Op Villanella (6)

Als je aan mijn grote zus vraagt hoe lang haar relatie met Rob al standhoudt – natuurlijk in iets andere bewoordingen – zal ze antwoorden: ‘Vijf jaar’. Maar het kan ook zijn dat ze zegt: ‘Vijf maanden’.

Een nieuw zussenverhaal, dit keer over Rob, d’r verkering en dichter. Eindredactie is gedaan door de grootste internet-anonymous of all time (maar niet voor lang). Dankjewel Yvette!

Hier het verhaal

Op Villanella (4)

Verkleed als non zat ze naast me in de auto. Ze friemelde aan het koordje van de nonnenkap dat onder haar kin knelde. We zaten in een sneeuwstorm. Het was plotseling begonnen en had in korte tijd de weg spekglad gemaakt. Ik reed 30 waar ik 80 mocht en moest me goed concentreren om niet te slippen. De ruitenwissers gingen driftig op en neer. Mijn grote zus had het niet in de gaten. Zij was bezig met het koordje en dat verdiende al haar aandacht.

Een nieuw stukje voor Kraai! Lees verder op Villanella.

Op Villanella (3)

Ik zat in groep zeven toen ‘mongool’ aan een opmars begon. Eerst waren het alleen de jongens aan wie ik toch al een hekel had. Weinig verrassend, zij spuugden ook met ‘kut’, ‘lul’ en ‘kanker’. Als ze tijdens de pauze weer eens iemand in de zandbak duwden en ‘mongool’ riepen, had ik sterk de neiging om ze aan te spreken met ‘dat mag je niet zeggen’. Maar ik was verstandig. En laf.

Ik kraai voor de derde keer op Villanella. Doemaklikke!

Op Villanella (2)

Het is spannend. Ik zie het aan haar hele lichaamshouding. Ze zit op het puntje van wat eigenlijk een luie stoel moet zijn. De rug kromgebogen, hoofd naar beneden. Af en toe kijkt ze verschrikt op, heel even maar, en dan buigt ze weer het hoofd.

Mijn tweede stukje uit de reeks Grote Zus is nu te vinden op Villanella. Lezerdelees!

Grote zus

Het Nieuwe Zwart gaat de grens over. Dennis, Hanneke en ik gaan om de twee weken stukjes schrijven voor de Vlaamse organisator van de Kunstbende, genaamd Villanella. Dit betekent dat ik om de zes weken aan de beurt ben. Mijn reeks heet Grote zus en gaat over mijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus.
Het eerste stukje is nu te lezen op Villanella.
En hier.
.
Mens erger je niet
.
Ze ruikt meteen onraad als ik de woonkamer binnenkom. Mijn grote zus, zittend aan de hoge tafel, haar korte benen steunend op de stoel aan de andere kant van de tafel, draait haar hoofd een paar graden mijn richting op om te zien wat daar door de kamer beweegt. Die dikke bril van haar helpt maar mondjesmaat. De sterkte van haar ogen is -13 en ze heeft pupillen die altijd maar in beweging zijn. Dat en nog veel meer kreeg ze gratis en voor niks bij haar Downsyndroom.
.
Toch heeft dat knikje mijn kant op voldoende informatie opgeleverd. Ze kent haar familie. Ze concentreert zich weer op het spel dat voor haar neus ligt, meer nog dan daarvoor. Dit is haar tactiek: als ik net doe alsof ik heel intensief met dit spel bezig ben, laat hij me vast met rust.
.
Ze dobbelt sneller, behendiger ook. Een korte koprol en de dobbelsteen ligt al stil. Ze leest het aantal ogen. Daarvoor moet ze haar neus bijna op de steen drukken. Mijn grote zus behoort tot het selecte gezelschap dat Mens erger je niet alleen kan spelen, soms uren lang.
‘Vier’, mompelt ze als ze de vier zwarte puntjes heeft geteld en grijpt naar het gele poppetje. Het zijn altijd de gelen en de roden die ze laat winnen. Dat is vast wetenschappelijk te verklaren. Waarschijnlijk zijn die twee kleuren het aardigst voor haar moeilijke ogen.
.
Ze doet goed haar best om me uit de buurt te houden, maar het is natuurlijk kansloos.
‘Mag ik meedoen?’ vraag ik met een veel te vriendelijke stem.
‘Nee’, zegt ze snel en beslist.
Ik kijk welke kleur er nog niet in het speelveld staat.
‘Ik wil blauw wel zijn. Die hebben nog geen zes gegooid.’
Mijn grote zus zucht. Gaat dan verder met dobbelen.
Ik pak de stoel waar haar voeten op liggen en schuif ‘m naar achteren. Haar korte benen maken een vrije val.
‘Nou-hou!’ roept ze en gooit haar hoofd in haar nek.
Ik ga tegenover haar zitten, sla mijn armen over elkaar en buig rustig naar voren.
‘En? Wie is er aan het winnen?’
Weer die veel te vriendelijke stem.
Ze ruimt het spel op.
Mijn verbaasde gezicht is het gezicht van iemand die opnieuw, voor de zoveelste keer, heeft gescoord. Zoveel-nul.