Maar wij gaan oe

In aanloop naar mijn Wintertuinsessie op 26 oktober schreef ik een stuk over Normaal, Rowwen Hèze, de bio-industrie, de twee bubbels waar ik tussen zit, het shirt dat ik kapot knipte en een halfvolle boer.
.
Je leest het hier.
.
Over mijn Wintertuinsessie:
Op donderdag 26 oktober zijn muzikant Broeder Dieleman en schrijvers Marieke Lucas Rijneveld en Leo Pleysier te gast tijdens de vierde Wintertuinsessie. Deze literaire talkshow in de Thiemeloods in Nijmegen staat geheel in het teken van ‘de boerenerfenis’, en wordt door mij geleid. Ik ga met de gasten in gesprek over de rol van de boerenachtergrond in hun teksten en muziek: de drie gasten putten namelijk ieder op geheel eigen wijze uit hun plattelandsjeugd voor hun verhalen. Als boerenzoon vraag ik me af wat de artistieke aantrekkingskracht is van een jeugd tussen de weilanden. Tickets koop je hier.
.

Waterput


.
Grootste, rijkste, spectaculairste. Waar de mensen aan de Maas kunnen pronken met scheepswrakken, mammoetresten en stenen van een Romeinse brug, moeten mijn familie en ik het doen met een simpele waterput. ‘In feite een uitgeholde boomstam,’ aldus mijn vader.
.
Acht jaar geleden kreeg een archeologenteam ons weiland in het vizier. Aanleiding was de geplande aanleg van een gasleiding. Mijn vader was niet onder de indruk. Elke ochtend om zeven uur klom een man in de graafmachine en kon de eerste twee uur nauwelijks iets doen. Pas om negen uur arriveerden de archeologen uit ‘Groningen of Drenthe’. Ze namen eerst rustig een bak koffie en kuierden vervolgens naar de onderzoeksplek. Tot vier uur waren ze bezig. En zo vonden ze de uitgeholde boomstam die door Middeleeuwers in de grond was gestoken en gebruikt werd als waterput.
.
Ik weet zelf weinig van die opgraving. Net als mijn moeder ben ik destijds niet bij de greppel gaan kijken, ook al was ik net klaar met mijn studie geschiedenis. We leerden op de opleiding dat materiaal uit vroegere tijden het beste bewaard blijft onder de grond.
Mijn vader was en is meer geïnteresseerd in de gasleiding. Hij vertelt dat er mogelijk Noors, maar nog waarschijnlijker Russisch gas onder onze grond stroomt. Het is inderdaad een boeiend gegeven. Poetin in je achtertuin. Dat is wel iets anders dan een waterput. In de Middeleeuwen had elke boerderij wel zo’n put. Alleen al in de Beuningse Molenstraat zijn eind jaren negentig 25 waterputten gevonden.
.
De boomstam is weg, de greppel is dichtgegroeid. Er is enkel gras. De Middeleeuwen zijn verder weg dan ooit. Nu maar hopen dat over 800 jaar die exotische gasleiding er nog ligt.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Zitten

Er wordt de laatste tijd veel lelijks gezegd over de menselijke handeling zitten. Het zou ongezond zijn, je zou er korter van leven, hoe meer je het doet hoe slechter, bla, bla, bla. Maar het meest ontroerende moment in het vijfmaandig bestaan van mijn dochter is toch wel dat ze zit. Vandaag, in een kinderstoel, naast haar zus. Rechtop zitten en om je heen kijken en daarmee van het ene op het andere moment een persoon worden.
.

Villa


Ik was een jaar of negen toen ik wegliep van huis en na een uur werd teruggevonden op de Distelakkerstraat, een straat verder. Met mijn hoofd tussen mijn knieën zat ik verscholen in de berm. Ik was dwars door de wei gelopen met het plan om de bus te pakken en zo ver weg mogelijk te gaan, maar eenmaal op de Distelakkerstraat durfde ik niet langs het grote, geheimzinnige huis op de hoek.
.
Villa Nieuw Distelakker. Landhuis met koetshuis uit 1910. Verstopt achter bomen. Vervallen. Het heeft tal van bewoners gehad: weeskinderen, verslaafden, antikrakers, volgelingen van de Bhagwanbeweging.
Nu staat het te koop. Er zijn al geïnteresseerden, schijnt.
.
In de berm probeerde ik me voor te stellen hoe het zou zijn, elders, ver weg van Beuningen. Dat was moeilijk. Vage beelden van een drukke, stinkende metropool. Zo vond ik het ook lastig om te bedenken wat zich achter de voordeur van de villa afspeelde. Ik meende dat de Bhagwan daar nog zat. Ik was bang dat als ik er langs zou lopen, ze me naar binnen zouden sleuren en zouden hersenspoelen.
Ik dacht aan thuis. Aan wanneer ze me zouden vinden. Langzaam verschrompelde het idee van vertrekken. Ik wachtte en hield ondertussen de villa in de gaten.
.
De villa is eerst geveild, maar er werd niet genoeg geboden. Wat de prijs moet zijn, is niet duidelijk, zoals zoveel niet duidelijk is. Als ik mijn ouders bel met de vraag naar wat zij weten van het huis, is het lang stil. De lijn is slecht. Dat kan geen toeval te zijn.
“Het was er vaak een rommeltje,” zegt mijn moeder uiteindelijk.
Of de Bhagwan er echt gezeten heeft, vraagt mijn vader zich sterk af.
“Er waren geluiden dat ze zouden komen, maar we hebben ze nooit gezien.”
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Moment

winssendeestbankje4.
Het mooiste moment van het afgelopen jaar voor mij was toen ik op een zonnige septemberdag met de auto langs een echtpaar op een bankje reed. Dat klinkt onbenullig en dat is het misschien ook. Het betrof het bankje aan de Van Heemstraweg tussen Winssen en Deest. De man en de vrouw waren op middelbare leeftijd. Ze hadden hun fiets naast het bankje gestald en keken, terwijl ze een boterham aten, naar de drukke weg voor hun neus. Als ik niet in de auto had gezeten, zou ik zeker een foto van ze hebben gemaakt.
.
Het echtpaar had overal kunnen pauzeren van hun fietstocht – er zijn genoeg mooie, stille plekjes in de omgeving – maar ze kozen voor het zicht op de Van Heemstraweg. Het leek alsof ik met mijn auto onderdeel was van een metafoor. Ik had de radio aan, een nieuwszender, en er zal ongetwijfeld iets gezegd zijn over de Amerikaanse verkiezingsstrijd, de Brexit, de aanslagen in de zomer, de oorlog in Syrië, de ouderenzorg of de vluchtelingen. Het echtpaar keek naar al die voorbij razende auto’s met hun radio’s en at rustig door. Ze gaven geen oordeel, ze lieten de situatie op zich inwerken.
.
Begin december sprak ik met mijn vader over de problemen in de veeteelt. Nog zo’n moment. Aan de keukentafel schetste hij voor mij de situatie. Zonder emotie, zonder mening. Natuurlijk had hij wel een mening, maar hij liet toen, op dat moment, alleen zien hoe complex het allemaal in elkaar stak.
.
Dat was ook wat ik in het echtpaar in Winssen zag: ze erkennen de complexiteit der dingen. Ze riepen niet meteen, maar ze keken ook niet weg. Ze namen het in zich op. De redelijkheid stond voorop. En dat is wat ik wens voor het nieuwe jaar. Meer van zulke echtparen op bankjes.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.
.

Kapotte broeken

Ik was in een kledingzaak en daar lagen allemaal broeken met scheuren erin, kapotte broeken. Ik vroeg aan het meisje achter de kassa wie dat had gedaan.
Wie wat heeft gedaan? vroeg ze.
Wie die broeken kapot heeft gemaakt.
Dat was al.
Maar die gooi je dan toch weg?
Nee, dat hoort zo. Die verkopen we.
Die verkopen jullie? Tegen korting zeker?
Nee, de normale prijs.
En mensen kopen dat?
Mensen kopen dat, ja.
Mensen kopen dus kapotte broeken.
Ja.

Melktand

Het was mooi geweest als het eerst tandje van mijn dochter was doorgekomen in de week dat mijn 40-jarige gehandicapte zus een melktand verloor. Beiden moesten lijden vorige week. Mijn dochter omdat ze koorts had en dat kwam niet door het doorkomen van de eerste tand. We wisten niet waardoor het kwam. Mijn zus omdat er niets meer voor haar melktand in de plaats komt. Er zit een gat voor de rest van haar leven. Zelfs ik moet daar even van slikken. Mijn zus kreeg twee nieuwe spijkerbroeken en het was weer goed. Bij mijn dochter tasten we elke dag het mondje af, maar vooralsnog geen tand.

Sufjan

In mijn tweede mailtje aan Sanne (nadat ze ja had gezegd op de vraag in mijn eerste mailtje: of ze mee op date wou) stopte ik een nummer van Sufjan Stevens. Ze kende warempel de muziek en daarmee was ik in mijn nopjes. Het bleek dat we naar hetzelfde concert waren geweest in het Muziekgebouw in Eindhoven, maar toen kenden we elkaar nog niet. Ik zat op de eerste rij, Sanne op de eerste rij van het balkon. Misschien heeft ze onwillekeurig op mijn – toen nog – appetijtelijke kruin gekeken, maar meer interactie kan er niet zijn geweest. Gisteravond gingen we samen naar Sufjan, in Carré, Amsterdam. We zaten op dezelfde rij, maar door een ietwat ongelukkige samenloop van omstandigheden niet naast elkaar. Dus moeten we nog maar eens naar een concert van hem. Ga je mee, Sanne? Sufjan speelde het nummer trouwens niet, wel heel veel ander moois.

Halverwege het dakterras

Ik was bij een barbecue die op een dakterras werd gehouden. De ene helft van de gasten was van exotische komaf. Ze dronken likeur, rookten joints en hadden de macht over de muziek. De andere helft was uit de Hollandse klei getrokken. We dronken bier, rookten sigaretten en praatten over studie, seks en geweld.
Ergens halverwege het dakterras was een onzichtbare scheiding. De allochtonen bakten hun vlees op een wegwerpbarbecue. Dat ging moeizaam want het waren van die grote stukken en de kolen wilden nauwelijks gloeien. De autochtonen bakten kleinere stukken vlees, sneller, op een stalen barbecue op pootjes.
In de eerste uren leefden de groepen volledig langs elkaar heen. Tot een van de allochtonen met iedereen handen begon te schudden omdat hij naar huis ging. Hij moest zijn hond uitlaten, legde hij zonder schaamte uit.
Daar bleef het niet bij.
Een Vietnamees bekende niet veel later dat hij maar vier woordjes van zijn moedertaal kende. Toen was het hoog tijd om naar huis te gaan.

Niet zwart, wel Habana

Volgens onder andere de Zondagkrant (waarom niet Zondagskrant?) treedt maandag ‘Niet zwart’ op tijdens de Vierdaagsefeesten.
Niet zwart? Hanneke, Dennis en ik bepalen zelf wel hoe zwart het gaat worden.
Verder staat er in de Zondagkrant zonder s dat het gaat om straattheater en variëté. Nu wil ik best op stelten gaan lopen, maar volgens mij zit er een dak boven het podium en dat maakt het fysiek vrij lastig. Het zal de naam van het podium zijn die verwarring zaait: Grand Salon du Variëté. Wel gaan we na onze voordrachten fijne plaatjes draaien. Dus wees welkom op Habana!

Het Nieuwe Zwart
Maandag 20 juli
20.30 uur (22.30 uur dj’tje spelen)
Habana – Waalstrand Nijmegen