Willem gaat Wintertuinieren

festiv-beeld-08

Dat betekent weinig modder en lijm de komende dagen, maar dat betekent ook:

– Mijn Manuelletje voordragen in Doornroosje!
– Een prachtig muziek/literatuur-programma regisseren (Komt allen naar Poetracks, Hugo Claus gezongen door topmuzikanten)
– Aankondigingen doen tijdens dé festivalavonden.
– Paul Bogaers interviewen en vervolgens de prijsuitreiking van de plagiaatwedstrijd van Op Ruwe Planken.
– Samen met WS, Debby en ome Frank het festivalblog bijhouden, met de laatste ontwikkelingen.
– Een volle week waarbij de adrenaline in verhoogde snelheid door het lichaam zal schieten, terwijl je tegelijkertijd het gevoel hebt van vakantie-of-grote-reis-met-leuke-mensen-waar-je-hele-dagen-mee-optrekt-of-zoiets-als-carnaval-maar-dan-beter.

Hoop u te mogen begroeten tijdens een van de vele Wintertuin-programma’s!

Zub

kaartwilhelminalaan1

Zub stond midden in de nacht op het hoogste punt van de Wilhelminalaan, daar waar de lange straat verandert in een viaduct over de A73. Zub was radeloos. De Rus, die sinds 4 jaar in Beuningen woonde, was niet van plan om te springen en ook niet van plan een stoeptegel naar beneden te gooien. Nee, zo radeloos was hij ook weer niet. Maar hij had wel zijn vrienden gealarmeerd. Die lagen nu voor hem op de grond. ‘We zijn er klaar voor’, riep er één.

Aylin was Turks, maar modern Turks. Zij mocht met een Rus gaan, geen enkel probleem, maar dan moest die Rus er geen ander liefje op nahouden. Dan was het voor haar meteen voorbij. Zub wist dat hij het eigenlijk niet meer goed kon maken. Alleen hier had hij nog een kans, op dit viaduct, waar zij elke morgen onderdoor zoefde op weg naar haar werk.

Zub haalde adem en schudde de spuitbus in zijn hand. Toen liep hij naar zijn vrienden, hurkte bij hen neer en kroop naar de rand van het viaduct. Twee kameraden grepen zijn enkels vast. Hun eigen enkels werden weer vastgehouden door twee andere vrienden. Het was een hoop gestuntel en er werd flink gevloekt, maar eindelijk was Zub waar hij moest zijn. Hij hing ondersteboven tegen de rand van het viaduct en begon gelijk de letters te spuiten, op de kop. Het was wonderbaarlijk. Zijn rechterhand had de hele avond getrild, maar hield nu stil. Zub hartje Aylin. Het stond er vastberaden, zonder uithalen. Deze radeloze Rus had het gewoon gedaan. Hij liet zich naar boven hijsen. Daar zou hij wachten op de volgende morgen.

Manuel (2)

Het was weer raak. Voor de vierde achtereenvolgende dag had Manuel de emmer, waar ooit chocoladeijs in had gezeten, volgekotst. Hij slikte vijf keer om te voorkomen dat er nog meer naar boven zou komen. Met een oude handdoek veegde hij vervolgens zijn mondhoeken schoon. Als mensen hem zouden vragen hoe het met hem ging, zou hij eerlijk zijn: ‘Ik voel me alsof ik voor de vierde achtereenvolgende dag een emmer heb volgekotst waar ooit chocoladeijs in heeft gezeten’.
Een keerpunt liet gelukkig niet lang op zich wachten. Omdat zijn wc al teveel stonk, liep Manuel in zijn ochtendjas en met de emmer in zijn hand de straat op. Hij zocht naar een putje, maar dat bleek niet eenvoudig. Daar moest hij flink wat meters voor maken. Toen begon hij te zwieren met de emmer. Zomaar. Hij wist ook niet waarom. Eerst ging het nog tamelijk voorzichtig, maar al snel ging het harder, zoals de Halve Maen in de Efteling. Er vielen scheuten kots uit de emmer. Het kon Manuel niet schelen. Hij wist ook wel dat hij morgen weer stond te kotsen, maar voor nu voelde hij zich even alsof hem een dagje naar de Efteling in het vooruitzicht werd gesteld.

Desie

desie
In de trein zitten drie meisjes. Klasgenoten. Eentje lijkt op Desie, van Dunya en Desie. Tenminste, dat zegt ze zelf. De anderen zijn het daarmee eens. Ze vertelt dat ze haar haren in de winter altijd zwart verft. In de zomer laat ze het blond, haar natuurlijke kleur.
‘Blond werkt gewoon niet in de winter.’
‘Je hebt nu wel iets arrogants over je. Dat zeggen sommige mensen over jou tegen mij’, zegt een van de meisjes.
‘Ja, maar dat heb ik ook in de zomer. Ik kom gewoon bitchy over’, reageert Desie, die er geen probleem mee lijkt te hebben.
Het gesprek verandert van onderwerp.
Een tijdje terug had Desie afgesproken met een jongen die ze kende via msn.
‘We gingen een stukje lopen, door het park weetjewel. Opeens pakt ie mijn hand vast. Ik dacht: wat is dit dan? Later op msn vroeg ie: zullen we ’t proberen?’
De meiden lachen.
Uit de intercom klinkt de conducteur: ‘Goedemorgen dames en heren. Het is 6 november en dit is Nijmegen.’

Marike Jager over Beuningen

Ik heb iets gemeen met singer-songwriter Marike Jager. Zij weet ook heel goed hoe het is om in Beuningen te wonen, zo blijkt uit een interview met 3voor12:

De geboren Leusdense verhuisde vorig jaar naar Beuningen, een slaapstad bij Nijmegen. Jager had daar praktische redenen voor: “Ik woon nu in een klooster waar ik de plaat heb kunnen opnemen en waar ik fijn kan wonen.” Een plaats als Beuningen werkt weinig inspirerend, maar Jager heeft iets anders gevonden waar ze een lied over heeft geschreven: “Bij ons in de straat staat een magnoliaboom die maar twee weken in het jaar supermooi bloeit. (…).”

Luister naar Marike

Huppelen

Je bent page en je bent zes jaar.
Om de vijf minuten moet je het podium af, langs de jeugdprins en de raad van elf, om al huppelend en met de handjes in de zij een artiest op te halen die drie jaar ouder is dan jijzelf en die zal gaan playbacken.
Telkens weer sturen ze je de verkeerde kant van de zaal op.
Telkens weer bulderen ze van het lachen. Ze, die oude mensen die ook verkleed zijn en in een hoog tempo bier drinken.
En je lacht en je blijft huppelen, de hele middag.
Je weet nog niet dat dit het is.
Dat dit de verhoudingen zijn.
De rest van je leven.

Beste politieagenten van Beuningen,

In de krant van afgelopen woensdag las ik dat jullie graag post ontvangen. Nou, bij deze!
Ik ben niet de mysterieuze brievenschrijver die jullie willen bedanken. Wel ben ik op de Beuningse kermis geweest. Ik zag daar Piet Piraat rondsjouwen met een confettikanon. Een beetje verdacht. Een dag later was Rik van GTST op de kermis, die mislukte Hollywood-acteur. Ook twijfelachtig, maar ik geloof eigenlijk niet dat zij iets met die fietsendiefstal te maken hebben. Ik heb trouwens niets gemerkt van de diefstallen toen ik langs de botsauto’s en de oliebollenkraam liep. Helaas kan ik jullie daar niet mee verder helpen.

Wel handig om via een anonieme brief tips te krijgen over zo’n schijnbaar onoplosbare zaak. Het zou veel schelen als er meer naar jullie werd geschreven. Dan zouden jullie iedere ochtend achterover in de stoel kunnen leunen, wachtend tot de postbode de ontbrekende puzzelstukjes komt bezorgen. Ik hoop van harte dat jullie ook brieven zullen ontvangen over de diefstal van mijn groene fiets bij de voetbalvelden van Beuningse Boys in 1997, en van mijn bruine fiets in 2003 bij De Lèghe Polder, die op een mistige maandagavond verdween.

Waar kan ik het verder nog over hebben in deze brief? Over wat ik deze week heb gedaan. Niet veel bijzonders. Mijn dynamo heeft kuren. Daar moet ik eens goed naar kijken, want jullie hebben me al eens flink te pakken gehad. Toen kreeg ik twee bekeuringen in een week, beide keren op slechts een paar honderd meter van mijn huis.

Ik hoop dat deze brief jullie een beetje verblijdt, ook al ontbreekt het aan onthullende informatie.

Met warme groet,
Willem Claassen