Verliezers


In mei las ik een krantenbericht dat me nog altijd intrigeert. De kop: ‘Beuningse Boys moet mogelijk verliezen om toch te promoveren’. In een doortimmerd systeem van periodetitels, play-offtickets en nacompetitie bleek ook dit onwaarschijnlijke scenario te kunnen bestaan.
.
Hoewel ik het spelletje waardeer, gaat het me hier niet om het voetbal. Het gaat me om het verliezen. Ik heb de laatste tijd steeds meer behoefte aan verliezers. Aan mensen die zich rot voelen en dit durven te delen met de wereld, tussen al die succesverhalen. Aan mensen die slachtoffer durven te zijn, ook als ze worden weggezet als ‘zeikerds’.
.
Ik heb behoefte aan kwetsbare mensen. Dan denk ik ook aan de top van de samenleving: aan hen die aan de knoppen zitten, die als voorbeeld dienen. Bij grote bedrijven, in de wetenschap, in de media en vooral in de politiek. Mensen die durven toe te geven dat ze soms fout zitten, die durven te zeggen dat ze het ook niet precies weten. Mensen die van gedachten durven te veranderen. Maar daarvoor moeten ze dan ook de ruimte krijgen en niet meteen veroordeeld worden.
.
Zelf viel ik dit jaar 10 kilo af en ik weet niet precies hoe dat komt. Over het algemeen voel ik me goed, maar ik heb ook slechte momenten. Die momenten probeer ik minder te negeren. En als ik me richt op de wereld, op het nieuws, probeer ik vooral nuchter te blijven. Niet met de stroom mee. Niet te snel een mening. Alle opties openhouden. Is dat kwetsbaar?
.
Hoe het Beuningse Boys verging? Ze verloren en mochten nacompetitie spelen. Maar ook toen verloren ze. Ze bleven in de 3e klasse. Sport is niet het leven, maar ik gun de jongens hun verlies.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Presentatie Beungening

Afgelopen zondag 2 december presenteerde ik het Besiendershuis in Nijmegen mijn boekje Beungening. Het is een bundel met korte verhalen die op elkaar reageren en elkaar aanvullen en op die manier één geheel vormen. Beungening gaat onder andere over afkomst, opgroeien, verwijdering, familie, migratie en ouder worden. Een klein, literair onderzoek naar de plek waar ik vandaan kom en die ik niet los kan laten.

Op de presentatie traden Marc van der Holst (The Avonden), Elske van Lonkhuyzen en Laurens van de Linde op. Het was fijn, het was goed.
Het boekje is te bestellen via willem [at] modderenlijm.nl.

Hier de foto’s:

Lees verder Presentatie Beungening

Groot

Ik belde naar Beuningen, naar mijn ouders, om te vertellen dat hun jongste kleindochter zojuist op het potje had gezeten en een plas had gedaan. Het ging per ongeluk, maar toch. Terwijl ik aan mijn moeder beschreef hoe het zover was gekomen, pakte de betrokkene mijn telefoon af en zei tegen het scherm: “Aaa.”
.
Eigenlijk hoeft voor mij de nadruk daar helemaal niet op te liggen, op het groter worden, op de prestaties die daarbij horen. Straks voelt ze onnodig de druk dat ze iets al moet kunnen. Maar in mijn enthousiasme greep ik mijn telefoon en verkondigde het nieuws alsof ik de loterij had gewonnen. Misschien komt het omdat ik als dorpsverlater Beuningen vooral associeer met opgroeien, met groter worden.
.
De betrokkene zelf, anderhalf jaar oud, heeft een onstuimige drang om te groeien. Ze duldt geen hulp bij het aantrekken van haar laarzen. Liever nog trekt ze de laarzen van haar zus aan, of van haar moeder. Bij het in slaap wiegen zing ik altijd liedjes voor haar, maar driekwart van het repertoire hoeft ze niet meer te horen. Ik zet een liedje in en na twee woorden schudt ze nadrukkelijk haar hoofd. “Neeee.”
.
‘Je had het maar met één ding druk / groter worden / maar wat je ook deed / echt veel ouder werd je niet’, zingt Rowwen Hèze. Zo is het ook met onze kleine. Bij het avondeten kan ze ons niets over haar dag vertellen. De oudste mag het woord nemen, ook namens haar. Maar soms stellen we haar gesloten vragen die ze met een duidelijke ja of nee beantwoordt.
.
Het liefst zou ik dat hele groeien even in de pauzestand zetten, want er komt een moment dat ze niet meer joelend op me afstormt als ik haar ophaal in Beuningen.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.
De regels van Rowwen Hèze komen uit De Peel in Brand.

Verpesten

Een vader uit Weurt vertelde op een bloedhete zomerdag aan zijn zoon dat Sinterklaas niet bestaat. De zoon bracht het nieuws over aan zijn beste vriend en die beste vriend vertelde het weer aan zijn ouders. Toen waren de poppen aan het dansen. De ouders van de beste vriend gingen verhaal halen. Mijn moeder hoorde dit vers van de pers, toen ze in augustus in een Weurtse kappersstoel zat.
.
Vanwege de intocht moet ik hier weer aan denken. Ik begrijp die vader wel. De pijnlijke waarheid over 5 december kun je maar beter uitspreken in een neutrale periode, dan kan zo’n jongen er een beetje aan wennen. Maar het is voor hem wel lastig om het stil te houden.
.
Ik kan me het moment dat mijn beeld van Sinterklaas definitief instortte niet meer herinneren. Wel weet ik nog hoe de geruchten over het schoolplein van De Beundert uitwaaierden. Volgens mij was het Tommie Smit die er tijdens het voetballen over begon. Ik geloofde hem niet, toch werd het zaadje van de twijfel geplant. Voor mijn ouders was het slechts een kwestie van wachten. Waarschijnlijk heb ik zelf gevraagd hoe het nu zat.
.
In mijn tijd had Sinterklaas het moeilijk. De Kerstman stak de oceaan over. Ik ving daar iets van op en vond het verdrietig. Het Sinterklaasfeest leek een aflopende zaak. In tegenstelling tot de roetveegpiet leek de Kerstman daadwerkelijk het aloude kinderfeest te verpesten.
.
De Sint is allang weer terug, mede dankzij het Sinterklaasjournaal. Mijn dochter van 3 was tot in februari met de Goedheiligman bezig. En in augustus begon ze er weer over. Uit het niets, de pepernoten lagen nog niet in de winkel. Over een paar jaar zal ik haar iets moeten vertellen.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Beungening


Ik had zin om een boekje te maken. Gewoon, omdat het kan. Het is best wel een mooi boekje geworden, al zeg ik het zelf. Een beetje in de lijn van ‘De koe die de Waal over zwom’, met allemaal zeer korte verhalen. Het heet ‘Beungening’ en is tot stand gekomen met behulp van de koning van het boekjes maken, Marc van der Holst. Het is op deskundige wijze geredigeerd door Laurens van de Linde en Yvette Linders. Ik ben er heel blij mee. ‘Beungening’ moet nog naar de drukker, maar je kunt ‘m al bestellen door een mailtje naar me te sturen: willem [at] modderenlijm.nl. (Omslag is ook van Marc).

Alverna

Een verhaal over ‘Bouwval’, de roman van Frans Kellendonk, voorgedragen tijdens de presentatie van ‘Kellendonk. Een biografie’ in Dekker van de Vegt, Nijmegen.  

Vaak is te merken dat de wereld ver van de literatuur afstaat, spijtig genoeg. Vorig jaar woonde ik tijdelijk in de nog in aanbouw zijnde Nijmeegse wijk Grote Boel, aan de Simone de Beauvoirstraat. De Google-navigatie maakte daar de Simone de Bovierstraat van. Mensen die voor hun beroep mijn straat moesten noteren, vonden het vaak een ‘mooie’ of ‘sjieke’ naam. Een werver van een goed doel vroeg of ik de straatnaam zelf even op zijn formulier wilde invullen. Een DHL-bezorger verwarde mijn straat steevast met de Simon Carmiggelstraat. En onze buurvrouw zei een keer: ‘Wie verzint nu ook zulke namen?’
Tussen de strakke prefab-woonblokken, modderige wegen en aannemersbusjes blijkt literatuur niet meer dan een randverschijnsel.
.
Maar andersom is het soms ook aan dat hand, dat de literatuur ver van de wereld afstaat. Dat merkte ik toen ik enkele secundaire teksten doorspitte over Bouwval, de kleine roman van Frans Kellendonk die zich grotendeels afspeelt in het dorp Alverna. De literatuurkenners die vele jaren na het verschijnen van het verhaal dieper in de materie doken, noteerden verbaasd: ‘Alverna bestaat echt.’
Ja, dat klopt. Alverna bestaat echt. Al een tijdje. Het is een woonplaats, vernoemd naar het Franciscanenklooster dat in 1887 aldaar werd gebouwd. Dat klooster werd weer vernoemd naar een berg in Italië, La Terna. Er ontstond een dorp rondom dat klooster, met een parochie, een voetbalclub, een school en een molen. Aardig feitje: de bewoners zeggen niet dat ze in Alverna wonen, maar op Alverna.
.
Het is typisch dat juist Alverna binnen de literaire wereld lang voor een fictief dorp werd aangezien. Alverna is sinds 1978, een jaar nadat Bouwval uitkwam, op papier namelijk een wijk van Wijchen en daar hebben de inwoners grote moeite mee. Toen de gemeente jaren terug langs de toegangswegen plaatsnaamborden plaatsten waarop stond ‘Wijchen’, werden die borden meteen beklad. De gemeente verving ze voor zogenaamde kom-bordjes met de naam ‘Alverna’.
En dit jaar nog haalde een Alvernese vrouw De Gelderlander omdat ze zich kapot ergerde aan het feit dat het dorp geen eigen postcode heeft.
‘Ik vind het vreselijk dat als je PostNL belt, of de Wehkamp, je te horen krijgt dat je in Wijchen woont,’ aldus die mevrouw. Ze voerde actie om Alverna administratief weer een dorp te laten worden, maar dat blijkt minstens 6.000 euro te kosten.
Het zit ze niet mee, daar in Alverna. Al een tijdje niet. In de biografie van Kellendonk lees ik dat Bouwval bijna een andere titel had gehad: Alverna. Bijna, helaas.
.

Het moge duidelijk zijn, ik heb iets met deze roman. Niet alleen omdat het zo goed in elkaar zit en vanwege de verfijnde stijl, met personages die in enkele scherpe beschrijvingen tot leven worden gewekt (Kroonprins, Aapje, Vader). Ook omdat het, u raadt het al, zich grotendeels afspeelt in Alverna, een dorp dichtbij. Het is een literair incorrect argument, maar ik kan het niet ontkennen, het speelt mee. Sterker nog, in Bouwval vertelt het fascinerende personage Theet Hundertmark – de kromme, oude, plat pratende knecht van Opa – dat hij bij zijn zus in Ewijk gaat wonen.
Ewijk.
‘Ewiek,’ zoals Theet het noemt.
Dat ligt dus naast Beuningen, het dorp waar ik ben opgegroeid. Deze literatuur staat in de wereld, en voor het eerst – en ik heb toch al best wat boeken gelezen – letterlijk in mijn wereld.
Ik zie het als een tornado. Je kent ze uit films, van de journaals, je weet dat het een indrukwekkend en boeiend fenomeen is, maar daar blijft het dan bij. Totdat hij ineens voorbijraast, op een paar honderd meter afstand. Je kunt ’m met eigen ogen aanschouwen. Het is jouw tornado. Een tornado waarin een rammelende studebaker rondtolt, een loods, een betorend negentiende eeuws bouwwerkje, een schilderij, een betonmolen, een waterpomp, een kruiwagen, steigertouw en een betonvloer.
.
Nog dichterbij komt Bouwval als ik kijk naar mijn eigen achtergrond. Opnieuw zo’n literair incorrect argument. Herkenning, wat een vies woord. Ik ben afkomstig uit een boerengezin en daardoor kan ik me goed inleven in het aannemersgezin uit het verhaal. Bedrijf en familie zijn vervlochten met elkaar en elk personage moet zich daar met zijn eigen verwachtingen toe verhouden. Nooit eerder las ik een roman waarin de gevoeligheden van een familie en het familiebedrijf zo treffend voor het voetlicht worden gebracht.
.
Bouwval speelt zich af tijdens Allerzielen. Ik heb daar nooit echt iets mee gehad. Wij gingen vroeger als goede katholieken vast en zeker op die dag naar het kerkhof om een bloemetje neer te leggen, maar dat gebeurde ook op andere, willekeurigere dagen. Aan Allerzielen heb ik geen speciale herinneringen. Dankzij het verhaal van Kellendonk krijgt deze gedenkdag ineens extra betekenis. Met Allerzielen worden niet alleen de overleden familieleden herdacht, het is ook een moment om stil te staan bij je familie an sich, bij je familiegeschiedenis, het bewust zijn van de plek die je inneemt binnen die familie, de schakel die je bent tussen de mensen die voor je zijn geweest en die na je komen, waarbij steeds hetgeen de een bereikt heeft wordt doorgegeven aan de ander, de volgende.
.
Volgende week vrijdag is het Allerzielen. Op die dag pas ik, zoals elke week, op mijn dochters van 1 en 3. Ik moet altijd van tevoren bedenken wat ik met ze ga doen, om de dag een beetje goed door te komen. Dit keer heb ik al plan. Ik rijd met de auto van mijn nieuwe woning in Nijmegen, waar we vanuit de Simone de Beauvoirstraat naartoe zijn verhuisd, naar het kerkhof in Beuningen, het graf van mijn opa en oma. Daar lees ik mijn kinderen voor uit Bouwval. Een fragment over Opa:
‘… daar waar hij praatte over het hoofd van de Kroonprins heen, tegen de muur, of door de muur tegen de weilanden, de spoorbaan, het industrieterrein.’
En dan zegt Opa:
‘De wereld wordt steeds ouder. Je vader is ouder dan ik en jij bent weer ouder dan je vader. En alles vergaat tot stof en alle stof vormt weer lichaam. Zo gaat dat, tot de jongste dag. Evenveel stof vormt steeds meer lichaam, tot stof lichaam is en lichaam stof.’
.
Op het kerkhof leggen mijn dochters en ik een bloemetje en kijken we uit naar een tornado.
.

Jaap Goedegebuure schreef ‘Kellendonk. Een biografie’. Meer info over dit boek >>

‘Bouwval’ is zowel een boek als een verhaal. Het boek bestaat naast het titelverhaal ook uit de verhalen ‘Achter het licht’ en ‘De waarheid en mevrouw Kazinczy’. In mijn voordracht gaat het uiteraard alleen over de kleine roman, oftewel het titelverhaal. Het boek heeft een eigen Wikipedia-pagina, zie hier >>

Een verkorte versie van mijn voordracht verscheen als column in De Gelderlander.

Pieter


In 2001 interviewde ik Pieter Derks voor De Gelderlander. 17 jaar was hij toen. Hij woonde nog bij zijn ouders in Beuningen. Onlangs kwam ik het artikel weer tegen. Op de foto bij het stuk zit hij achter de piano. Sluik haar, wit gezicht, nog zonder de typerende bril. Een jochie.
.
Zelf was ik ten tijde van het interview ook een broekie, 19 jaar. Ik liep stage bij de streekredactie. Ik kende Pieter niet, was hem op het spoor gekomen via internet. Hij had een voorstelling gemaakt met de titel Luchtkastelen. Daarover zei hij: ‘Mensen denken vaak dat ze gelukkig zijn, terwijl dat niet zo is. Het is het verhaal van de burgerlijkheid. Mijn vraag is of een huis, een auto en een baan het ultieme geluk is.’
.
Ik vond dat destijds eerlijk gezegd wat clichématig klinken. Ik had geen optreden van hem gezien, maar ik twijfelde of het echt iets met hem zou worden. Zelf had ik er ook weleens over gedroomd cabaretier te worden.
.
Nu zijn we precies 17 jaar verder. Pieter is twee keer zo oud. Het verhaal is bekend: cabaretprijzen, De Wereld Draait Door, De Slimste Mens, Wie is De Mol?, Radio 1, uitverkochte zalen.
.
Is zijn succes met terugwerkende kracht te ‘voorspellen’ aan de hand van het interview? Ik denk het wel. In het interview vertelde hij dat hij auditie wilde gaan doen voor de Kleinkunstacademie. Als hij niet zou worden aangenomen, zou hij toch verder gaan met cabaret.
‘Het is mijn voorlopige levensdoel. Ik wil met creativiteit door het leven komen. Ik wil gewoon heel graag op het podium staan.’
.
Zo blijkt achteraf zijn allereerste voorstelling veelzeggend. Pieter wist wat hij wou en dat was niet de burgerlijke route. Hij ging er vol voor.

Deze column verscheen eerder in De Gelderlander.

Honkvast

Ik heb weleens gehoord dat migratie een verschijnsel is van alle tijden. Zo kennen Nederlanders een lange geschiedenis van koffers pakken en je elders vestigen, of dat nu aan de andere kant van het land of van de wereld is. Maar als ik op een avond samen met mijn zus – lerares in Breda – de familielijn van onze vader natrek, dan blijken onze voorvaders tot in elk geval zes generaties terug in Beuningen te zijn geboren en overleden. Goed, een daarvan verhuisde naar Weurt en stierf daar, maar dat is een uitzondering van vier, misschien vijf kilometer.
.
Mijn zus deed een paar jaar geleden onderzoek naar onze honkvaste familie. Wat haar toen al opviel: ze waren niet allemaal boeren. Eentje was dakdekker, een ander koopman en herbergier.
.
We zoeken verder op internet. Mijn zus laat zien waar ze tijdens haar onderzoek heel enthousiast van werd: de krullerige handtekening van een voorvader. ‘Historische sensatie’, zo leerden wij op de opleiding Geschiedenis. In dit geval ‘persoonlijke historische sensatie’, want niet iedereen wordt geraakt door een krabbel van Claassen. Hoewel dit exemplaar wel typisch is. Voorvader Antoon spelde zijn naam verkeerd. Een ‘a’ ontbreekt, terwijl onze achternaam toen echt op dezelfde manier werd geschreven.
.
De lijn is te volgen tot Willem Claassen, begin 19e eeuw. Over Willem is weinig bekend. Geen jaartallen, woonplaats of beroep, alleen dat hij vader was. Hij zal voorlopig de enige Willem in deze lijn blijven. Ik kom als Nijmegenaar niet voor in dit verhaal, mijn zus evenmin. Het is onze broer die het bedrijf overneemt en die daardoor waarschijnlijk in Beuningen blijft wonen. En daarna volgt mogelijk zijn zoon.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.