Alle antwoorden na een festival

willemendejugend
– De winnaar heet Pascal den Hartog.
– De verliezer heet de pers, en dan met name mijn eigen werkgever, vanwege de karige aandacht voor het mooiste festival van Nederland.
– De beste vervanger heet Isolde. Hulde!
– De een-na-beste vervanger heet Lucky Fonz III.
– De liefste afzegger heet Miss Montreal.
– De spannendste en meest ongrijpbare gast heet Don Diego Poeder.
– De meest enthousiaste dichter heet Nyk de Vries.
– De meest geschrokken dichter (excuses nogmaals!) heet Annemieke Gerrist.
– De meest bewonderde medewerker en tegelijkertijd de grootste pechvogel heet Marit.
– De meest gezongen regel is ‘Kan het niet meer stoppen! Ohowo’.
– De beste grap is Dennis die jarig is, kado ontvangt van de Wintertuin, per ongeluk mijn sms heeft ontvangen met daarin de titel van het kado, dit voordat hij het kado uitpakt noemt, en dan blijkt dat het een ander kado is en ik een eigen kado voor hem had.
– De een-na-beste grap is ‘Weekend Dennis Gaens?’
– De meeste vermakelijke combinatie is mijn verhaal op ANS-online en daaronder een advertentie van het Academisch Schrijfcentrum met de slogan: Moeite met schrijven?
– Het overheersende gevoel is vermoeidheid. Nog steeds. Maar ik ben gelukkig.

(Op de foto van links naar rechts achter me: Jop Luberti, Vicky Francken, de ogen van MoNiek de Vries, Niek Hayen, Ingeborg Klarenberg denk ik, en dan in de categorie oogjes dicht: Tim Devriese, Willem Sjoerd van Vliet en Eva Mouton)

Willem gaat Wintertuinieren

festiv-beeld-08

Dat betekent weinig modder en lijm de komende dagen, maar dat betekent ook:

– Mijn Manuelletje voordragen in Doornroosje!
– Een prachtig muziek/literatuur-programma regisseren (Komt allen naar Poetracks, Hugo Claus gezongen door topmuzikanten)
– Aankondigingen doen tijdens dé festivalavonden.
– Paul Bogaers interviewen en vervolgens de prijsuitreiking van de plagiaatwedstrijd van Op Ruwe Planken.
– Samen met WS, Debby en ome Frank het festivalblog bijhouden, met de laatste ontwikkelingen.
– Een volle week waarbij de adrenaline in verhoogde snelheid door het lichaam zal schieten, terwijl je tegelijkertijd het gevoel hebt van vakantie-of-grote-reis-met-leuke-mensen-waar-je-hele-dagen-mee-optrekt-of-zoiets-als-carnaval-maar-dan-beter.

Hoop u te mogen begroeten tijdens een van de vele Wintertuin-programma’s!

Zub

kaartwilhelminalaan1

Zub stond midden in de nacht op het hoogste punt van de Wilhelminalaan, daar waar de lange straat verandert in een viaduct over de A73. Zub was radeloos. De Rus, die sinds 4 jaar in Beuningen woonde, was niet van plan om te springen en ook niet van plan een stoeptegel naar beneden te gooien. Nee, zo radeloos was hij ook weer niet. Maar hij had wel zijn vrienden gealarmeerd. Die lagen nu voor hem op de grond. ‘We zijn er klaar voor’, riep er één.

Aylin was Turks, maar modern Turks. Zij mocht met een Rus gaan, geen enkel probleem, maar dan moest die Rus er geen ander liefje op nahouden. Dan was het voor haar meteen voorbij. Zub wist dat hij het eigenlijk niet meer goed kon maken. Alleen hier had hij nog een kans, op dit viaduct, waar zij elke morgen onderdoor zoefde op weg naar haar werk.

Zub haalde adem en schudde de spuitbus in zijn hand. Toen liep hij naar zijn vrienden, hurkte bij hen neer en kroop naar de rand van het viaduct. Twee kameraden grepen zijn enkels vast. Hun eigen enkels werden weer vastgehouden door twee andere vrienden. Het was een hoop gestuntel en er werd flink gevloekt, maar eindelijk was Zub waar hij moest zijn. Hij hing ondersteboven tegen de rand van het viaduct en begon gelijk de letters te spuiten, op de kop. Het was wonderbaarlijk. Zijn rechterhand had de hele avond getrild, maar hield nu stil. Zub hartje Aylin. Het stond er vastberaden, zonder uithalen. Deze radeloze Rus had het gewoon gedaan. Hij liet zich naar boven hijsen. Daar zou hij wachten op de volgende morgen.

Manuel (2)

Het was weer raak. Voor de vierde achtereenvolgende dag had Manuel de emmer, waar ooit chocoladeijs in had gezeten, volgekotst. Hij slikte vijf keer om te voorkomen dat er nog meer naar boven zou komen. Met een oude handdoek veegde hij vervolgens zijn mondhoeken schoon. Als mensen hem zouden vragen hoe het met hem ging, zou hij eerlijk zijn: ‘Ik voel me alsof ik voor de vierde achtereenvolgende dag een emmer heb volgekotst waar ooit chocoladeijs in heeft gezeten’.
Een keerpunt liet gelukkig niet lang op zich wachten. Omdat zijn wc al teveel stonk, liep Manuel in zijn ochtendjas en met de emmer in zijn hand de straat op. Hij zocht naar een putje, maar dat bleek niet eenvoudig. Daar moest hij flink wat meters voor maken. Toen begon hij te zwieren met de emmer. Zomaar. Hij wist ook niet waarom. Eerst ging het nog tamelijk voorzichtig, maar al snel ging het harder, zoals de Halve Maen in de Efteling. Er vielen scheuten kots uit de emmer. Het kon Manuel niet schelen. Hij wist ook wel dat hij morgen weer stond te kotsen, maar voor nu voelde hij zich even alsof hem een dagje naar de Efteling in het vooruitzicht werd gesteld.

Desie

desie
In de trein zitten drie meisjes. Klasgenoten. Eentje lijkt op Desie, van Dunya en Desie. Tenminste, dat zegt ze zelf. De anderen zijn het daarmee eens. Ze vertelt dat ze haar haren in de winter altijd zwart verft. In de zomer laat ze het blond, haar natuurlijke kleur.
‘Blond werkt gewoon niet in de winter.’
‘Je hebt nu wel iets arrogants over je. Dat zeggen sommige mensen over jou tegen mij’, zegt een van de meisjes.
‘Ja, maar dat heb ik ook in de zomer. Ik kom gewoon bitchy over’, reageert Desie, die er geen probleem mee lijkt te hebben.
Het gesprek verandert van onderwerp.
Een tijdje terug had Desie afgesproken met een jongen die ze kende via msn.
‘We gingen een stukje lopen, door het park weetjewel. Opeens pakt ie mijn hand vast. Ik dacht: wat is dit dan? Later op msn vroeg ie: zullen we ’t proberen?’
De meiden lachen.
Uit de intercom klinkt de conducteur: ‘Goedemorgen dames en heren. Het is 6 november en dit is Nijmegen.’

Marike Jager over Beuningen

Ik heb iets gemeen met singer-songwriter Marike Jager. Zij weet ook heel goed hoe het is om in Beuningen te wonen, zo blijkt uit een interview met 3voor12:

De geboren Leusdense verhuisde vorig jaar naar Beuningen, een slaapstad bij Nijmegen. Jager had daar praktische redenen voor: “Ik woon nu in een klooster waar ik de plaat heb kunnen opnemen en waar ik fijn kan wonen.” Een plaats als Beuningen werkt weinig inspirerend, maar Jager heeft iets anders gevonden waar ze een lied over heeft geschreven: “Bij ons in de straat staat een magnoliaboom die maar twee weken in het jaar supermooi bloeit. (…).”

Luister naar Marike

Huppelen

Je bent page en je bent zes jaar.
Om de vijf minuten moet je het podium af, langs de jeugdprins en de raad van elf, om al huppelend en met de handjes in de zij een artiest op te halen die drie jaar ouder is dan jijzelf en die zal gaan playbacken.
Telkens weer sturen ze je de verkeerde kant van de zaal op.
Telkens weer bulderen ze van het lachen. Ze, die oude mensen die ook verkleed zijn en in een hoog tempo bier drinken.
En je lacht en je blijft huppelen, de hele middag.
Je weet nog niet dat dit het is.
Dat dit de verhoudingen zijn.
De rest van je leven.