Vroeger ging dat digitaal

Het was even wennen. Vanmorgen gaf een zeer vriendelijke mevrouw me een groot vel papier met daarop heel wat namen. Ik keek haar vragend aan. Ze wees naar de hokjes aan de andere kant van de hal.
‘Daar moet u het doen.’
Ze glimlachte. Er was verder niemand en ze leek oprecht blij dat ik er was.
Ik koos het eerste hokje. Er lag een klein en dik rood potlood. De namen zeiden me weinig. Het waren vooral Brummer, Brom en Kolodziejak die mijn aandacht trokken. Ik twijfelde en kleurde uiteindelijk een van de hokjes in. Geconcentreerd. Binnen de lijntjes.
Ik ging terug naar de vriendelijke mevrouw.
‘Ik heb het gedaan’, zei ik.
‘Stop ‘m hier maar in.’
Er stond een grijze bak op tafel met een smalle gleuf. Ik liet het papier, netjes opgevouwen, in de gleuf vallen.
‘En dat is het?’
‘Dat is het’, zei ze.
Ze glimlachte nog eens naar me toen ik wegliep.
Het was mijn eerste keer met een potlood en het viel best mee.

P.F. Thomése vs Ferry van de Zaande

Nu we dan toch in een frietkot zijn:
Hoe noemen ze dat ene lekkernij nu in Tilburg?
Ik bespeur onenigheid.
Volgens P.F. Thomése, schrijver van een geweldige novel, gaat het om een negerlul speciaal.
Ferry van de Zaande zingt echter over een open been (“bin”).

.
Het is een zware strijd tussen P.F. en Ferry, waarbij de ketchup rijkelijk rondspuit. Wie zal er winnen?

Cafetaria

Er zijn dingen gezegd. Er zijn mensen gegaan.
Er zijn plaatsen waar ze nu over je praten.
Maar ondanks alles ga je twee keer per week naar ’t Meulentje. Daar wissel je een smulrol af met een mexicano. Je draait op je gemak een sjekkie en stopt hem voor even achter je oren, want op het scherm van de gokkast staat je naam al weken bovenaan.

Sauna

Hij was voor het eerst in de sauna en kon het gekwek van de vrouwelijke bezoekers nauwelijks onderscheiden van de bubbels in het bad waarin hij lag. Het werd hem steeds duidelijker waar de bladenwereld haar bestaansrecht vandaan haalde.

Keukentafel

Hij had zo zijn eigen manieren. Er kwam geen ovenwant of theedoek aan te pas als hij het gloeiend hete pannetje oppakte met de mouw van zijn ochtendjas. Hij wist precies hoe hij het water kon omkiepen in de wasbak zonder het eitje eruit te laten rollen. Hij draaide de koude kraan open, telde langzaam tot tien, ademde nog even diep in en pakte vervolgens het ei uit het water. Aan de keukentafel onthoofdde hij het ei en strooide zout op beide helften. Langzaam lepelde hij het eitje op. Onderwijl pakte hij een huis-aan-huis-blad er bij dat op de hoek van de tafel lag. Hij had de berichten al vijf keer gelezen  en kende ze bijna uit het hoofd. Voor de zoveelste keer speet het hem dat een ochtendkrant financieel niet haalbaar was. Toch gaf het hem rust, om zo een ei te eten en berichten te lezen die ver weg deden denken aan een echte krant.

Werkloos

Heb je het echtpaar wel eens ontmoet dat boven mij woont, die twee opgeblazen rompen met hun kleine, overbodige hoofden en ledematen? Die twee zijn ook werkloos. Praten doen ze al jaren niet meer. Ze openen hun mond alleen nog om er voedsel in te stoppen. Over niet al te lange tijd zullen ze door de vloer komen zakken. Elke dag klinkt hun voetstap doffer, elke dag kraken de balken boven mij iets vervaarlijker. Het zijn brave mensen. Het geld dat ze van staatswege toegestopt krijgen zetten ze braaf om in stront. Twee spijsverteringskanalen zijn ze, twee verbindingsbuizen tussen de overheid en de riolering. Wanneer het hard regent kan de afvoer hun uitwerpselen niet meer aan, zo flink doen ze hun best. De drollen drijven dan beneden door het halletje, over de stoep en door de goot. Dan moeten er twee mannen van de gemeentereiniging komen. Ze hebben lange bamboestokken bij zich, die aan elkaar worden geschroefd. De ene man port daarmee in het riool. ‘Loopt de pap al?’ vraagt hij aan de andere, die in de put staat te kijken. Hij port net zo lang tot de pap weer loopt en het geld weer kan rollen.

.
Deze passage is afkomstig uit het verhaal ‘Buitenlandse dienst’, te vinden in De verhalen van Frans Kellendonk (1995, p. 84/85).

All you need

Zoals voorgedragen tijdens het buffet op de bruiloft van mijn broer, gistermiddag, toen ik nog een beetje helder was.
.
Zet u op kerstavond ook de tv aan? Toch maar, ook al weet u dat het niet helemaal bij de kerstgedachte past? Stemt u ook af op SBS6, All you need is love?
Ja?
Schaamt u zich maar niet. Bij ons thuis is het al jaren traditie. Saucijzenbroodjes de oven in en Robert ten Brink aan. De kerstbelletjes rinkelen, de reclame komt ten einde en ik prop het zoveelste chocoladekransje in mijn mond.
.
All you need is love dus. Het is donker, koud, nacht, Nederland. Robert zit in een grote bus vol met Finnen, Nigerianen, Colombianen, Azerbeidjanen en achterin, in de hoek, een verdwaalde Belg. Ze zijn dik ingepakt. Alsof Nederland al jaren wordt geteisterd door ernstige sneeuwstormen en de temperatuur ’s nachts daalt tot min veertig.
De bus rijdt in rap tempo het land door. Hier en daar wordt er gestopt. Dan stapt Robert uit en zoomt de camera snel nog even in op een van de mannen. Want het zijn altijd mannen in die bus. Een bus vol buitenlandse mannen. Robert gaat in een rechte lijn op een huis af, terwijl de cameraman achteruit loopt en Roberts gezicht probeert te filmen. De presentator draait het bekende riedeltje af over weer een prachtig liefdesverhaal met één probleempje: de afstand. En dan belt ie aan, bij een heel normaal huis met een heel normale voordeur en een heel normaal raam waar ’s nachts gordijnen voor hangen. Robert wacht even, kucht eens in zijn koude vuistje, warmt zijn handen op en jawel, de deur gaat op een kier. Een blond meisje in pyjama doet open. Vol ongeloof kijkt ze in de felle bouwlamp die boven de camera hangt.
Fygur?
Robert speelt de verloren onschuld, draait er geroutineerd om heen. Maar het meisje snapt het wel. Kom op, het is midden in de nacht en er staat een camera voor je neus. Natuurlijk is het Fygur. Robert bouwt de spanning nog op, terwijl het meisje al langs zijn schouder kijkt om te zien of haar Fin er aan komt. Toch heeft Robert het als eerste gezien. Hij wijst in het donker. Hé, volgens mij rent daar een Fin met een grote sporttas op zijn schouders. Omhelzing, kus, blablabla.
.
Bij ons thuis is het op het moment van de omhelzing doodstil. Waterig kijkt iedereen naar de tv. Ze smelten.  Ik ben degene die traditiegetrouw aan deze mooie stilte hardhandig een einde weet te brengen.
Waarom? roep ik elk jaar uit. Waarom moet zo’n meisje helemaal naar Finland? Een man met twee benen, twee armen, een hoofd en een romp. Kijk eens om je heen, meisje. Niet met de ogen naar de grond. Er lopen genoeg mannen rond in Nederland. Waarom altijd zo’n exoot?
Goed, ik zei dit in een periode waarin ik nog hevig op zoek was naar de liefde. Maar nog steeds kijk ik met enige frustratie op kerstavond naar All you need, terwijl de saucijzenbroodjes in de oven staan en ik misselijk ben van de chocola.
Lees verder All you need

Zondag

Ik zie een hele kerk vol zingende mensen. Gelukkig is er ondertiteling. Het is een grappig gezicht hoe de monden steeds open en dicht gaan. Ze zijn enthousiast, bij sommigen gaat de mond wel heel ver open.  Ze blijven maar zingen, non-stop achter elkaar. Liederen die ik niet ken. Het is meerstemmig en altijd op tijd. Ze werpen af en toe een blik in het tekstboek, maar richten hun blik het grootste deel van de tijd op de dirigent. Een enkeling sluit zijn ogen terwijl hij zingt. Het gaat over Galgotha, vrijmoedigheid, uw genade is mij genoeg. Veel Hij’s ook. Er is een pianist, een drummer en soms speelt er iemand boven in de kerk op het orgel.
Buiten klinken de kerkklokken. Ik hoor het door het gezang heen.
Zo heb ik de zondag niet eerder beleefd.

Lelijker

Elke keer als ik naar de oude foto’s van mijn ouders keek, uit de tijd dat ze van mijn leeftijd waren, dacht ik dat de mensen vroeger lelijk moeten zijn geweest. Lelijker dan de mensen nu. Bij de zwart-wit foto’s van verjaardagen en feestjes bestudeerde ik vooral de gezichten van de meisjes. Steeds zag ik hoekige hoofden en net iets te grote neuzen. De overdadige, vette make-up leek de lelijkheid juist te accentueren. Het moest iets met de tijd te maken hebben, was mijn idee. Dat de welvaart mensen mooier maakt, want zelfs het bier ziet er schraler uit op die foto’s. Of dat het er elke generatie gewoon mooier op wordt, in de geest van Darwin.
.
Gisternacht liep ik langs de kroegen in de stad. Het was druk buiten. Veel meisjes van mijn leeftijd die een avondje los gingen. Ik liep daar in mijn eentje langs, op weg naar huis. Ik was de buitenstaander, een bijna oude man. Ik bestudeerde de gezichten en ontdekte dat ik er helemaal naast had gezeten. De lelijkheid was helemaal niet verdwenen, het waren dezelfde hoekige gezichten en grote neuzen. Net als hun ouders. Zelfs de make-up was even vet. Slechts drie dingen waren anders dan vroeger: de kleding, de haardracht en de kleuren.
.
Het waren de kleding, de haardracht en de kleuren die me al die tijd voor het lapje hadden gehouden. Nu ik als buitenstaander naar de meisjes keek, zag ik hun moeders. Hun hoofden waren lang niet volmaakt gevormd, zo bleek, maar vol gebreken. Het is lelijk, maar wel mooi lelijk.

Wie? Frans Kusters?

In een antiquariaat in Nijmegen hebben ze dubbele boekenkasten. Als je de eerste kast openklapt, vind je daarachter een tweede kast vol boeken. Ik vind dat een prachtig gegeven en ook een leuke bezigheid, boekenkasten openklappen, al doet het me wel een beetje denken aan het Achterhuis.
.
Maar goed. In die tweede boekenkast vond ik Afscheid in Hoek van Holland van Frans Kusters. Hoe mooi het ook is om op zo’n plek zo’n prachtig boek te vinden, het is vooral ook sneu. Kusters is geboren in Nijmegen en woont en werkt nog altijd in de stad. In een bestek van 34 jaar heeft hij een zeer boeiend oeuvre geschreven. Afscheid in Hoek van Holland, een bloemlezing van zijn eerste verhalenbundels, laat dat goed zien. Kusters schrijft zijn korte verhalen op een heel eigenzinnige manier. Het zijn impressies, schetsen, notities, vaak gewoon afspelend in Nijmegen met namen als Nico, Esther en Jeroen. De verhalen zijn uitermate suggestief, maar bevatten steeds genoeg body om de lezer de bladzijde te doen omslaan. Of om het mooier en duidelijker te zeggen; het zijn zeldzame miniatuurparels.
.
De boeken van Kusters liggen momenteel niet in de schappen van Dekker van de Vegt. Dat is veelzeggend, want wie kent Frans Kusters? Wie heeft zijn verhalen gelezen? Binnenkort verschijnt zijn nieuwe roman. Hoeveel mensen zullen die opmerken?
Het geheim van Nijmegen mag gelezen worden!