Tussen de dagelijkse ellende

– Na een avond met flink veel bier kreeg ik de hik toen ik vlak voordat ik mijn bed opzocht een glas water dronk.

– Een politiebericht op teletekst: ‘Hij lijkt wel 25 jaar oud, hoewel hij 19 is.’

– Tijdens een demonstratie door mijn straat is het dit dat ik denk te horen: ‘Palestina is geen Madurodam!’

– Een verslaggever van het schaatsen op tv: ‘Kijk, als je de billen te hoog hebt in de eerste bocht dan…’

Dat ik gedichten schrijf

Mijn vader denkt dat ik gedichten schrijf. Het is een behoorlijk hardnekkig misverstand.
In december schreef hij een gedicht aan mij, waarin stond dat ik gedichten schrijf. Dat was nieuws. Maar niet voor hem. Zijn bewoording was achteloos, alsof iedereen het eigenlijk al lang wist maar het toch nog even benoemd moest worden. Over mijn verhalen repte hij geen woord, ik was een poëet. Het is iets waar hij niet echt trots op is, maar wat hij wel zal vertellen als mensen er naar vragen.

Vandaag stuurde mijn moeder een mail met als onderwerp Fw: Win jouw eigen gedicht op een echte Hallmark e-card!
Boven de advertentie schreef ze: ‘Is dit iets voor jou?’

Het is een onbegonnen zaak.

Oké. Ik geef toe. Ik heb in het verleden gedichten geschreven en schrijf er heel af en toe nog weleens een. Ook ga ik veel met dichters om. Maar het is niet mijn tak van sport. Het werkt niet bij mij. Liever sta ik langs de kantlijn. Ik lees en moedig aan. Ik heb het echt geprobeerd, maar de heroïne heeft geen invloed op mijn lichaam. Het spijt me, Jan. Ik ben er te nuchter voor. Of ik heb te veel remmen onder mijn stuur.
Doe mij maar tabak.

Het hoeft allemaal niet zo’n probleem te zijn, maar hoe vertel ik het mijn ouders?

Jeuk

Ik ging naar de dokter, want ik had jeuk. Als je jeuk hebt hoef je niet naar de dokter, maar als je veel jeuk hebt kun je het wel overwegen.

Ik nam plaats in de wachtkamer en bladerde door een Donald Duck. Ik bleek niet de enige in Beuningen te zijn met wie er iets mis was. Er zaten een oude vrouw met rokershoest, een iets jongere vrouw, een moeder met twee kinderen en een man van rond de 40 die steeds in slaap dommelde.

De deur ging een stukje open en het hoofd van de dokter verscheen. Hij keek de oude vrouw met rokershoest aan. Dit was voldoende om haar te doen opstaan. Het bleek de gebruikelijke procedure. De dokter hoefde iemand maar aan te kijken en die persoon stond op en ging met hem mee. Ik hoopte dat de dokter zijn ogen ook een keer op mij zou laten vallen, maar dat gebeurde niet. Mensen kwamen en gingen. Ik dacht aan mijn jeuk en of ik niet een hypochonder aan het worden was. Misschien was dit lange wachten wel een manier van de dokter om mij na te laten denken over dit doktersbezoek.

Na een uur vond ik het genoeg. Ik ging naar de balie en vroeg aan de mevrouw die erachter zat waarom ik zo lang moest wachten. Ik verwachtte dat ze me niet kon antwoorden omdat het bij een dokter nu eenmaal lang duurt. Ze kwam echter met een heldere mededeling.

‘U staat op vrijdag.’
Ik had me vergist.
‘Geen wonder dat de dokter u niet heeft aangekeken’, zei ze vervolgens, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Toen vond ik het eng worden.

Afscheid van een hoornist

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=_MkMdlfl8Hg&hl=nl&fs=1]

Het was een avond van bier, omhelzingen en ongeloof.
‘Is dit echt je laatste concert?’
Zaterdag hing ik mijn hoorn in de wilgen. Dat ging erg gemakkelijk. Door de ronde buizen kon ik ‘m zo aan een tak rijgen.

Nee.
Voor veel mensen zal het onbegrijpelijk zijn, maar de fanfare is lange tijd een belangrijk deel van mijn leven geweest. Op mijn tiende wilde ik accordeon gaan spelen, maar mijn moeder sprak de voorzitter van de fanfare aan.
‘Is dat niet wat voor jou?’
Ik wilde mijn moeder niet teleurstellen, ze had de moeite genomen om iemand aan te spreken en misschien was het inderdaad wel wat voor mij. Enkele weken later probeerde ik geluid uit een zilveren bugel te krijgen, mijn zus kreeg een gouden hoorn in de handen gedrukt. Na een half jaar hield mijn zus het voor gezien en wees ik naar de hoorn. Die wilde ik.
Lees verder Afscheid van een hoornist

Pakjes

In ons land worden veel pakjes verstuurd, ik stond er verbaasd van. Het gaat om duizenden. In het begin was ik nieuwsgierig en probeerde ik te raden wat er in zou zitten. Ik dacht aan kloppende mensenharten, liefdesbrieven in de vorm van een kijkdoos of een verzameling van onder meer een nietmachine, perforator en puntenslijper van iemand die ontslagen is en deze spullen naar een oude klant stuurt in de hoop dat deze man of vrouw medelijden met hem heeft.

Jan vindt dit allemaal onzin. Jan is van het distributiecentrum. Ik zie hem alleen ‘s morgensvroeg en dat is volgens mij niet het beste deel van zijn dag. Jan noemt me altijd ‘ventje’. Mijn naam kan of wil hij niet onthouden. Hij vindt mij ‘weer zo’n sukkel, iemand die te slim is voor dit werk maar te lui is om beter werk te krijgen’, zoals hij een keer letterlijk zei.
Lees verder Pakjes

Zo begon het

1.
Een kort ogenblik kreeg ik het idee dat warme oliebollen helemaal niet gebruikelijk zijn. Ik hapte in koude bollen en moest wennen aan de gedachte dat de rest van Nederland het blijkbaar dus op deze manier deed.
O, ze weten niet wat ze missen! riep ik in mezelf en zag het glorieuze moment al voor me dat ik ze warme bollen aanbood. Voor nu zweeg ik.
Tot de gastheer me wees op zijn oven.

2.
Een man haalde steeds nieuwe dozen uit zijn busje. Het waren niet bepaald sterretjes. Het schoot ver boven de stad uit en verlichtte de hemel. Afvalsnippers vielen op mijn hoofd. Steeds zochten mijn ogen door de rook naar de vuurwerkman. Ik wilde begrijpen waarom.

3.
Ik kwam thuis en bleek twee dassen om te hebben.

Achttien kikkers

12_kikker_scIk heb dit jaar getracht een nieuwe uitdrukking door te voeren: ‘De wetenschap is een wassen neus’.
Het slaat landelijk gezien nog niet echt aan, maar mijn lief (dit jaar opgeduikeld) is alvast helemaal om.
Ik zeg: ‘De wetenschap is een…’.
‘Wassen neus’, vult zij automatisch aan.
Achter deze nieuwe uitdrukking gaat voornamelijk wrok schuil betreffende mijn scriptie. Eigenlijk ben het niet echt eens met de uitdrukking, zeker niet sinds ik wekelijks een wetenschapper interview voor een rubriek in De Gelderlander.

Maar vandaag verscheen na vier maanden mijn laatste kikker. In totaal heb ik er achttien laten zweven. Het waren verhalen over prachtige onderzoeken, over botsingen die op sigaarvormige ballonnen lijken, schubben die met een pincet uit een vis worden gehaald, incestueuze pulpverhalen uit de Romeinse tijd, wortels die je van boven de grond kunt zien, Indonesische begrafenisceremonies die kostbaarder zijn dan het leven zelf, de kinderen in Nepal die dankzij één tandarts allemaal een tandpastaglimlach hebben gekregen en mensen die letters en cijfers altijd in kleur kunnen zien.
Lees verder Achttien kikkers

IJsbaan

Ik klom deze week de zolder op en zocht mijn oude schaatsen. Ze hingen met de veters aan een spijker in een houten balk. Ze leken op bowlingschoenen, met dat knullige zwarte en rode leer. Op de ijzers zaten roestplekken. Het zag er droevig uit. Ze hingen daar al zo’n tien jaar, zonder dat iemand zich om ze bekommerde. Ik haalde ze van de spijker en nam ze mee naar de gloednieuwe ijsbaan van Beuningen.

Ik had er zin in. Eindelijk was het weer mogelijk om te schaatsen in Beuningen. Tot tien jaar terug kon je iedere winter terecht op de vele sloten in het dorp. De beste schaatslocaties waren echter te vinden op de uiterwaarden, waar ik vaak tot diep in het donker ijshockey speelde. De laatste jaren was het Triavium de enige mogelijkheid om het ijs op te gaan.

Eenmaal bij de Asdonck aangekomen moest ik even slikken. De ijsbaan bleek één grote reclameadvertentie. Buiten stond een glimmende auto, binnen werd vuurwerk verkocht, kon je uitgebreid dineren, koophuizen bekijken en gratis op de foto. Nu snap ik dat zo’n ijsbaan niet betaalbaar is zonder sponsors. Maar moet het zo schreeuwerig? Moeten er kroonluchters boven het ijs hangen?

In mijn tijd (ja, hier mijmert een twintiger) namen we een thermoskan met chocolademelk mee naar de uiterwaarden. We controleerden het ijs door te luisteren naar het gekraak. We zagen dode visjes in het ijs en hielden onze adem in als we over bobbels gleden.

Deze week begreep ik weer eens dat tijden veranderen. Vanaf de kant keek ik naar de feloranje schaatsen op de baan en besloot dat er voor mijn oude ijzers geen tweede leven zou zijn.