Dagblad De Limburger over Park (klik op afbeelding voor vergrote versie):
.

.
En De Morgen:
.

.
Meer info over het boek vind je hier.
mei 15th, 2012 by Willem
Dagblad De Limburger over Park (klik op afbeelding voor vergrote versie):
.

.
En De Morgen:
.

.
Meer info over het boek vind je hier.
Voor het Eurocafé zat een meisje op de grond. Ze ademde zwaar en had rode ogen. Er stonden acht politieagenten om haar heen. Eentje had zich over haar heen gebogen. Een ander praatte in een portofoon. De rest keek schichtig rond.
Ik had dat meisje een handdoek willen geven. En een bidon en bokshandschoenen.
.
Geschreven tijdens Oranjepop voor Waai.
mei 2nd, 2012 by Willem

.
Ik dacht aan hoe ik later terug zou kijken op deze rit met de lift, met de wetenschap van het cijfer. Een rit naar de slachtbank.
.
De Wanssumse wind waait voor de negende en een-na-laatste keer. Lees het hier.
Gisteren had ik vrienden uit het dorp over de vloer. Ik noem ze vrienden uit het dorp in plaats van vrienden omdat ik ze niet zo vaak meer zie, hoewel ze dicht in de buurt wonen. Het heeft te maken met andere interesses. Dat begint, of eindigt misschien, bij muziekvoorkeur. Ooit luisterden we wekelijks samen naar dezelfde bandjes, maar nog voordat ze vrienden uit het dorp werden luisterde ik al naar iets anders.
Het is best heftig om een verschil te maken tussen deze vrienden en andere vrienden, die niet uit het dorp komen zeg maar. Zeker omdat ik het nu voor het eerst zo opschrijf. Opeens is het werkelijkheid. Toch heb ik het tegen mijn andere vrienden al een paar keer zo gezegd: ‘Nee, dan kan ik niet, want dan heb ik afgesproken met vrienden uit het dorp.’
.
Goed. De vrienden uit het dorp waren er dus. Ik had zachtjes neutrale muziek opgezet. Muziek die ik niet goed kende, maar waarvan ik wist dat niemand daar echt problemen mee zou hebben. ‘s Middags had ik extra vruchtensap ingeslagen, omdat het enige meisje in het gezelschap zwanger is. Daar had ik ‘s morgens ineens aan gedacht. Toen ik de deur voor ze had geopend, was het voor haar nog een heel gedoe om met haar buik langs de fietsen die in het halletje stonden te komen.
Ze gingen aan de keukentafel zitten en ik schonk ze in. We hadden het over de dingen die we gemeen hadden. Over het dorp dus. Al ging het soms ook even over een tv-programma. Ik had verwacht dat ik ergens op de avond een spelletje uit de kast moest pakken om de rest van de avond mee te vullen, maar dat hoefde niet.
.
Het zwangere meisje vertelde het verhaal van een jongen die zijn lidmaatschap van de muziekvereniging in het dorp had opgezegd. Ik kende hem, ik had hem vroeger wel eens gesproken. Hij woonde al jaren in Oostenrijk, maar was lid gebleven. Een of twee keer per jaar kwam hij naar het dorp en dan bezocht hij een repetitie of een concert van de muziekvereniging. Het meisje vertelde dat sinds hij in Oostenrijk woonde hij elk jaar een brief stuurde naar het bestuur met vragen over het gevoerde beleid. Deze brief werd behandeld in de jaarvergadering. Dat was altijd een beetje vreemd geweest, omdat de vragen in die brief het meest kritisch waren van alle vragen die in die vergadering gesteld werden. In zijn laatste brief had hij gevraagd waarom er een vacature in een bepaalde commissie na een jaar nog steeds niet was ingevuld. Had het bestuur geen actie ondernomen? Wat bleek het geval: het bestuur had in de loop van het jaar iemand gevonden voor die vacature, maar deze persoon was inmiddels overleden. Een van de bestuursleden reageerde in de jaarvergadering op persoonlijke titel op deze brief. Hij was emotioneel geraakt door de vraag, natuurlijk vanwege de overleden persoon. Hij zei dat de vragen van de jongen soms wel erg kritisch waren en dat dat wel iets minder mocht. Toen de jongen de notulen van de vergadering had gelezen, zegde hij zijn lidmaatschap op.
‘Hebben jullie hem nog gezien na dit hele voorval?’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei een van de vrienden uit het dorp. ‘Hij is niet meer in Nederland geweest. Ik vraag me af of hij de komende jaren nog naar het dorp komt. Ik denk het eigenlijk niet. Dat zal wel even duren.’
De anderen knikten.
Ik schonk vruchtensap bij voor het meisje en pakte nieuw bier uit de koelkast. De neutrale muziek was inmiddels afgelopen, maar ik liet het zo.
apr 22nd, 2012 by Willem
De hond na Polly kwam uit een verkeerd, of laat ik zeggen: moeilijk nest. Het beestje heeft het maar vier maanden volgehouden. Ze had een zwak gestel en overleed uiteindelijk aan een griepje of een longontsteking, dat kan ik me niet precies herinneren. Ze piste als je naar haar toeliep, beet in je hand als je haar wilde aaien en als je je aandacht op iets anders vestigde begon ze te janken en daar kon ze uren mee doorgaan. Het zijn misschien de gewoontes van een pup die broodnodig op cursus moet, maar het was wel erg extreem bij haar. Van begin af aan vond ik het een vervelend beest, in geen enkel opzicht te vergelijken met Polly, de heilige hond die op haar veertiende overleed.
.
Ik dacht aan de hond na Polly toen ik met mijn nieuwe herenfiets door de stad reed. Een van de pedalen draaide niet soepel rond, waardoor de fiets kraakte als een hotelbed. Het moest in de hele straat te horen zijn geweest. Twee weken geleden werd de fiets bij me thuis afgeleverd in een doos. Hij was gebrekkig. De trappers, het stuur en de standaard zaten los in de doos, die moest ik er zelf aan en op monteren. Dan kun je spreken van een slechte start, zeker bij iemand die niet van de handige soort is.
.
Mijn oude omafiets, dat lieve barrel, was een tweedehandse toen ik haar kocht. Ze heeft me zeven jaar lang overal gebracht en was gewillig slachtoffer van kantoorhumor. Maar ook een fiets kan sterven. Een maand geleden kwam er een onmogelijk slag in het achterwiel, waardoor ze, als een hoogbejaarde, bijna niet meer vooruit te branden was. En toen vloog de ketting er af. Ik had het gehad met haar, zoals je over een liefde heen kunt zijn, en verklaarde haar dood. Maar nu kraakt mijn nieuwe fiets en rijd ik met spijt door de straten.
Zondag speelde het elftal van mijn zus haar kampioenswedstrijd tegen Barça. Dat klinkt goed natuurlijk, voetballen tegen Barça, maar laat ik in dit korte stukje geen valse spanning opbouwen en meteen vertellen dat het hier gaat om een club uit Brabant. Behalve het koosnaampje van de Catalaanse club gebruikt het team ook hetzelfde logo. Het tenue verschilt niet veel, het is iets blauwer. Daarmee houden de vergelijkingen wel op, zo merkte ik toen ik zondag langs de zijlijn stond.
De vrouwen van het Brabantse Barça waren snel, maar het voetballen ging ze maar moeilijk af. Het was alsof niet alleen het team van mijn zus, maar ook de bal, het veld en zelfs de medespelers tegenstanders waren. Drie dames haakten tijdens de wedstrijd af door een blessure. Ze gingen, zonder dat de bal of iemand van de tegenpartij in de buurt was, ineens op het gras liggen. Toen een speelster wilde ingooien, hoorde ik een van haar teamgenoten roepen: ‘hou je voeten op de grond!’ Dat was niet voor niets. Al twee keer hadden ze de bal moeten inleveren aan de tegenpartij omdat de ingooister sprong.
Het zat er al een hele tijd aan te komen, toch duurde het nog best lang voor het team van mijn zus 1-0 scoorde. Er werd even gejuicht en toen werden de posities op het veld weer ingenomen. Barça moest aftrappen. De scheidsrechter floot, maar er gebeurde niets. De speelster die bij de middenlijn stond, zette haar voet op de bal en begon haar veters te strikken. ‘We zijn weer begonnen hoor,’ zei de scheidsrechter. ‘Even wachten,’ reageerde de speelster. Het was een vreemde situatie. Niemand kwam in beweging. De voetbalsters van beide elftallen keken zwijgend toe hoe de vrouw haar veters strikte.
Later scoorde mijn zus 2-0 en vanaf dat moment vielen de doelpunten, waaronder één eigen doelpunt – subtiel langs de keeper getikt, als rijpe kersen. Het werd 6-0. De Dames 2 van OVV ’67 won van de Dames 1 van Barça en was overtuigend kampioen.
Terwijl in de kantine de muziek harder werd gezet en de speelsters van OVV Flügels naar binnenwerkten, liepen de speelsters van Barça stilletjes langs het raam voorbij. Op de sporttassen die aan hun schouders hingen, prijkte dat ene logo. Ik nam een slok van mijn bier en keek ze na. Het maakte de overwinning net iets mooier.
apr 14th, 2012 by Willem

Onlangs verscheen ‘De uitvreters’, een krant op tabloidformaat met tekst en beeld van 23 jonge schrijvers, dichters en kunstenaars. (Ik ken ze allemaal, het zijn helden, geloof me). Het is een uitgave van de Literaturjugend, de schrijfwerkplaats van de Wintertuin. Van mijn hand is het verhaal ‘De robots’, een bewerking van dit en dit Modder&Lijm-stukje.
.
Voor slechts 2,50 euro (inclusief verzendkosten) vindt u deze krant op de deurmat. Als u hem helemaal uit hebt, kunt u ‘m hergebruiken door er een hoedje van papier van te maken of door ‘m in uw konijnenhok te leggen. Maar waarschijnlijk wil de buurvrouw ‘m ook wel even lezen.
.
Alles over ‘De uitvreters’.
apr 4th, 2012 by Willem

.
Iemand zei vandaag dat er een cliffhanger in mijn nieuwe ANS-column zat. Een cliffhanger!
Pas maar op, straks kom ik ook nog met een catharsis op de proppen.
.
Lees over Wanssum.
.
In de trein tussen Utrecht en Den Bosch jankte een kind, een jongen van vier, en zijn moeder wilde dat het stopte, maar het kind stopte niet. ‘Als je nu niet ophoudt, ga je als we thuis zijn meteen naar bed,’ snauwde de moeder. Het kind bleef janken.
Eerst wilde ik ook dat het ophield, maar toen ik er over nadacht niet meer. Dit kind jankte omdat het misschien geen snoepje kreeg of niet naast het raam mocht zitten of gewoon omdat het moe was en thuis wilde zijn. Het kind wist zelf ook wel dat het voor zo’n kleine ding niet moest janken, dat het eigenlijk nergens over ging, maar het was ermee begonnen en dan kun je niet zomaar stoppen. Dat is onmogelijk, dat betekent gezichtsverlies, zeker als je moeder er maar over door blijft praten. Dit is politiek bedrijven door een jongen van vier. Het is het doordrukken van een Betuwelijn, van een Noordzuidlijn op speelgoedniveau. Het is politiek bedrijven zoals wij dat allemaal wel eens doen, de politiek van het kleine leed. We doen het omdat het moet, omdat we willen leven en zonder leed leef je niet. Als we mogen kiezen tussen groot en klein leed dan weten we allemaal waar onze voorkeur naar uit gaat. En dan willen we doorjanken, ook al gaat het om niets, om een piepklein stukje eergevoel, ruzie maken om het ruzie maken.
Toen de moeder het kind eindelijk negeerde en de conducteur in de intercom meldde dat Den Bosch er aan kwam, alsof niet de trein maar de stad bewoog, liet de jongen het janken overgaan in snikken. Even later, buiten op het perron, hield ook dat snikken op. De tranen waren toen al lang opgedroogd en iedereen was het vergeten. Iedereen, zelfs de jongen, behalve de moeder, die er niets van had begrepen.
.
mrt 28th, 2012 by Willem

.
Ik werd gevraagd voor Nazomergasten (eigenlijk: Voorzomergasten), de online variant op Zomergasten. Niets mooier dan dat. Ik mocht tien YouTube-filmpjes uitkiezen en daar begeleidende tekstjes bij schrijven. Geen quasi psychologisch interview, gewoon de filmpjes en heel in het kort het hoe en/of waarom. Ik koos voor Sufjan en Tom Pintens, voor een asfalt likkende vrouw en een stelletje puddingbroodjes. Gaat dat zien!
.