieuwe bewoner boven mij houdt er een andere levensstijl op na. Die komt tot leven als ik naar bed ga. De afgelopen weken heb ik daar vaak last van gehad. Muziek, stemmen, harde voetstappen. Hij nodigt elke avond een hele horde vrienden uit. Ik heb er niets van gezegd. Ik zeg daar niets van, zo vlak voor mijn verhuizing. Op dit moment hoor ik hem ook praten en klinkt er een oud liedje van Coldplay, maar het is deze keer niet hard of in enige zin storend.
.
Het water is gekookt. Ik heb altijd de neiging om meteen te gaan drinken, maar een tijd terug hoorde ik dat dat heel ongezond is. Sindsdien probeer ik het even te laten staan. Dat is een hele opgave. Soms heb ik de mok al aan mijn mond en dan denk ik: o nee, nog niet.
.
Het is mijn laatste nacht in deze stad. Je zou kunnen denken dat dat dan de reden moet zijn dat ik wakker lig, maar ook dat is het niet. Ik ben niet met morgen bezig, niet met hoe ik nog een tafel, drie stoelen, een matras en kleine dingen als shampoo en een perforator achter in een auto moet stouwen. En ook niet met deze plek waar ik vier jaar heb gewoond, deze stad die voorgoed in mijn hart is vastgeklonken.
.
Nee, het is het festival. Vier nachten heb ik goed geslapen, maar nu is het mis. Misschien komt het omdat ik dit keer niet diep in de nacht en vol alcohol de ladder van mijn hoogslaper ben opgeklommen. Maar ik denk dat het vooral komt omdat ik nog wat te verwerken heb. Het campusprogramma, Poetracks, De Uren, Het Debuut, Nu u!. Dat moet allemaal even bezinken. Het is eigenlijk iets heel anders, maar je kunt het toch vergelijken met elf september. Toen liep ik stage bij een krant, kreeg de hele dag alles mee, maar zat bij thuiskomst toch gelijk voor de televisie om daar tot diep in de nacht naar te blijven kijken. Ik moest het zien, en weer zien, en weer zien, en toen was het goed.
.
De thee is op. Op een bodempje na dan. Ik laat altijd een centimeter in de mok staan. Een onbewuste gewoonte. Ik denk dat het te maken heeft met dat ik graag hete thee drink. Dat als het einde in zicht komt het al zo ver is afgekoeld dat het voor mij niet meer hoeft. Maar het gaat telkens onbewust. En als ik dan later toevallig nog eens in de mok kijk, zie ik het bodempje en dat is dan echt koud.
.
.
.

Broer

Mijn broer belde me wakker.
‘Ik sta voor je deur.’
‘En ik lig nog in bed.’
We hadden afgesproken dat hij twee uur later zou komen, maar onze moeder had bij hem aangedrongen dat hij zo vroeg mogelijk moest gaan. Vanwege de parkeerplaatsen, die raken in mijn straat snel vol. Dat had ze goed onthouden, want ik had het een paar keer tegen haar gezegd toen het over mijn verhuizing ging. Maar uiteindelijk had ik er vrede mee dat mijn broer pas later op de morgen kon komen. Nu keek ik uit het raam en zag ik precies voor mijn huis zijn auto met een aanhangwagen. Snel kleedde ik me aan en opende de deur.
.
Hij tilde de kast waar de tv opstond naar beneden, ik een ander kastje. De grote kledingkast had ik al aan een kant vast, toen hij zei dat we die niet hoefden te tillen. Hij grijnsde en ik begreep het. Met veel geweld trokken we de deuren eruit en vervolgens haalden we de bovenkant en de zijkanten eraf. Ik dacht aan mijn huisgenoten, waarvan de meesten vast nog sliepen. Hij zei iets over oppassen met splinters.
.
We legden de kasten en dat wat overgebleven was van de kledingkast bovenop een paar autobanden en een rol vloerbedekking, die mijn broer ook weg moest hebben. Onderweg naar het afvalverzamelpunt zette hij de radio aan. We keken naar een caravan die voor ons reed. Er stond een plaatje op in de vorm van Afrika. Ergens in het midden was een deel zwart gekleurd.
‘Welk land is dat?, vroeg hij.
‘Ik weet het niet precies. Ik denk Tanzania.’
Toen begon hij over Algerije dat van Egypte had gewonnen en daardoor gekwalificeerd was voor het WK.
.
Vlak voordat we de tunnel doorreden, verloren we een autoband. We hadden het niet in de gaten. Er kwam een echtpaar naast ons rijden. De vrouw naast de bestuurder draaide het raampje naar beneden. Mijn broer deed hetzelfde.
‘Je hebt een band verloren’, zei de vrouw.
We sloegen de eerste de beste zijweg in en ik stapte uit om terug te lopen. Ik was een heel eind toen ik in de middenberm een autodop zag liggen. Ik stak over, pakte de dop en belde mijn broer.
‘Het is een autodop.’
‘Oké, ik kom eraan. Ben bijna aan de andere kant van de tunnel.’
‘Mooi. Daar sta ik. Bij de bushalte’
Aan de andere kant van weg zag ik mijn broer voorbij rijden. Hij moest eerst nog ergens de auto keren. Dat was een gedoe. Toen hij eindelijk bij mij was en ik kon instappen, stapte hij uit.
‘Ik heb de band zien liggen.’
Het duurde even voor hij met de band terug kwam lopen. Ik was bang dat de bus eraan zou komen en dat de buschauffeur zou gaan toeteren omdat er een auto met aanhangwagen voor de bushalte stond. Mijn broer deed rustig aan. Ik ging vast in de auto zitten en wierp een vluchtige blik in de achteruitkijkspiegel.
.
Toen we alles in de containers van het verzamelpunt hadden gegooid, bracht hij me terug naar huis. Ik wees hem de kortste weg, maar hij zei dat via de Waalkade sneller was.
‘Misschien ja’, zei ik.
Halverwege de Waalkade werd de straat eenrichtingsverkeer en moest hij omdraaien.
‘Lust je nog een kop thee bij mij?’ vroeg ik toen we mijn straat inreden.
‘Prima.’
Maar omdat alle parkeerplaatsen bezet waren, besloot hij toch meteen door te rijden. Ik bedankte mijn broer en stapte uit. De auto achter hem begon al te toeteren. Mijn broer zwaaide even en stoof weg.
.
Op mijn kamer was het leeg. Ik klapte in mijn handen en luisterde naar de galm. Ik kroop terug in bed en dacht aan mijn broer die naar zijn werk ging, die pas getrouwd was, die volgend jaar vader werd en die de boerderij van mijn ouders zou overnemen.

Voorenachternaamgenoot

Wie naast zichzelf ook mij weleens heeft gegoogled, weet dat ik een aantal voorenachternaamgenoten heb. Een Amsterdamse kunstschilder, een Rotterdamse geestelijke, een amateurvoetballer uit Groesbeek en een jongen van ongeveer mijn leeftijd uit Eindhoven. Laatst genoemde heeft een skatersachtergrond en studeerde vorig jaar af aan de kunstacademie in Breda. Hij maakt mooie dingen, zoals dit bijvoorbeeld.
Eigenlijk mag ik me wel gelukkig prijzen dat ik met zo iemand verward kan worden. Het had ook een heel ander figuur kunnen zijn.
Bekijk ook zijn website met het prachtige adres. Rechterbalk! Rechterbalk!

De laatste notulen – een afscheid in ORP-taal

Notulen dinsdagavond 10 november 2009. Op Ruwe Planken. Café Maxim.
Buiten is het behoorlijk fris. Binnen gelukkig een stuk warmer. Willem is als eerste aanwezig. Het is rustig in Maxim, slechts een vrouw aan de bar en dat is het. Willem wacht met het bestellen van een drankje op de anderen en bladert wat door de Volkskrant. Hij ziet hoe barman Jeroen met wat handgebaren voor het raam een man wegjaagt die van plan is rozen aan het kroegcliënteel te verkopen. Het is ook veel te vroeg voor deze bloemenhandel, er is op dit tijdstip immers nog bijna niemand binnen.
Maar dan druppelen de redacteuren van ’s lands ruwste literaire tijdschrift een voor een binnen. Eerst Yvette en Elske, achterelkaar, dan Seb, gevolgd door Alex, en niet veel later Wout en Emma. Als de vergadering net begonnen is, komt Dennis binnen en tot slot Alan. Nog voordat de club compleet is – Dennis en Alan zijn nog niet binnen – wordt met grote meerderheid besloten dat Willem notuleert. Willem is als enige tegen, maar maakt zoals gewoonlijk geen schijn van kans. Ooit notuleerde hij elke vergadering van Op Ruwe Planken. Hij zou daar graag over uitweiden, maar daar is dit niet de plaats en de tijd voor, helaas.

Goed.

Lievelingskleuren. Oftewel het voorstelrondje. Komt ie:
Wout: plasgeel.
Alex: koffiezwart.
Willem: displayblauw.
Seb: boerenkoolgroen.
Yvette: monkeybrainroze.
Elske: poffertjesbruin.
Emma: coöporanje.
Dennis: iceteabruin.
Alan: espressoschuimgebrokenwit.

Etcetera.

Elf

Donderdag was er een schietpartij op een legerbasis in Texas. Ik zag het laat op de avond op teletekst en zapte snel naar CNN, er stroomt nog een beetje journalistenbloed door mijn aderen.
Eerst werd er melding gemaakt van zes doden.
Toen zeven.
Toen negen.
Elf.
Twaalf.
Toen weer elf.
Er moest iemand zijn opgegeven, die eigenlijk nog leefde. Of iemand was daadwerkelijk tot leven gewekt, zulke dingen schijnen te kunnen gebeuren. Of men telde gewoon niet goed.
Tien of vijftien minuten was dit de situatie, van twaalf naar elf. Toen klom het dodental weer omhoog. Naar twaalf en uiteindelijk dertien.

Het biebboek

Ik ken iemand die biebboeken vies vindt. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Toch denk ik dat het systeem van de bieb het beste systeem is waar het gaat om het consumeren van boeken. Het is milieuvriendelijk, voor iedereen toegankelijk (gelijkheidsideaal) en het vermindert hebzucht (of wakkert het in ieder geval niet bewust aan). Heel idealistisch allemaal, en al heb ik een aantal jaren echt alleen maar boeken uit de bieb gelezen, mijn boekenkast is inmiddels overvol.
.
Voor de uitzondering had ik de afgelopen tijd weer een biebboek in huis, Rachels rokje van Charlotte Mutsaers. Het is toch echt iets anders dan een gekocht boek. Alleen al de geplastificeerde kaft. Oerlelijk, maar wel verdomde praktisch. Je slaat hem open en dan is ‘ie ook open. Niet dat geklungel van een paperback waarbij de pagina’s steeds terugvallen.
.
En dan de sporen van eerdere lezers. Niet altijd even fris, maar soms zit er wat leuks tussen. Bijvoorbeeld een boodschappenlijstje of een liefdesbriefje. In Rachels rokje had iemand twee keer met een blauwe bic-pen een woord doorgestreept. Ook leuk. Dit was iemand die het beter dacht te weten, maar dan iets heeft doorgestreept wat toch echt goed is. Dat was in het begin van het boek, want later kwam ik wat echte foutjes tegen (een punt of een letter die ontbrak) en toen gaf de bic-pen niet thuis.
.
Het meest fascinerende van het biebboek vind ik wel de samenvatting-in-één-zin. Die staat helemaal voor in het boek, op een wit papier dat half los zit van het omslag, zodat je er allerlei papiertjes, knopen, foto’s en dropveters achter kunt bewaren. Er is vast één persoon bij de biebcentrale die als taak heeft die samenvattinkjes van één zin te maken. Een kunst op zich, die vaak helaas te hooggegrepen is voor die persoon. Of überhaupt. Over Rachels rokje heeft de samenvattingenman geschreven: ‘Speels geplooid relaas van de liefde van een leerlinge voor haar taalleraar’. Niet eens zo slecht, zeker de eerste zes woorden, maar daarna wordt het wel heel expliciet voor een boek met bijna 300 pagina’s. Is dit wat er overblijft als je Mutsaers’ roman tot één zin terugbrengt?
.
Maar dan zijn we er nog niet. Niet te vergeten: onder de samenvatting-in-een-zin staat het thema van het boek. Vaak zijn dat er twee of drie. Ook zoiets dodelijks. Als ik ‘liefde-jeugd-discriminatie’ zie staan dan neemt mijn enthousiasme niet bepaald toe. Bij Rachels rokje stond alleen ‘Liefde’. Eigenlijk heel subtiel en treffend, zeker als je beseft hoe erg het had kunnen zijn: ‘liefde-obsessie-verbeelding-taal’.
.
Het boek is inmiddels weer terug naar de kast, wachtend op een volgende lezer. Een heel wat betere plek dan mijn eigen boekenkast, waar maar weinig voor een tweede keer wordt opengeslagen.
Iemand iets lenen? Roept u maar.

De lange jongen

Toen ik nog iedere donderdag uitging, kwam ik hem vaak tegen. Een lange jongen, iets ouder dan ik, met een spits gezicht. Hij stond aan de zijkant van de dansvloer en keek wat rond. Na een tijdje liep hij door de menigte naar de andere kant van de zaal. Drinken deed hij niet, dansen evenmin. Het was enkel rondkijken. Hij viel me op.
.
Er zijn een paar jaar verstreken. Ik ga niet meer elke donderdag uit. Eigenlijk nog maar zelden, als ik eerlijk ben. Zo gaan die dingen als je geen student meer bent. Maar vorige week was er een afstudeerfeestje en stond ik weer in een kroeg. Het was een andere als waar ik destijds naar toe ging, want de populariteit van kroegen verschuift om de zoveel tijd, maar de lange jongen was er ook. Niets veranderd. Hij koos een hoek en na twee nummers een andere. Zoals waarschijnlijk nog elke week.
.
Ooit heb ik met hem gebowld. Het was op een verjaardagsfeestje van iemand die ik amper kende die ook hem had uitgenodigd. Hij was goed, haalde de hoogste score, maar zei weinig.
.
Vorige week keek ik naar hem en hij keek de zaal in. Ik vroeg me af wat hij zag. Een menigte, een meisje, een groepje vrienden? Of zou het iets groters zijn? Het steeds herhalende groepsgedrag. De eindeloze pogingen tot verovering.

Iedereen heeft van mij gebruik gemaakt

Hoera!
Prop die taart, met brandende kaars en al, maar in je muil.
Modder en Lijm is vandaag 1 jaar geworden.
Dat wil ik vieren met een fraai rijtje zoektermen, het resultaat van een jaar lang modder en lijmen. Proost!

– waar is mijn dorp gebleven?
– verzameling oude perforators
– boerderij trappen
– hoe lang brandt een wegwerpbarbecue
– iedereen heeft van mij gebruik gemaakt
– dialect kikker
– modder en bloed 1
– gedichten over een slager
– waar modder geur mee verwijderen
– fietsendiefstal beuningse boys
– liedjes over Beuningen
– zwarte stipjes op matras
– hallmark gedichten

Op Villanella (2)

Het is spannend. Ik zie het aan haar hele lichaamshouding. Ze zit op het puntje van wat eigenlijk een luie stoel moet zijn. De rug kromgebogen, hoofd naar beneden. Af en toe kijkt ze verschrikt op, heel even maar, en dan buigt ze weer het hoofd.

Mijn tweede stukje uit de reeks Grote Zus is nu te vinden op Villanella. Lezerdelees!