Huiskamer

Het kleine pand aan de overkant van de straat staat helemaal vol met stoelen. Een stuk of vijftig. Wie had dat gedacht, op die paar vierkante meters. Achterin is een groot scherm opgesteld voor een videopresentatie. Twee dames in mantelpakjes werken hier en daar nog wat snoertjes weg.
Gisteravond was er ook al wat te doen. Toen zaten ze met z’n vieren om een tafel. Stapels papieren voor de neus en naarmate de avond vorderde, gingen de ellebogen op tafel waar dan weer hoofden op leunden.
.
Ze worden bedrijviger, de christendemocraten in mijn stad. Het pand aan de overkant hebben ze onlangs omgedoopt tot huiskamer. Voorheen stond er een enorm groen gevaarte achter het glas, een kartonnen ding waarop het CDA-logo stond. Nu zitten er plakletters op het raam: Huiskamer CDA.
In die huiskamer moet het allemaal gebeuren. Met behulp van een paar flink gevulde koffiekannen worden daar grootse plannen gesmeed om het land, of in elk geval deze stad, weer beter te maken. Het zal hard werken worden, maar de sfeer is alvast goed. Ze hebben immers een huiskamer.
.
Zelf hoop ik dat de mannen en vrouwen van het CDA wat gaan doen aan de overzichtelijkheid van de grote steden. Keer op keer onderschat ik het centrum van zo’n metropool als ik van tevoren met googlemaps de plaats van bestemming heb opgezocht. Als ik vervolgens de trein uitkom, verdwaal ik binnen een mum van tijd. En dan overschat ik het centrum weer, want later blijkt dat ik de locatie een heel eind voorbij ben gelopen.
Ook zouden ze wat moeten doen aan de sudoku’s van twee sterren die in geen mogelijkheid op te lossen zijn. Kan er geen keurmerk komen voor dit soort puzzelboekjes?
Maar dat terzijde.
.
Het CDA houdt zich ongetwijfeld met zaken bezig die belangrijker zijn.
Aan de overkant staat op dit moment een vrouw op de uitkijk. Twee mannen zijn met tape en karton de plakletters aan het bedekken. Er zal wel iets onthuld moeten worden.

Vier op een rij

1.
Uitgaande sms:
Ik heb zojuist brood en regenwormen gekocht.

2.
Huisgenoot op prikbord:
De provider is down. Het ligt buiten ons.

3.
Afgeluisterd in de trein:
Als je lang bent en sociaal krijg je gewoon een bochel.

4.
Gehoord in het stadscentrum, door mensen met sjaaltjes:
– Wat stinkt het hier!
– Ja inderdaad, het ruikt hier ruraal.

Bier en boeken

Het meisje achter de bar zat een enorm dik boek te lezen. Ze was er zo te zien net in begonnen.
Ik stond voor de bar om een biertje te bestellen, had mijn portemonnee in de aanslag, maar twijfelde of ik iets moest zeggen. Eigenlijk hoopte ik dat ze me uit zichzelf zou opmerken. Ik bewoog een beetje om het lot een handje te helpen, maar zonder resultaat. Ik kon niet gaan wachten tot ze het boek helemaal uitgelezen had. Bovendien zaten er een eind verderop mensen. Ik voelde ze kijken. Daarom sprak ik haar maar aan.
Ze schrok.
Ik bood gelijk mijn excuses aan en vroeg om een biertje.
Ik begon over het boek, dat het zo dik was. Dat viel wel mee, zei ze. Het was slechts een deel uit een cyclus van elf. Ze had er al vijf achter de rug.
‘Het is een soort science-fiction, maar net iets anders. Er zitten veel lagen in en zo.’
Ze tapte mijn biertje en ik bedacht me dat ik bijna alleen maar dunne boeken las en altijd opkeek naar mensen die dikke boeken lazen, wat voor boeken dat ook waren. En dat ik eigenlijk ook opkeek tegen iedereen die boeken heeft gelezen die ik nog niet heb gelezen.

Stella spreekt

“ik lees hier héél héél leuke moedige dingen. ik ga voortaan twee keer nadenken. en méér betalen.”
Geplaatst door: maarten | 28-6-07 om 23:48

.
Ruim twee jaar geleden was ik toiletjuf Stella. Mijn fictieve blog, oftewel neplog, hield ik drie weken vol. Toen werd Stella ontslagen. Dit was het startschot van de neplogwedstrijd.
.
Aankomende vrijdag spreekt Stella (alias Willem) op het eerste Blog-Art Festival. In Theater aan het Spui in Den Haag sta ik voor een horde creatieve webloggers. Daar doe ik nog één keer het hele verhaal van 2007 uit de doeken. Van Stella tot aan de prijsuitreiking, en hoe het verder ging.
.
Verder op het festival: video-art, cabaret, lezing, discussie, muziek van o.a. de John Dear Mowing Club en een optreden van de 13-jarige directeur van de Koekjesfabriek. Kaartjes zijn hier verkrijgbaar.

Jamsessie

Vannacht werd ik uit mijn slaap gehouden door een jamsessie van hiphoppers onder mijn raam. Het is een keer wat anders. Niet alleen het gejoel tussendoor en de aanmoedigingen bereikten mijn hoogslaper, ook het langdurige ratelen zelf. Ik kon het niet letterlijk verstaan, maar als ik bewust naar deze muziek luister is dat vaak ook niet het geval. Het was wel duidelijk dat het om Nederlandstalige raps ging. Soms hoorde ik twee stemmen tegelijk. Synchroon, niet meerstemmig. Meestal was het één stem. Steeds dezelfde.
.
Hoewel ik de gordijnen dicht had, zag ik precies voor me hoe ze daar in een kring onder mijn raam stonden. Capuchonnen op en maar druk met die handgebaren. De jongen die het meeste rapte was kleiner dan de rest, als een soort Michael Jackson tussen zijn broers, en stond in het midden.
In het begin kon ik wel waardering opbrengen voor het hoorspel. Maar toen die kleine donder maar door bleef gaan, verloor ik mijn geduld. Ik lag me steeds meer te verbijten, daar tussen de lakens. Het liefst was ik uit bed geklommen, had de gordijnen opzij geschoven en met mijn vuisten op het raam gebonkt, in mijn onderbroek. Ik vloekte in mijn kussen. Ik was moe.
.
Eigenlijk was het helemaal geen jamsessie, besefte ik. De woorden kwamen er veel te soepel uit bij die jongen. De raps waren te lang voor improvisatie. Het optreden op straat was het resultaat van maandenlang luisteren naar zijn iPod. Maar eigenlijk wilde ik er niet meer over nadenken. Ik stopte een oordopje in mijn linkeroor. Alleen dat oor, want als ik ze in beide oren deed zouden ze gaan kriebelen en dan zou ik alsnog niet kunnen slapen, wist ik uit ervaring. Ik ging op mijn zij liggen, met mijn rug naar het raam en mijn hoofd op het kussen. Zo werd ook mijn rechteroor beschermd. Een beetje dan. Echt helpen deed het niet. De hiphop bleef om mijn hoogslaper hangen. Ik dacht nog: het is veel te koud om zo lang buiten te staan rappen, maar waarschijnlijk dragen die jongens bontkragen.
.
Ineens hield het op. Het stierf niet langzaam weg, het was gewoon meteen stil onder mijn raam. Ik deed nu extra mijn best, maar het duurde even voor ik in slaap viel. De verdere nacht was ik onrustig. Het rappen bleef in mijn hoofd zitten.
.
Vanmorgen opende ik mijn ogen en het eerste wat ik zag was het oordopje. Het lag als een oranje stipje aan het andere eind van het matras.

Reünie (2)

We stonden in de aula van een nieuw schoolgebouw waar we nooit eerder waren geweest. Iemand begon over een snoephoek. Er werd gelachen. Ik dacht terug aan die tijd op de basisschool, maar kon me geen snoephoek voor de geest halen. Een poppenhoek in de kleuterklas ja, en dat we in groep 6 verplicht per duo een poppenkastvoorstelling moesten geven aan de allerkleinsten. Maar een snoephoek? Was dat dan in de hogere klassen? Ik probeerde me er iets van voor te stellen, maar kon het nauwelijks geloven. Ik kreeg het beangstigende gevoel dat ik iets gemist had. Tot de jongen die nu barman is de locatie van de snoephoek noemde. Natuurlijk, De Snoephoek, op een steenworp afstand van de inmiddels gesloopte school, waar iedereen jatte. Ik heb zelf ook voor die winkel gestaan en getwijfeld of ik het zou doen. Maar ik was een mietje. Uiteindelijk had de eigenaar het in de gaten. Hij kwam woedend op school en iedereen uit onze klas moest zijn broekzakken leeg halen. De jongen die nu barman is legde zijn hele tafeltje vol met snoep. De Snoephoek was binnen een jaar weer weg uit het pand. Toen kwam er een nieuwe snoepwinkel erin. Zelfde verhaal, ietsje minder diefstal. Verdween al na een paar maanden. Vervolgens een lunchcafé en toen we een paar jaar van school waren een juwelier. Die zit er nog steeds. Ach ja, De Snoephoek. Ik lachte vijf minuten na de rest.

Grote mannen

1.
Ik zat in de trein en kreeg problemen met mijn linkerlens. Waardoor ie vervelend begon te doen weet ik niet, maar van het ene op het andere moment leek het alsof ik wel drie lenzen op mijn oog had geplaatst. Door zo min mogelijk te knipperen vermeed ik enigszins het gevoel van drie lenzen. Toch werd de irritatie steeds groter: het gevoel van vier lenzen.
.
Ik had niet het mooiste plekje in de trein, zo’n klapstoeltje op het balkon. Tegenover me zat een grote zwarte man die ook problemen met zijn linkerlens leek te hebben. Hij had een bloeddoorlopen oog waarmee hij niet goed rechtuit kon kijken. Er zat een bril en een lenzendoosje in mijn rugzak, maar vanwege de plek waar ik zat stelde ik het wisselen even uit.
.
2.
De laatste dagen – zaterdag en zondag uitgezonderd – word ik wakker van galmende dreunen in de straat. Een uur voordat mijn wekker gaat hoor ik iets met een flinke klap in een container terechtkomen. Waar die container precies staat en wat er in wordt gegooid weet ik niet, mijn gordijnen zijn dicht. Het vervelende is niet alleen dat het nog zo vroeg is, maar dat de eerste dreunen het hardst zijn. En dat na een uur – als ik bijna gereed ben om de deur uit te gaan – het gedreun ophoudt.
.
Ik stel me grote mannen voor die het zwaarste werk maar gehad willen hebben. Ze gooien een volledig kantoormeubilair in de container, gevolgd door mappen, boeken en ander materiaal dat een stuk minder lawaai oplevert. Morgen de volgende afdeling.
Ik denk niet dat ze bewust mensen wakker willen  maken. Het is meer dat ze zelf goed wakker worden van een paar flinke klappen. Waarschijnlijk gaan ze er van uit dat iedereen bij daglicht gewoon wakker is. Of ze hebben niet eens in de gaten dat er mensen in de winkelstraat wonen. Zulke mannen zijn het.

Reünie

Ze heeft een kind van zeven. Vroeger stuurde ik haar briefjes, vaak meerdere tegelijk. Dan stond er op het eerste blaadje een korte tekst en  verder veel wit. Het tweede blaadje had ik vol gezet met honderden kruisjes, sommige met moeite nog in een hoekje erbij gezet. Mijn vader bracht me met de auto naar haar huis. Dan rende ik naar haar voordeur, duwde de briefjes naar binnen en rende weer terug. Ik was het bijna vergeten, maar zij herinnerde me er nu weer fijntjes aan.
.
En verder was er weinig veranderd bij mijn klasgenoten van de basisschool. Ik herkende de gezichten en wist de namen, geen probleem. Ze hadden banen die ik bij hen verwachtte. De gangmakers bleken nog steeds de gangmakers. De personen die nergens zin in hadden, waren nog steeds nergens voor in. Er werd veel bier gedronken om het allemaal wat soepeler te maken. Er was een bandje dat leuk speelde maar waar we niet op zaten te wachten. We kwamen naar het nieuwe schoolgebouw om elkaar te spreken. De meisjes bleken bijna allemaal koters te hebben en getrouwd te zijn. De jongens kinderloos en ongehuwd. Er was voorafgaand aan de middag nog een ruzie geweest tussen de organisatoren over een karaoke-set. En dat was het.