Zij en de bus

We hadden elkaar drie lange wintermaanden niet gezien. In lijn 93 zouden we eindelijk weer verenigd worden. Het was de beste keuze, want deze bus maakte de langste route van alle regiobussen. Terwijl de bus begon af te remmen, speelden mijn handen met mijn OV-kaart. Draai om, draai om, steeds sneller.

Toen ik naast haar ging zitten keek ze me aan zoals een kind met suikerziekte naar een ijstaart kijkt. Ze bekende dat ze gekke bekken had getrokken zodat niemand naast haar was gaan zitten. Het had gewerkt. Eén keer dreigde het mis te gaan. Een oude man zat al bijna toen ze nog ternauwernood een boertje wist te laten. In combinatie met een paar gekke bekken was dit voldoende om mijn plek leeg te houden.

Haar verhaal zorgde voor een vernietigende blik van een vrouw die vlak voor ons zat. Maar zij leek het niet te merken. Toen toonde ze haar OV-kaart alsof het haar ondergoed betrof. Ik toonde de mijne. Ze begon te giechelen. We hadden een mooie rit voor de boeg.

Benjamin Button of Max Tivoli?

benjaminbuttonGenomineerd voor 13 oscars en de laatste dagen veelvuldig in reclame op de buis: The Curious Case of Benjamin Button. De film gaat over een man – jawel Brad Pitt – die als oude man geboren wordt en met de dag jonger wordt. Een typisch literair gegeven. Vroeger zou ik dit helemaal te gek vinden, tegenwoordig kijk ik daar anders tegenaan. Het verhaal zelf kan het namelijk bijna nooit waarmaken tegenover zo’n fascinerend startpunt.

Maar het trok wel mijn aandacht, deze nieuwe film, deze nieuwe Benjamin Button. Ik kende het verhaal namelijk al. Enkele jaren geleden las ik The confessions of Max Tivoli. Een boek met hetzelfde startpunt, overigens wel mooi uitgewerkt. Maar nu was ik verward: was Benjamin eigenlijk Max? Ik bleek niet de enige met deze vraag.

maxtivoliNieuwe ideeën bestaan niet, zo blijkt maar weer. Benjamin Button is een verzinsel van de schrijver F. Scott Fitzgerald. We noteren 1921 toen dit verhaal werd gepubliceerd. Max Tivoli mag dan eind 19e eeuw/begin 20e eeuw leven, maar is gepubliceerd in 2004. Max’ schrijver Andrew Sean Greer wist al van Fitzgerald nog voor Pitt gecontracteerd werd voor de film.

Ik ga niet naar de film, ik hou het bij wat gegoogle.
Wat overblijft is iets raars. Dat alles al bestaat. Dat niks meer nieuw is. (En dan komt er nu een vreselijke metafoor: ) Dat we allemaal als oude mannen geboren zijn.
Ik wist het wel, maar kan er maar moeilijk aan wennen.

Ze was iets dat ik wist

destaat

Wat is het toch heerlijk om gelijk te hebben, zeker als het een half jaar eerder is dan de rest van het land.

Op mijn wijlen blog schreef ik in augustus over De Staat, die ik had zien optreden tijdens het Kunstgrass Festival. Ik schreef dat deze muzikanten ‘mij lyrisch maken met hun stoere, laconieke/ironische en alleskloppende stuk rock & roll.’ En: ‘Ik zet al mijn geld op deze jongens. Ik heb op het laatste moment hun playlist weten te confisqueren.’

Nu, een hype verder, hoef ik weinig uit te leggen.

Aankomende donderdag staan drie van de vijf bandleden op het podium van de Melkweg in Amsterdam. Samen met Bert Ostyn (Absynthe Minded), Fuck the Writer, Solo, Odilo (Coparck), Maurits (GEM) en Huub van der Lubbe brengen ze vanaf acht uur een eerbetoon aan Hugo Claus. Van het gedicht Nu Nog maakte De Staat een geweldig nummer. Hier te beluisteren!
En gaat dat zien, in de Melkweg.

Maar eerst is er morgen nog de Nijmeegse Gedichtennacht in Merleyn, met onder meer de verkiezing van de Volksmenner des Vaderlands en dj-duo Lucky Fonz & Roos(beef). Ook niet te missen.

Hopelijk heb ik die playlist nog ergens…

Tandem

We zullen hoe dan ook een attractie zijn. Mijn zus en ik moeten boodschappen doen in het dorp. Nu heeft mijn zus Down Syndroom en dat levert altijd veel aandacht op. We nemen dit keer ook nog eens de tandem. Mijn zus ziet namelijk -13 en bewegen schijnt goed voor haar te zijn.

Met dat laatste is mijn zus het niet zo mee eens. Een fanatieke fietser kun je haar niet noemen. Soms haal ik mijn voeten van de pedalen af om te achterhalen of ze ook echt meefietst. Vaak is dat niet het geval, zoals nu. Haar voeten gaan mee met de trappers, maar trappen doet ze niet.
‘Wel meefietsen’, zeg ik.
Ze zwijgt, doet net of ze het niet hoort.

Onderweg naar het winkelcentrum van Beuningen zie ik hoe de hoofden draaien. Ze proberen het ongemerkt te doen, maar ik ben niet gehandicapt, ik heb dat door. Onduidelijk is wat de oorzaak is: mijn zus, of die rare, lange fiets. Misschien allebei. Mijn zus heeft het allemaal niet in de gaten. Ze kijkt tegen mijn rug aan.

De rit met de tandem is een uitstekend moment om een beetje bij te kletsen, maar ik weet niet goed waarover. Ik heb haar een tijdje niet gezien. Ze woont tegenwoordig in Druten. Dan begint ze opeens te praten.
‘Willem, ik moet op een kar’.
Ik weet precies wat ze bedoeld. Ze wil met carnaval afscheid nemen van Beuningen. Op een kar en dat iedereen dan naar haar zwaait. Ik wil bijna zeggen dat ze nu ook alle aandacht heeft.
‘We bekijken dat nog wel, goed?’

Wijze les van de Literaturjugend

Het is gebleken dat ik last heb van eindverhaalangst.
Ik weet niet hoe ernstig het precies is, of het besmettelijk is en of het misschien te genezen valt. Ik probeer er maar grapjes over te maken, terwijl ik ondertussen zoek naar een mooi einde, een mooie slotzin, iets wat past in de sfeer van het verhaal en de lezer in het verhaal weet te houden.

De wekker van boven

Un!-Un!-Un!-Un!-Un!-Un!-Un!

Vorige week zaterdag werd ik wakker door de meest bekende, verschrikkelijke en monotone wekkerfunctie die er bestaat. Het kwam van boven. En het vervelende was vooral dat het maar niet op leek te houden. Daar was iemand niet thuis.

Zondag hetzelfde. Weer die wekker. Weer ging het minutenlang door. En weer dacht ik: die is niet thuis. Meteen daarna dacht ik: jammer, het had een mooie uitslaapochtend kunnen opleveren.

Maandag zat ik nog midden in een droom toen de wekker van boven ging. Ik dacht aan mijn bovenbuurmeisje. Wat daarmee aan de hand was. Ze woonde hier al een tijdje, maar ik zag haar weinig. Toch had ik haar vrijdag nog gezien. Was ze drie dagen niet thuis geweest?

’s Avonds werd heel lang de bel ingedrukt. Meestal ga ik niet kijken, want dan is het iemand die verwacht wordt en dan stommelt er zelf een huisgenoot naar beneden naar de deur. Nu besloot ik eens een goede daad te verrichten. Het was de vader van het meisje boven mij, het meisje van de wekker. Hij zei dat hij dacht dat ze lag te slapen.
Hij ging de volgende trap op, maar kwam even later weer terug. Of ik de sleutel van haar kamer had. Nee, die had ik niet. Misschien dat mijn sleutel op haar kamer paste. Dus ik probeerde dat, maar zonder succes. Ik verwees ‘m naar de huisbaas.
Lees verder De wekker van boven